Luuk is de band met de realiteit volkomen kwijt

0
2056

De Rechtbank

ULRUM – Luuk is ogenschijnlijk een normale jongen van negentien jaar. Normaal is hij echter niet. Luuk heeft PDD-NOS.  Luuk heeft psychoses. Toen ie zestien was al eens, en onlangs weer. In Ulrum. Bij de tandarts. Hij sloeg de praktijk kort en klein. Wilde geld op z’n bankrekening en sloeg – met een heuse knots – een buurtbewoner een gat in het hoofd. Straf kreeg Luuk niet voor dit akkefietje. Net zo min als voor een eerder incident waarbij hij mensen bedreigde en geld afhandig wilde maken. Luuk moet opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis. Zo luidde het unanieme oordeel.

Soms spreekt Luuk Russisch. Of drinkt hij shampoo. Het zijn van die periodes in z’n leven dat het niet helemaal goed gaat. Zo ook op 27 februari van dit jaar. Al een week of twee voelde hij weer iets aankomen. Luuk had een onbestendig gevoel. Was onrustig. Er was iets. Maar wát, daar kon hij de vinger niet precies opleggen. Luuk moest naar de tandarts. Daar werd hij verdoofd en behandeld. Na even thuis geweest te zijn, rookte hij bij de buren een stikkie, zoals hij dat wel vaker deed. Later ging hij weer naar huis. Hij was alleen en kon niet slapen. Hij luisterde muziek en bleef onrustig. ’s Morgens om 8.00 uur startte hij de brommer en reed hij naar de tandartspraktijk. In zijn hand droeg hij een soort van knots, van een centimetertje of veertig. Die knots hing normaliter thuis aan de muur. Luuk wilde geld. Van de tandarts. Hij stormde het gebouwtje in Ulrum binnen en stuitte op Jolanda, de assistente. Met de knots sloeg hij in de richting van Jolanda. Een rekje van de vaatwasser voorkwam letsel.

Luuk sloeg computers kapot. Er was lawaai. Toen zag hij de tandarts. Die moest hij hebben, want tandartsen hebben geld. ‘Maak alles wat je hebt maar even over op mijn rekening’, zei Luuk, onderwijl dreigend met een knots. De tandarts zag de ernst van de situatie in en vluchtte, in de hoop dat Luuk hem achterna zou komen en de rest – ook de fysiotherapeut was er inmiddels – met rust zou laten. En zo geschiedde. De tandarts reed weg, Luuk rende er – met knots- als een dolle achteraan. Luuk gaf al snel op. Aan de Stationsstraat belde hij aan. Een meneer deed open. Weer vroeg Luuk – volkomen in de war – om geld. Meneer vroeg om zijn ID en kreeg die te zien. Uit het niets sloeg Luuk de man vervolgens met de knots op het hoofd. Waarom? Dat kon ook Luuk zich niet bijster goed herinneren.

Luuk vluchtte. Naar Groningen. De politie traceerde hem aan de hand van zijn mobiele telefoon. Rennen had geen zin, al probeerde hij het wel. Vanaf 28 februari van dit jaar zit Luuk vast in Zwolle. Op zich bevalt hem dat best, behalve dan het eten. Daar is hij niet echt van onder de indruk.

Kenners waren het er snel over eens: Luuk was en is volkomen ontoerekeningsvatbaar. Luuk moet geholpen worden. ‘Nog steeds heeft hij last van wolkjes van psychoses’, zei zijn advocaat. ‘Bovendien: welke overvaller laat gewoon zijn ID-kaart zien?’ Hulpverlenende instanties gaan kijken waar Luuk het best naar toe kan. In een groep voelt hij zich niet happy. Luuk is maatwerk nodig. De kans op recidive bestaat. Zeker als hij drugs gebruikt, maar ook zonder. En dat terwijl Luuk in aanleg verre van een kwaaie pier is.

Zijn moeder was er ook, met vriend. Ze leefde met haar jongen mee. Dat zag je. Dat voelde je. Soms had ze de neiging iets te zeggen. Dat mocht niet. Net op tijd slikte ze haar woorden weer in. Mochten de hulpverlenende instanties er niet in slagen een geschikte plek voor Luuk te vinden, dan mag hij bij zijn moeder wonen. En dat is best een geruststellende gedachte. Voor Luuk. En voor ons.