week 26

0
159

‘Meer dan 80.000 exemplaren verkocht, €12,50’, vermeldde de sticker op de voorkant van het boek ‘Ik, Zlatan’, dat het door een ghostwriter opgetekende levensverhaal van de Zweedse super-voetballer met Joegoslavische roots, Zlatan Ibrahimovic, vertelt. ’t Boek zag er kloek uit en ik had, via Schiphol op weg naar mijn vakantiebestemming, in mijn handbagage nog wat ruimte over. Had ik echter vóór aankoop ook eerst maar even het wat kleiner in het zwart gedrukte opschrift gelezen: ‘Dit boek móét je lezen!, zegt– Jack (lees: cheque) van Gelder ‘. Dan had ik me wel drie keer bedacht. Wat méér dan een understatement is. Van Zlatans biografie lag een grote stapel opvallend in het zicht bij de kassa van een van die vele winkeltjes achter de douane. ’t Was dus een makkelijk meenemertje.

In het vliegtuig las ik op de achterflap van het boek de beoordeling door een recensent van de Volkskrant: ‘Fascinerend beeld van een trotse voetballer die volstrekt autonoom denkt’. Niet mis dus. Maar de inhoud viel me bar tegen. Zlatan heeft – volgens mijn vrouw althans – op de cover van zijn biografie weliswaar mooie donkere slaapogen, maar ik kan, na lezing, echt niet anders dan tot de conclusie komen dat hij een egoïstische en egocentrische mannetjesputter van de ergste soort is. Het gaat bij hem over geld, steeds meer geld – dus steeds andere topclubs. En verder vooral over ikke ikke ikke en de rest kan, inderdaad.

We zitten in een periode dat biografieën van voetballers het goed doen. De van nature triestige dus op tv immer toneelspelende Gijp scoorde torenhoog en eurozakkenvol met zijn als geinig bedoelde voetbalmemoires. En ene Andy van der Meide kon met het laten opschrijven van zijn totaal verneukte voetbalcarrière ook een dosis euromuntjes incasseren. Beide boeken heb ik. En de wat kille biografie van Ronald Koeman ook. Zo zullen er vast meer van die boeken, want kassa, volgen.

Dat echter niet álle topsporters simpele zakkenvullers zijn, bewees voor mij het boek dat mijn zoon me de dag vóór mijn vakantievertrek nog even toestopte. Van Peter Winnen, in de tachtiger jaren onze nationale wielertrots. Door hem zélf geschreven. Realistisch en eerlijk, ook wat betreft zijn dopinggebruik.De recensent van de Volkskrant schreef daarover: ‘Zelden eerder bracht een sportman zo treffend onder woorden wat afzien betekent.’ Met díe recensie kan ik het meer dan eens zijn. Maar Winnens boek ligt nu wél bij De Slegte.

Henk Hendriks