De zaak Vaatstra

0
1009

Toeval bestaat wél

LEEUWARDEN – In Leeuwarden stond Jasper S. donderdag terecht voor de moord op en de verkrachting van Marianne Vaatstra. Het toen 16-jarige blonde meisje overleed op 1 mei 1999. S. had al eerder bekend. Donderdag gaf hij tekst en uitleg. Als boetedoening. Eén ding werd duidelijk. Toeval bestaat wél.

Bijna veertien jaar had hij zijn mond gehouden over hetgeen in de nacht van 30 april op 1 mei 1999 in een weiland in Veenklooster gebeurde. Hij probeerde het te verdringen, probeerde het uit zijn systeem te bannen. Toch dacht hij nog elke dag wel even aan Marianne. ‘Ik heb een aantal keren overwogen me zelf aan te geven bij de politie. Ik heb het niet gedaan vanwege mijn gezin. Vooral vanwege de kinderen. Ik wilde ze deze ellende besparen. Ze waren toen 5 en 8 jaar’, zei Jasper.

Toeval. Het speelt een voorname rol in de dood van Marianne Vaatstra, een meisje met een eigen wil. Vlot van de tongriem gesneden en voor de duivel niet bang. Marianne moest – op 30 april 1999- de festiviteiten rond Koninginnedag aan haar voorbij laten gaan. Ze moest werken, bij de Poiesz in Zwaagwesteinde. ’s Avonds zou ze op stap. Met haar vriend en andere vrienden en vriendinnen. Broer Johan bracht haar naar Kollum. Daar dronk ze bier. Niet overdadig. Het was zoals een stapavondje bedoeld is: gezellig.

Normaliter ging Marianne steevast met een taxi naar huis, of in elk geval samen met haar vrienden en vriendinnen. Nu stond ze er echter op om alleen naar huis te fietsen. Er ontstond discussie, maar Marianne was – zoals haar vrienden haar ook kenden- vastberaden: ze zou alleen naar huis fietsen. Misschien wilde ze nog wel naar de Ringobar, een vraag waarop nooit meer een antwoord zal komen.

Ondertussen zit de werkdag van Jasper S in Oudwoude er eindelijk op, de koeien zijn gemolken. Het is rond 23.00 uur. Jasper pakt koffie en eet brood. Hij leest bovendien de krant en kust zijn vrouw welterusten. Zelf zou Jasper die nacht beneden slapen. Er stonden een aantal koeien op kalveren, en zijn vrouw hechtte nogal aan een goede nachtrust. Jasper keek later op de avond, aan het begin van de nacht bij de koeien. Kenner als ie was zag ie binnen vijf minuten dat er niets aan de hand was. Vanuit de stal ging hij niet terug naar bed. Hij pakte zijn fiets, zoals hij dat wel vaker deed. Jasper wilde ontstressen, want hij had de laatste tijd nogal wat aan zijn hoofd. De relatie met zijn vader- met wie hij een maatschap had- verliep moeizaam. Jasper fietste overigens ook wel eens als ie géén stress had. Als hij seks wilde bijvoorbeeld. Dan fietste hij zonder dralen naar Groningen, om daar gebruik te maken van een prostituee. ‘Dat was die bewuste avond echter niet de bedoeling. Ik wilde gewoon mijn hoofd leegmaken. Bij mij gaat dat het best op de fiets. Je komt niemand tegen, bent vrij’, zei Jasper.

En zo geschiedde. Jasper fietste- zonder licht- de nacht in. Waarheen? Dat wist hij zelf eigenlijk ook niet. Onderweg zag hij plots twee jongens. Ze stonden maar wat, hingen wat rond. Juist toen hij ze passeerde, zag hij in tegengestelde richting een vrouw voorbij fietsen. In een flits, ook zonder licht. Puur toeval.

‘Die is voor mij’

Het was een flits, een moment. Jasper wilde- als in een roes- seks met deze vrouw. Want de seks thuis, die was al lang niet meer je van het. Dat frustreerde hem. En dus restte hem maar één ding: omdraaien en de achtervolging inzetten. ‘Nee, ik heb nooit het beseft waar ik mee bezig was. Ik wilde haar. Wilde seks met haar. Hoe en waar? Daar had ik tot op dat moment niet over nagedacht. Het moest gewoon.’

Marianne fietste en fietste. Nietsvermoedend overigens. Op een herenfiets. Op weg naar huis, of de Ringobar. Onderweg kwam ze vrijwel niemand tegen. Het was al laat en volle maan. Zonder licht zag ze net genoeg. Bovendien kende ze de weg. Meter voor meter kwam Jasper naderbij. Hij zag Marianne via de linkerkant een rotonde nemen- scheelde weer een paar meter- en zag haar het volgende fietspad opdraaien.

‘Toen ik naderbij kwam heb ik geprobeerd meteen mijn hand op haar mond te leggen’, zegt Jasper. ‘Daarbij probeerde ik af te remmen.’ Dat lukte, want even later stonden ze stil op het fietspad: Jasper en Marianne. ‘Wie ben jij’, vroeg Marianne, zo’n beetje de laatste zin uit het leven van het 16-jarig meisje. Er ontstond vervolgens iets van een worsteling. Marianne beet in de hand van Jasper, die – ‘als een reflex’- zijn zakmes greep. Hij bedreigde het meisje met het mes. Zette het haar op de keel. Het steekwapen miste zijn uitwerking niet. ‘Marianne heeft niet geprobeerd te schreeuwen of weg te lopen. Niet dat ik me kan herinneren, althans. Ze was- denk ik- zo geschrokken van het mes, dat ze zich verder wel koest hield’, zei Jasper.

Jasper verborg de fietsen. Het zou immers opvallen, twee fietsen op een smal fietspad. Daarna trok hij Marianne mee het weiland in. Toeval: het weiland waar Marianne haar dood tegemoet liep, was niet omrasterd. Er was geen prikkeldraad en geen hek. En dat terwijl alle andere weilanden keurig afgescheiden waren. ‘Puur toeval’, vertelde Jasper, die nog nooit eerder één voet op het weiland had gezet.

Nu dus wel, met naast zich een doodsbang maar rustig meisje. Ze liepen langs de houtwal en – hoe toevallig- in het weiland bevond zich een soort van talud. Een ideale plek om ongezien dingen te doen die het daglicht niet kunnen verdragen. Dé ideale plek dus voor Jasper om seks te hebben met Marianne, want dat was nog steeds het hoofddoel van het nachtelijk bezoek aan een weiland in Veenklooster. Eenmaal op de ideale plek, beval Jasper Marianne haar jas uit te doen. Dat deed ze. De opdracht hem oraal te bevredigen, gehoorzaamde ze eveneens. ‘Ze moest dat eerst doen ja. Waarom? Nou ja, bij de prostituees is dat de standaardprocedure.’ Terwijl Jasper Marianne met één hand aan haar hoofd vasthoudt, heeft hij in de ander nog steeds het mes. Heel verwonderlijk dat Marianne zich koest houdt en doet wat hij zegt, is het dan ook niet.

Na het oraal bevredigen ontdoet Jasper Marianne van de rest van de kleding. Dat doet hij op een nogal vreemde manier: hij snijdt het kapot. Zowel topje, slipje als bh worden door het mes kapot gesneden. ‘Ik weet niet waarom ik dat deed. Geen enkel idee. Ze was rustig, dus het was geen intimidatie of iets in die strekking. Dat was niet nodig.’

Jasper S dringt- nadat ze van het merendeel van de kleding is ontdaan, vaginaal bij haar binnen. Hij houdt haar nu bij de polsen vast. Na de gemeenschap slaat de paniek toe. Alsnog. Alsof ie ineens wakker wordt. Zich beseft wat er zou kunnen gebeuren als de buitenwereld hier weet van zou krijgen. Blinde paniek. Wat nu? Hij draait Marianne om en probeert haar met haar bh te wurgen. Zekerheidshalve snijdt hij haar de keel door. Om helemaal zeker van zijn zaak te zijn snijdt hij drie keer. Aan het leven van de pas 16-jarige Marianne Vaatstra is een afschuwelijk einde gekomen.