Dongeraheem Dokkum

0
387
ongenode gast alzheimer cafe

(On)genode gast

Datum: 26 februari

Tijd: 20.00

Wanneer iemand uit je directe omgeving te maken krijgt met de ziekte alzheimer staat je leven behoorlijk ondersteboven. De eerste signalen zijn vaak al enkele jaren voor de diagnose te merken. Sleutels worden vergeten, namen worden door elkaar gehaald en gebeurtenissen van kort geleden worden niet herinnerd. De diagnose alzheimer heeft een behoorlijke impact op het leven van degene die alzheimer heeft, en zo nog meer op het leven van de naasten. In Zorgcentrum Dongeraheem in Dokkum wordt elke laatste dinsdag van de maand het Alzheimer Café gehouden, waarbij op een open manier wordt gesproken over dementie en waar ook zeker humor en gezelligheid een plaats heeft. Dinsdagavond kwam schrijfster Janneke Harmsen- de Boer vertellen over haar boek ‘Dan wappert mijn hart naar je toe’. In interviewvorm vertelde zij over haar ervaringen met haar man die op 65-jarige leeftijd de diagnose alzheimer krijgt. Zij besloot dat zij haar man zo lang mogelijk thuis wilde laten wonen, wat in haar omgeving niet door iedereen even goed werd begrepen. Haar man heeft tot aan zijn dood thuis kunnen wonen, dankzij de hulp van allerlei mensen in de omgeving. In de tijd van haar man zijn ziekte schreef Janneke Harmsen- de Boer elke dag in een dagboek. Een aantal van deze teksten kwam een journalist onder ogen en die moedigde haar aan om er een boek van te maken.

Op de avond in Zorgcentrum Dongeraheem kwam een groep van een kleine vijftig mensen af. Het geheel had een open karakter, met zelfs een klein beetje ‘kroeggevoel’. Bij binnenkomst werd er op piano gespeeld en kon men genieten van een kopje koffie of thee. ‘De mensen die over het algemeen op het Alzheimer Café afkomen zijn echtgenoten of kinderen van mensen met alzheimer. Alzheimerpatiënten komen zelf niet zoveel, hooguit wanneer men in het eerste stadium van de ziekte is.’ Janneke Harmsen- de Boer komt geregeld bij café’s door het hele land om te vertellen over haar ervaringen met de ziekte. ‘Voor veel mensen is het moeilijk om er over te praten. Vaak komen de persoonlijke verhalen pas in de pauze of na afloop van het café.’

In het boek beschrijft Harmsen dat zij vlak na de diagnose van de ziekte cakejes is gaan halen. ‘Mijn man had wel gehoord dat hij alzheimer had, maar hij was het direct daarna weer vergeten.’ Ondanks de enorme klap besloot Harmsen- de Boer dat het leven zo normaal mogelijk door moest gaan. Zij had haar hele leven buiten huis gewerkt als onderwijzeres. Daarom vond ze het erg belangrijk om dingen te blijven doen zonder haar man. Al snel was het niet meer mogelijk om hem alleen thuis te laten. ‘Hij was altijd erg technisch ingesteld. Als ik dan even weg was besloot hij lampen te gaan repareren, terwijl die helemaal niet kapot waren. Er ontstonden echt gevaarlijke situaties. Vanaf toen is hij geen moment meer alleen geweest.’

Aan de hand van fragmenten uit het boek blijkt, naast alle zorgen en problemen, bovenal de liefde van Harmsen- de Boer voor haar man. ‘Ondanks alle zorgen was hij nog wel gewoon mijn man.’

Vanuit de zaal kwamen na de pauze vragen van belangstellenden. ‘Is het verstandig om iemand met alzheimer tegen te spreken?’ Mevrouw Harmsen – de Boer is resoluut. ‘Dat heeft absoluut geen zin. Men raakt er alleen maar van in de war, en dat is het laatste wat je wilt.’

Een aantal mensen uit de zaal herkenden zich in de verhalen van de schrijfster. Zo vertelde een meneer over zijn vrouw die van het ene op het andere moment niet meer wist dat ze thuis was. ‘Ze bleef maar wijzen naar ons oude huis aan het einde van de straat, waar we 32 jaar gewoond hadden. Ik wil naar huis, zei ze dan. Vervolgens verbaasde ze zich erover dat het huis waar ze nu was dezelfde meubels had als haar ‘eigen’ huis. Dat kon even duren, maar dan kwam toch het besef dat ze wel degelijk thuis was. Voor zolang het duurde.’