week 25

0
131

Op de terugweg van vakantie vlogen we van Los Angeles naar Amsterdam, een zit van ruim negen uur. Dan hoop je maar dat je een beetje goede plekken hebt. Iets waar wederhelft, inmiddels man, en ik thuis alvast voorzorgsmaatregelen voor hadden genomen door een upgrade te boeken waar we heerlijk zonder buren zouden zitten. Helaas, bij het inchecken liep het allemaal iets anders en in plaats van de beloofde ruimere zitplekken naar New York, werden wij overgezet naar een vlucht van Los Angeles en was het maar hopen dat we in elk geval bij elkaar zouden zitten. Groot was de opluchting toen we twee plekken naast elkaar konden innemen. Ik ben toch al geen held met vliegen en knijp dan liever de hand van mijn man fijn, dan per ongeluk die van een vreemde buurman. Dat we niet meer met zijn tweeën zaten, maar ook nog eens twee buren hadden, namen we graag voor lief. Al snel trok dit Chinese stel op leeftijd onze aandacht. We zaten tegenover de achterwand van een keukentje en mevrouw zette zonder pardon haar benen tegen de muur om zich op te drukken. Meneer verwisselde zijn schoenen voor heuse slofjes en manlief en ik keken elkaar ietwat bevreemd aan. Nog voor we in de lucht zaten hadden ze de tafeltjes en de beeldschermen met veel vertoon in- en uitgeklapt. Mevrouw werd daarbij geholpen door meneer, die een fikse uitbrander kon verwachten als hij niet snel genoeg was. Van buren had mevrouw nooit gehoord. De armleuning die wij deelden nam ze breeduit in en met haar benen wijd probeerde ze ook zoveel mogelijk beenruimte te pakken. Gelukkig beschikte ze niet over van die lange stengels als wij. Nee, die korte beentjes van haar leenden zich perfect voor allerhande oefeningen, waar ze zich al snel met een tomeloze energie in stortte. Het begon nog rustig met het trappelen met de benen, maar al snel ging ze los en werden mijn lachspieren getest. Toen ze van het losdraaien van haar polsen overging in het dirigeren van denkbeeldige en woeste symfonieën, het bespelen van een piano om af te sluiten met betoverende bewegingen over manlief heen, rolden bij mij en manlief de tranen al over de wangen. Gelukkig werd het tijd voor een slaapje. Met een luide ‘oeaaah’ rekte ze zich naar achter, waarna ze even knock-out ging. De opgedane energie werd een uurtje later direct omgezet in beweging. Manlief moest het weer ontgelden; terwijl hij haar probeerde te helpen met haar televisiescherm, leek het alsof zij haar man met haar afstandsbediening probeerde uit te zetten om vervolgens dan maar haar handen te gebruiken. Ook het eten van een appeltje was een ware exercitie. Driftig poetste ze vijf minuten lang, om vervolgens de pitjes uit te spugen in een tussen de benen geklemd bakje. Inmiddels lagen wij alweer onder de stoel van het lachen. Uren vliegen maakt nou eenmaal melig. ‘Ik weet niet wat hun gehad hebben, maar ik denk dat ze beter niet meer kunnen krijgen’, liet manlief de stewardess lachend weten. ‘Oh, zijn ze weer wild?’, antwoorde ze nuchter, waarna wij natuurlijk al helemaal niet meer bijkwamen. We hebben ons negen uur vermaakt, waarin zij de bakjes eten uitlikte, boeren liet of weer luidruchtig met haar man discussieerde. Uit het vriendelijke lachje na de landing bleek dat ze onze lachbuien voor lief nam. Waarschijnlijk is ze al niet anders gewend.