“Grote sportevenementen hebben een geweldige impact, op elk gebied”

0
108
DSF_FRIE-p23.pdf - Adobe Acrobat Pro

Sportjournalist Dick Heuvelman (67) vindt dat Noord-Nederland zich sterker moet profileren

Hij wordt wel het ‘Sportgeweten van het noorden’ genoemd, een titel die hem door anderen is ‘aangemeten’ maar waarvan hij zelf zegt, dat wél vast staat, dat hij de sport in Noord-Nederland een warm hart toedraagt. In zijn ook in deze krant elke week verschijnende rubriek De Derde Helft, waarin hij veel actualiteiten, mensen en weetjes uit het noordelijk sportleven memoreert, blijkt ook overduidelijk dat hij in dat wereldje goed en vaak exclusief is ingevoerd. Wekelijks verschijnt zijn column in de in totaal 400.000 weekbladen, die Media Totaal Noord verspreidt. En de impact is dan ook enorm. Geeft Heuvelman toe.

Dick Heuvelman groeide op in de zogeheten Rivierenbuurt in de stad Groningen. Hij komt uit een zeer sportminnend gezin. “Vader was botenbouwer bij Aegir, hij was Be Quick supporter en nam mij als klein jonkie al mee naar de Esserberg, aan de rand van de stad Groningen. Maar vooral de omgeving bij ons in de buurt ademde sport. Met name het Stadspark dat dicht bij ons huis lag, trok me,”vertelt hij. “Je had er de voetbalvelden van Velocitas, de atletiekbaan, de grote vijver waar zwemwedstrijden werden gehouden, de draverijen waar ik als jonkie vaak stiekem naar ging kijken. Niet te vergeten de ijsbaan. En de wielerwedstrijden rond de vijver. Bij Velo heb ik ook gevoetbald, later nog bij GRC.”

Hoe hij in de sportjournalistiek is terechtgekomen, vertelt hij met graagte. “Sporten verslaan was als kind al mijn droomwens. ’s Maandagsochtends ging ik in alle vroegte naar het hoofdstation in Groningen om de sporteditie van Het Vrije Volk te kopen. Via sportjournalist Dick Monning kreeg ik in 1969 een baantje bij het Nieuwsblad van het Noorden om op zondagen de sportredactie te helpen. Dat hield eerst niks journalistieks in. Ik werd weggestuurd om broodjes te halen, moest berichtjes van de telex afscheuren, dat werk. Wat later mocht ik verslagjes maken van wedstrijden in lagere klassen. Voor een ‘echte’ journalist was mijn mulo-opleiding te gering. Daarom volgde ik ’s avonds aan een opleiding om mijn lyceum diploma te halen. Dat ik haalde.”

Hij kon zijn vizier dus op de journalistiek richten, maar de sector ‘sport’ kwam toen nog niet in Frage. Heuvelman vertelt: “Ik kon in december 1972 op de Asser regio-redactie van het Nieuwsblad van het Noorden beginnen. Als algemeen verslaggever. Politieberichten schrijven, rechtbankverslagjes maken en gemeenteraden volgen. Maar op zondagen hielp ik nog steeds mee op de sportredactie in Groningen. Het was sportchef Ab van der Veen die mij er in 1976 definitief ‘bij’ haalde.” Waarna zijn carrière als sportjournalist begon. “Weet je,” vervolgt Dick Heuvelman, “elke sport interesseert me in principe, ook nu nog. Ik schreef behalve voor het Nieuwsblad ook voor de GPD, waarin veertien regionale kranten waren verenigd. Ik had wél voorkeuren. Het wielrennen bijvoorbeeld sprak en spreekt me erg aan. In 1984 maakte ik mijn Tourdebuut als verslaggever; tien jaar lang versloeg ik de Tour de France. Ook het WK wielrennen, de Vuelta en de Giro versloeg ik. Ik introduceerde in het Nieuwsblad speciale columns, zoals Apart op Maandag en de Derde Helft, de rubriek die ik nu ook voor deze krant maak. Als ik de totale oplage van alle kranten van de uitgever waarvoor ik nu schrijf bij elkaar optel, kom ik op ruim 400.000 kranten. Zo’n groot podium heb ik nog nooit gehad. Dat merk ik ook aan de reacties.”

Toch steekt het hem nog steeds, dat de sportchef van het Dagblad van het Noorden – de opvolger van het Nieuwsblad – hem ‘zo maar’ als medewerker afdankte. “Mijn collega’s waren er ook verbaasd over. Wat ik de hoofdredactie van het Dagblad verwijt, is dat die niet heeft ingegrepen. Maar het zij zo. Ik voel me in de positie die ik nu heb, echt happy…,” relativeert hij nu.

Dick Heuvelman doet echter al jaren méér dan enkel de sport verslaan, hij manifesteert zich – mede door zijn enorme netwerk – ook steeds meer als inspirator en organisator. Heuvelman opnieuw: “Dat is waar, ik zit vol ideeën. Wat ik ook vind is, dat het noorden niet te bescheiden moet zijn, maar meer durf moet tonen. De Giro, waaraan ik mijn steentje heb bijgedragen, kwam naar Groningen, de Vuelta naar Drenthe. Allemaal evenementen waar niet alleen het ‘volk’ maar ook de commercie van heeft kunnen profiteren. Laten we als noordelingen toch niet zo bescheiden doen, ik probeer nu het WK Wielrennen in 2020 naar Assen te halen. Als dat lukt zou dat ook een mooi moment zijn om als sportjournalist te stoppen. Hoewel….”