Museumklooster in Aduard

0
140
aduard kloostermuseum og 2

Datum: 12 september

Tijd: 13:45 uur

“Zet de fietsen maar met de neus in de heg” roept Jantinus Bakker als er een grote horde kinderen van de basisschool met behoorlijk wat lawaai aan komt fietsen. Zo te zien hebben ze er zin in. Als alle fietsen met het voorwiel in de heg geplaatst zijn en de kinderen zich door de nauwe ingang van het klooster hebben gewurmd kan het ‘grote feest’ beginnen.

Vandaag gaan de kinderen zelf geneeskrachtige drankjes maken van natuurlijke producten, zoals de kloosterlingen dat vroeger zelf ook deden. Maar, voordat het zover is, krijgen de leerlingen eerst een (verplichte) rondleiding door het museum. Daarna verzamelen ze zich in de tuin achter het oudste huis van Aduard, zo wist Ies de Boer die tevens in het museum woont, te vertellen. Deze prachtige tuin, die bezaaid is met appelbomen en waar vele wespen zich in het paradijs wanen, staat vol met grote tafels waarop ouderwetse kruiken en pannen staan. Ondertussen is Jes Ludwig – vrijwilliger en bedenkster van dit project – begonnen met het een hele theorie en wetenswaardigheden over de tijd dat de kloosterlingen hier woonden. “Hoe konden zij in die tijd mensen ‘beter’ maken?”, vraagt ze aan de kinderen, die in een grote kring om de tafel heen staan en de wespen van zich afslaan. “Bidden!” roept één van de enthousiaste leerlingen. “Inderdaad beaamt ‘Juf’ Ludwig. “Een andere manier die de kloosterlingen gebruikten was het aanroepen van Heiligen”, gaat ze verder. “Eén van die heiligen heet St. Blasius. Waar zou die nou goed voor zijn?” “Tegen keelpijn”, zegt een andere leerling niezend en volgens Jes Ludwig kan hij zelf wel een beroep op deze heilige. Nadat er veel (te veel) informatie is gegeven over het menselijke lichaam en hoe broeders elkaar in die tijd genazen, gaat de tocht tot grote vreugde van de kinderen verder naar de kruidentuin, waar ze uitleg krijgen over de verschillende planten. “Die met die gele knop, is goed voor…” gaat het verder. De kinderen knikken en kunnen niet wachten tot ze aan de slag mogen. Eindelijk komt dan het verlossende woord: “Genoeg gepraat, nu gaan we aan de slag”, zegt Jes. De kinderen krijgen duidelijke (en weer veel) instructies over wat ze moeten doen: éérst verzinnen wat voor geneeskrachtig drankje ze willen maken, dan de kruiden plukken. “Maar niet teveel hoor”, waarschuwt Jes, want de kloosterlingen waren zuinige mensen”. Dan de kruiden wassen, snijden, overgieten met heet water, zeven en dan tot slot in een flesje overgieten. Het was voor sommige leerlingen wat te veel, en riepen vragend uit: “Wat moeten we nu eigenlijk doen?”. Maar gelukkig was de redding nabij: Jan Oomkes, die ook aanwezig was stak ook zijn handen uit en hielp de kinderen bij het maken van een drankje dat omschreven werd als ‘iets verzachtends’. In de kruidentuin wordt er flink geplukt, gewreven en geroken, maar aan de chocolademuntblad valt weinig eer te behalen, want die is zo populair dat die al helemaal kaal is geplukt. Wibren, een leerling, is één van de eersten die zijn kruiden gewassen heeft en snijdt deze vervolgens met een klein mesje zo fijn mogelijk. Op de vraag wat hij aan het maken is, is het antwoord: “Ik weet het niet meer. Iets met citroen”, zegt hij als hij naar zijn blaadjes kijkt. Al snel heeft hij zijn ‘toverdrankje zonder naam’ klaar. ‘Verfrissend en verkwikkend’ schrijft hij op het etiket nadat hij vakkundig het geneeskrachtige water heeft overgegoten in een flesje. “Heb ik niet zelf bedacht hoor”, zegt hij. Het is maar te hopen dat degene die het hem heeft ingefluisterd wel wist water in het flesje ging. En terwijl de kinderen zich vermaken en ook de wespen zich tegoed doen aan de potten honing die overal staan, worden de oudere mensen voorzien van thee en koffie, geserveerd in ouderwetse kruikjes, met een plak Groninger koek. Zien drinken, doet drinken zo blijkt maar weer, als één van de leerlingen een grote slok van zijn eigen ‘toverdrankje’ neemt. Hij wilde uit proberen of hij er ook écht beter van zou worden. Proestend spuugt hij het weer uit. “Oooh, dit is vies!!” roept hij, terwijl de anderen lachend omkijken. Gelukkig weet Jes hem een geheim te verklappen: als je het drankje drinkt met het idee om beter te worden, dan ben je al voor helft genezen. En zo blijkt maar weer oude wijsheden nog steeds gelden.

 

aduard kloostermuseum og 3

aduard kloostermuseum og 5