“Ik ben bang dat een nieuwe herindeling de democratie uitholt”

0
155
Zuidhorn Hans Stompe_

Oud-raadslid Hans Pompe beschrijft vorige herindeling

ZUIDHORN – Oud-raadslid Hans Pompe heeft onlangs officieel zijn boek ‘Niet zonder slag of stoot’ gepresenteerd. Het idee voor deze terugblik op de vorige herindeling van gemeenten waarbij de oude gemeenten Oldehove, Grijpskerk, Aduard en Zuidhorn werden samengevoegd tot de huidige gemeente Zuidhorn ontstond toen de discussie over een nieuwe herindeling op gang kwam. Pompe zette de feiten van het proces in de jaren ’80 op een rijtje en verwoordde deze in zijn boek. Een les eruit trekken is zeker wel mogelijk voor een volgende ronde van herindeling die al bijna onvermijdelijk lijkt.

Onvermijdelijk lijkt inderdaad, want een feit is het nog altijd niet. “Toch wordt die indruk wel gewekt”, vindt ook het oud-raadslid voor de PvdA. “Het wordt nu echt zo gebracht van: opschieten, want vorige keer duurde het allemaal te lang. Deze herindeling heeft zelfs bijna het karakter van haastpolitiek.” Maar ook Pompe beaamt dat de tien jaar die het kostte om de oude gemeenten Oldehove, Grijpskerk, Aduard en Zuidhorn tot het huidige Zuidhorn samen te voegen te lang waren. “Eigenlijk zijn we toen in 1979 al begonnen en werd de uiteindelijke beslissing in 1989 genomen. Het duurde te lang en er waren teveel onzekerheden of het door zou gaan en in welke combinatie van gemeenten”, beaamt hij. “Destijds werd de herindeling eigenlijk van bovenaf opgelegd. De kleine gemeenten moesten hoe dan ook worden samengevoegd. Als je praat over gemeenten van minder dan 4000 inwoners, dan was de burgemeester vaak ook nog gemeentesecretaris en de kosten die er stonden om een gemeente in stand te houden, gingen vaak ver boven de begroting van zo’n gemeente. Er werd gesproken over een minimale grote van nieuwe gemeenten van 6000 tot 8000 inwoners. Zuidhorn werd uiteindelijk een gemeente met 18.000 inwoners, dat werd destijds nog de grootschalige variant genoemd. Toen dachten we dan ook dat we tamelijk fors waren en dus nog een poos vooruit zouden kunnen.”

Toch lijkt het nu anders uit te pakken. Een dikke twintig jaar na de vorige herindeling, staat het onderwerp weer op de agenda. “We gaan het spelletje weer opnieuw spelen. Dit keer speelt er vooral een bezuinigingsaspect mee, vorige keer ging het vooral over versterking van bestuurskracht. Ik had niet verwacht dat er al zo snel weer over herindeling gesproken zou worden. Eigenlijk is alles in een stroomversnelling gekomen door het rapport van de provincie.” Hiermee doelt Pompe op ‘Grenzeloos Gunnen’, het advies wat de visitatiecommissie opstelde met het oog op de bestuurlijke toekomst. “Ik vind het rapport te pover”, vervolgt hij. “Alsof de wereld onbaatzuchtig is. Je moet het niet mooier maken dan het is. Overloos gunnen is onzin.”

Pompe vreest dat er te overhaast gehandeld wordt. “Geef de politieke partijen meer tijd om na te denken”, pleit hij. “Laat ze eens buigen over vragen als: als we samengaan, hoe dan?” Maar vooral ook vindt hij dat er meer tijd besteed moet worden aan de burger. “Als ik nu zou moeten stemmen, zou ik het niet weten. Leg eens uit wat de winst is, als je een grotere gemeente wordt. Dit zijn ook vragen die de vorige keer aan de orde waren. In de kleinere dorpen werd toen telkens gedacht in termen van verlies. Zij hadden zoveel weerstand om bij die grotere en elitaire gemeente te moeten horen. Veranderingen zijn buitengewoon lastig. Maak daarom ook de noodzakelijkheid van een herindeling zichtbaar voor mensen.”

Als die er is natuurlijk, want daar heeft Pompe wel zijn twijfels over. “Waarom is samenwerken niet genoeg? Ik denk dat als je het goed doet, dat kan voldoen. Eigenlijk spelen er momenteel merkwaardige tegenstellingen en onlogische dingen. Kijk maar naar de WMO, het beleid is er op gericht juist dichtbij de burger te staan. Als dit de intentie is, lijkt me het moeilijk deze waar te maken als gemeenten nog groter worden. Er is een voortdurende spanning tussen klein- en grootschalig in deze discussie. Waar vindt je een goed evenwicht? Wat is een goede schaalgrootte voor een gemeente die dichtbij de burgers staat?”

“Je hebt kans dat de democratie wordt uitgehold”, vervolgt Pompe. “Men denkt alleen maar aan economische overwegingen en efficiency. Misschien is democratie nou eenmaal niet efficiënt. Ik ben bang dat de afstand tot de overheid straks zo groot wordt, dat burgers niet meer willen participeren in politieke partijen. Dat zouden wel eens de grote verliezers van een nieuwe herindeling kunnen worden. Vraag nu maar eens aan inwoners hoeveel provinciale bestuurders ze kennen”, zegt hij met klem. “Ik heb het voor het boek uitgezocht voor mijn eigen partij. Alle vier de oude gemeenten hadden een eigen afdeling die zijn gefuseerd na de herindeling. Er zijn dus veel minder mensen nodig en ook veel minder mensen te krijgen. Van 42 raadszetels in vier gemeenten gingen we naar 17 in een groter gebied. Dit betekent ook nog eens dat je het als raadslid verschrikkelijk druk krijgt. Bovendien ben ik bang dat we steeds meer bestuurders met te weinig feeling krijgt. Wanneer politieke partijen geen plekken meer zijn waar ze naar de burgers kunnen luisteren, wie voedt deze partijen dan?”

Herindeling is in elk geval veel meer dan alleen een bestuurlijke kwestie. “Breng het in verband met het welzijn van de inwoners”, vindt Pompe dan ook. “Het gevoel van meetellen is heel belangrijk. Mensen willen zich ook veilig voelen. Ze worden onzeker en hebben zo langzaamaan geen grip meer op alle veranderingen. Het bestuur en de politieke partijen hebben na de vorige herindeling veel aandacht besteed aan de kleinere dorpen en die telkens erbij betrokken. De identiteit van die kleine gemeenschappen moet gekoesterd, gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Ik denk dat dat zeker een compliment verdiend en ik denk ook dat je achteraf kan zeggen dat de herindeling dus goed is uitgepakt.” Een goed voorbeeld van hoe het moet? “Ja, misschien mag je dat wel zeggen”, eindigt hij behoedzaam.