week 29

0
112

Het lijkt steeds vaker voor te komen. Journalisten die hun nieuwsberichten een heel persoonlijk tintje meegeven. Hun vrouw en kinderen, hun oude vader en verdere familie er in het stuk bijhalen. En hun eigen (on)hebbelijkheden. Dat is dus geen objectieve nieuwsgaring meer, vind ik.

In een column als deze kan en mag dat wél. Die is persoonlijk, hoewel ik vind dat je ook daarin je grenzen moet kennen. Ik zal u dus zeker niet (al) te vaak met mijn persoonlijke gevoelens en eventuele frustraties vermoeien. Deze keer wél. Het gaat namelijk over kamperen. In een tentje. Laat ik meteen maar zeggen dat ik er nu geen liefhebber meer van ben. Gemak dient de mens en zeker mij. Sedert jáááren, sinds de kinderen die groot en allang uithuizig zijn, hun eigen gezin met kinderen en in sommige gevallen zelfs kleinkinderen hebben niet meer mee (willen en kunnen) gaan, ben ik niet meer als ‘gebruiker’ op een camping geweest. Geef mij nu maar het comfort van een hotel.

Zo’n halve eeuw geleden hebben mijn vrouw, de opgroeiende kinderen en ikzelf jaren achtereen op een camping in wat toen Joegoslavië was en nu Kroatië heet, gestaan. Met een bungalowtent, op pak ‘m beet tien meter van de zee. En dat vinden mijn vrouw, de allang uithuizige kinderen en ook ik zelf nu nog steeds tot onze fijnste onbezorgde vakanties behoren. Alles was nog primitief. De rotsige grond, je tentje, het butagasstel inclusief monsterachtig grote fles, de wat viezige toilethokken en het geïmproviseerde restaurant in een opgekalefaterde schuur, waar we voor iets meer dan een tientje (guldens, wel te verstaan!) voor ons vieren aten en dronken. Het staangeld bedroeg in totaal voor ons gezin inclusief de auto vier gulden per dag oftewel nog geen twee euro!

Een collega op de krant aan wie ik vorige week vroeg, waar zijn gezin dit jaar op vakantie heen ging, liet mij op internet plaatjes van de door hen te bezoeken camping zien. In Kroatië, voormalig Joegoslavië. Sterker: het was de camping waar ons gezin een halve eeuw geleden ook kwam. Maar het kale, toen rotsachtige en praktisch onontgonnen terrein was herschapen in een schitterend vakantiepark. Met spic en span toiletten, drie zwembaden, vier (jawel: 4!) specialiteitenrestaurants en een pretpark voor de kinderen. Geen tentje meer te zien, enkel luxe caravans en grote campers. Alleen de zee en het strand waren nog hetzelfde als toen. En uiteindelijk ging én gaat het daarom.

Henk Hendriks