“Volgend jaar? Ik heb hoge verwachtingen van Flannery!”

0
164
Band foto Flannery

Koos van der Goot ziet Grijpskerk steeds minder

GRIJPSKERK – Bijna op de kop af een jaar geleden prijkte Flannery ook al in deze rubriek. De zanger van de band, Koos van der Goot, is geen onbekende voor de Streekkrant en haar lezers. De uit Grijpskerk afkomstige creatieveling verdiende zijn sporen al in de theaterwereld en met zijn gedichten. Maar Flannery, dát was zijn bestemming, vertelde hij een jaar geleden. Ietwat fronsend keken we deze wispelturige en vooral ook enthousiaste zanger aan, helemaal toen hij er nog aan toevoegde dat zijn band er één om in de gaten te houden was. Doorbreken, het doel lijkt nu een jaar later toch stap voor stap dichterbij te komen. “We hebben hoog ingezet, maar plukken daar nu ook de vruchten van”, aldus Koos.

“Het doel is zo snel mogelijk professioneel te worden”, vervolgt hij, “en de weg ernaartoe is waar alles om draait. Op het podium lijkt het alsof we niks serieus nemen, terwijl er achter de schermen zoveel gebeurt. Na een half jaar als band al een clip opnemen en nu binnenkort ook al een cd opnemen met dik twintig eigen nummers.” Het lijkt bijna onwerkelijk en een grote uitdaging, maar het is vooral ook heel leuk. “Kijk, de druk wordt wel steeds hoger, maar we staan er met zijn allen achter. Ik denk dat iedereen na een optreden wel zoiets heeft van: ‘dit kan ik elke dag doen’.”

De band Flannery is een folk-rock band bestaande uit doedelzakspeler Danny en zanger Koos, violist Sebastiaan, gitarist Steven, basgitarist Michiel en drummer Peter. “We zijn vrij uniek in Nederland”, verklaart Koos de opmars. “Als je Idols en The Voice ziet, het is allemaal net een Heineken biertje of een hamburger van de MacDonalds. Wij onderscheiden ons en wel met unieke muziek. De verschillende stijlen waar we van houden en de verschillende achtergronden van ons allemaal maken dat wij een heel breed pakket bieden. Van rap tot metal en dan met buikdansers; alles komt tussendoor. En het slaat dus aan. Veel bands en muzikanten treden op voor zichzelf. Kom je met iets anders, dan worden de mensen nieuwsgierig. Vaak staan toeschouwers met een glimlach te kijken van: ‘wat gebeurt hier nou’. Daar kan ik van genieten. Soms vinden ze het ook wel eng”, vervolgt hij lachend. “Er staan zes jongens met ADHD op het podium. Maar naast muziek maken we ook entertainment. Wij zijn een band die je moet ervaren.”

En dat kan de komende zomer. Het motto van de mannen is optreden, optreden en nog eens optreden en ze zijn voor een aantal prestigieuze festivals gestrikt. Op 1 en 2 juni staan ze rond 20.00 uur op het Rapalje Festival in het Stadspark in Groningen. “Een twee dagen durend Keltisch festival, echt een uniek evenement. Er staan leuke grote bands als Rapalje zelf en Scrum en het wordt helemaal aangekleed met een markt erbij.” Daarna vertrekken de heren naar Italië. “In Triëst wordt altijd een groot internationaal festival georganiseerd en de organisatie heeft onze clip opgepikt. Daar staan we zaterdagavond als hoofdact.” Vervolgens reizen de heren ook nog eens naar Slovenië. “Op een internationaal festival daar gaan wij vanuit Nederland ons ding doen. We treden drie à vier keer op tijdens dit twee weken durende festival en toeren tussendoor in de omgeving.” Koos spreekt over contacten met zelfs Azië die hij hoopt op te doen. “Wij gaan de wereld veroveren. Het leven blijft één groot avontuur”, lacht hij.

Voor wie dit allemaal te ver weg is, nog deze zomer zal de band ook op een plaatselijk festival schitteren. Welke dat is, houdt de zanger nog even in het midden. Liefhebbers van Flannery kunnen maar beter een kaartje hiervoor bemachtigen, want volgend jaar… “We zijn nog met meer bezig, waarover ik nog niks kan zeggen, maar ik denk wel dat we over een jaar een heel stuk verder zijn”, zegt Koos raadselachtig. “Ik heb hoge verwachtingen. Weet je”, vervolgt hij serieus, “ik mik altijd hoog. Mensen vragen me wel eens of ik dan niet snel teleurgesteld ben, maar zo is het niet. Elk optreden is een gigantische kick en toch een stapje omhoog. Het gaat niet uit waar ik kom, maar waar ik naartoe ga.” En Grijpskerk? “Ik slaap hier”, lacht hij.