week 22

0
246

Twee keer in één week vroeg uit de veren. En vroeg is voor mij heel vroeg nl. om vier uur. Heeft u dat wel eens gedaan? En nog was ik wakker voordat de wekker afliep. Een zekere spanning misschien? Ik weet het niet. Het ging wel om twee erg leuke activiteiten. Op Hemelvaartsmorgen gingen we met een groep van zeventien mensen dauwtrappen. Je moet daar mee beginnen terwijl het nog donker is. Soms heb je dan grondmist en het is het mooiste als je in een weiland alleen de poten van de koeien ziet. Dan is het ook nog mysterieus. Zo’n morgen is het niet. Eerst een kopje koffie bij de familie Jacobi en daarna op pad. Erg koud is het niet en dan valt het altijd mee. De route loopt rondom de Jilt Dijksheide. Onderweg zijn er verhalen over de geschiedenis van het gebied en horen we allerlei weetjes over de planten en de bomen. En we hebben geluk, we zien ook nog een ree. Langzamerhand wordt het licht. Ondertussen zingen de vogels uit volle borst. Eerst de merel en de lijster en gaandeweg komen er nieuwe vogels bij. Je waant je in een soort van paradijs met helaas op de achtergrond het geluid van de A7. Altijd hoor je in Nederland wel het geluid van auto’s op de weg. Jammer. Op de Jilt Djksheide ligt nog een stukje hoogveen, waar door de jaren heen nooit iets aan gedaan is. Geen enkele bewerking, geen schep in de grond. Helaas wordt het niet onderhouden. Dat is veel te duur en Staatsbosbeheer moet al op de centjes letten…… Even verderop lopen we over de Leidijk. Je waant je in de tijd van de monniken, die de dijk hebben aangelegd als afscheiding van de vruchtbare gronden en de zure grond van het veengebied. Plotseling staat er een man op het fietspad. Het blijkt een verteller van Mien Westerkwartier te zijn. Hij vraagt ons of we de duivel wel kennen. Niemand heeft hem persoonlijk ooit gezien. Het verhaal gaat over de duivel, Aeolus en de wind. Uiteindelijk delft de duivel het onderspit, want zijn ijsmolen smelt in het voorjaarszon. We lopen weer verder en komen langs een pingo. De naam is afkomstig uit de Eskimotaal en betekent kleine heuvel. De zon komt een beetje op en de kleuren veranderen. Prachtig. We komen langs de vangkooi aan de Kolonieweg en op de terugweg richting het beginpunt staat dezelfde man er weer met nog een verhaal. Het gaat over de Baggelman, die ooit als groot onbekend dier in de Doezumermieden heeft geleefd. Erg spannend allemaal, verteld door Geert Zijlstra. Na twee uur zijn we terug bij de familie Jacobi. Een kopje koffie of thee en we hebben een prachtige morgen gehad. Twee dagen later weer vroeg op. Nu naar het Nanninga ’s bos bij Zevenhuizen. Een vroege vogelexcursie met cursisten van een natuurgidsencursus. Gids Kees Boele (geen familie van) leidt ons rond. Wat een vogelgeluiden. Alles door elkaar heen. Je moet wel goed luisteren en proberen de geluiden van elkaar te isoleren. Ik vind dat je al op jonge leeftijd moet beginnen. Ja, het geluid van een koekoek en een specht herken je wel, maar als de gids je vertelt dat er wel vijf soorten spechten zijn, wordt het weer anders. Rond half acht zijn de meeste vogels stil. Enkelen gaan nog door en soms wel de hele dag. En plotseling sta je dan voor een vennetje. Wat een rust, wat een schoonheid.

Bijna drie uur rondgescharreld en weer veel geleerd. Het is echt de moeite waard. En als je er vroeg uitbent, heb je na zo’n excursie nop een lange dag voor je. Ik vraag mee af of er niet meer mensen geïnteresseerd zijn in dit soort activiteiten. Zeker weten van wel.

Herman Woltjer, voorzitter IVN Grootegast e.o