Winnaar Abel Tasman Artprice kijkt zijn ogen uit in Nederland

0
132
Abel Tasman Art Prize winnaar

“Everyone’s English is better than my Dutch”

GROOTEGAST – Het zal je maar gebeuren: in Tasmanië win je de Abel Tasman Artprice en als beloning mag je naar Nederland: een klein landje helemaal aan de andere kant van de wereld. Het overkwam de 18-jarige kunstenaar Tim Haley. Deze week is zijn tweede in Nederland. Dat het niet één en al zonneschijn is, lijkt hem niet te deren. “Bij ons regent het ook vaak.”

Haley verblijft in Nederland bij twee gastgezinnen. In de eerste week is dat bij de familie Hoeksema in Grootegast. “Ze zijn heel gastvrij, al spreekt de vader helemaal geen Engels,” glimlacht hij. Door de organisatie van de Abel Tasman Artprice is hij afgelopen week meegenomen door heel Nederland. “Ik ben bij het Kröller Müller Museum geweest. Dat was prachtig. Tijdens mijn studie heb ik veel over verschillende kunstwerken geleerd, maar ik had nooit gedacht dat ik ze ooit in het echt zou zien. In dit museum kwam ik schilderij na schilderij tegen. Dat was erg bijzonder.”

Grote verschillen tussen de Nederlanders en de Tasmanen ziet hij niet. “De mensen lijken veel op elkaar. Zelf kom ik uit een dorpje dat ongeveer even groot is als deze. Dus dat ben ik wel gewend. Wij hebben thuis geen dieren, dat is misschien het verschil. Wat wel verschillend is, is dat je hier zomaar langs een kanaal kan parkeren. In Tasmanië zetten ze er dan eerst een hek van een meter hoog voor. Ook fietst bij ons iedereen met een helm op, omdat automobilisten echt geen rekening met je houden.” Het grootste verschil vindt hij echter dat hij hier niet steeds om zich heen hoeft te kijken. “Er zijn hier geen dieren die je opeten,” lacht hij. “Bij ons heb je giftige spinnen en slangen. Volgens mij is er niet eentje die niet giftig is. Hier heb je alleen een chagrijnige kat, die een keer uithaalt.”

Veel was Haley afgelopen week in Groningen te vinden. “De stad heeft heel veel overeenkomsten met de plek waar ik vandaan kom. Ik vind het een prachtige stad. Zelf studeer ik ook in een oude stad.” Een ontmoeting tijdens de afgelopen week die hem zal bijblijven is die met Grijpskerker kunstenaar Gert Sennema. “Hij kan prachtig vertellen en ik vind zijn werk echt fantastisch. Het is zo mooi om te zien dat een lokale kunstenaar zoveel werken gemaakt heeft die je overal kunt terugvinden.”

Na zijn trip van twee weken door Nederland blijft Haley nog langer in Europa. “Ik heb een paar vrienden in Duitsland die ik nog wil opzoeken. Ook wil ik nog naar Finland. Dat lijkt me een fantastisch land.” Het liefst zou Haley nog veel langer blijven. “Ik geloof niet dat je een stad leert kennen door er twee dagen rond te lopen. Ik wil voelen hoe de mensen leven. Als je denkt dat je dat in twee dagen kunt, ben je wel een beetje dom. Daarom hoop ik hier langer te blijven. Ik wil Amsterdam goed leren kennen en Rotterdam ook. Het liefst zoveel steden in Nederland als maar kan. Ik kom zelf uit een gezin van zes kinderen en daardoor was het voor ons altijd erg lastig om te gaan reizen. Nu ik daarvoor de kans krijg wil ik er alles uithalen.”

Dat langer blijven hangt vooral af van de vraag of hij genoeg geld heeft. Hij vervolgt: “Ik wil begrijpen hoe de cultuur in elkaar zit. Het geeft me ontzettend veel levenservaring, die ik later tijdens mijn studie weer kan gebruiken.” Die studie zal architectuur worden. In Tasmanië.

Het enige probleem voor de jonge inwoner van Tasmanië blijft de Nederlandse taal. “Ik spreek door mijn vrienden wel een paar woorden Duits, maar als ik dat hier spreek lacht iedereen erom. Nederlands is een moeilijke taal en ik heb niet genoeg tijd om het echt goed te leren. Dat is af en toe wel eens frustrerend als mensen bijvoorbeeld in het Nederlands praten en ik niet weet waar het over gaat.” Zelf denkt hij erover om Spaans te gaan studeren, maar dat is nog niet helemaal zeker. “Mijn Engels is niet eens perfect, dus waarom zou ik dan nu al een andere taal gaan leren?” Tot die tijd hoopt hij dat de Nederlanders een beetje Engels willen spreken waar hij bij is. Dat het gebrekkig gaat, maakt hem niet uit. “Everyone’s English is better than my Dutch,” lacht hij.