Minikul – week 45

0
2090

Soms moet je – moet ík, zou ik eigenlijk moeten schrijven want ik weet niet hoe het met u staat – ergens weer met de neus op worden gedrukt om te beseffen, hoe dicht ons verleden nog bij ons ligt. De tijd, niet eens zó verschrikkelijk ver terug, waarin zaken die we nu als ‘doodnormaal’ beschouwen er nog helemaal niet waren. Waardoor onze voorouders in hun letterlijke en figuurlijke voortgang enkel op pure elementen als wind en water waren aangewezen. Toen ons land, dat zich er nu nog wel eens op voor laat staan hoe menslievend (?) we hier zijn, koploper was in de slavenhandel. Al dan niet met Gods zegen.

Wat een bombastische inleiding voor zo’n nietig rubriekje als dit, vindt u? U hebt gelijk, maar hebt u, ondanks alle beslommeringen van deze moderne tijd, echt nooit meer eens aan vroeger gedacht? Aan hoe uw voorouders zich door de tijden heen hebben geknokt? En, simpel voorbeeldje dat misschien dichter bij u staat: Aan de meester of juf op de lagere school die nu basisschool heet, die aan het eind van een schooldag aan de hand van die enorme platen die in de klas hingen, zo boeiend over de vaderlandse geschiedenis kon vertellen? – mits de klas daarvóór niet al te balsturig was geweest?

Ik wel. Heel recent, toen de Volkskrant me met een prachtig verhaal een 18-de eeuwse scheepstocht liet herbeleven. En mij – en nu dus ook u – er op wees, dat we deze barre reis elke dag opnieuw en dat anderhalf jaar lang! in het bewaard gebleven logboek van het slavenschip De Eenigheid op internet kunnen nalezen. Gefascineerd lees ik sindsdien elke dag deze dor en droog, zonder menselijke emoties, opgetekende kroniek van anderhalf jaar varen, met stormen, ontberingen en leed, veel leed. De tweemaster vertrok in 1761 vanuit Middelburg waar ‘Nederlandse goederen’ waren ingeladen voor een tocht die tweeënhalf jaar duurde. Aan de Westkust van Afrika werden de goederen verruild voor 300 slaven, die na veel doden en een opgepropte reis van anderhalve maand aan de andere kant van de Atlantische Oceaan weer tegen de oogst van plantages werden ‘verkocht’. Waarna de terugtocht naar Middelburg werd aanvaard. Welke nu ex-landbestuurder had het nog niet zo lang geleden ook al weer over het opnieuw oppakken van ‘de ware VOC-mentaliteit’?

(De tocht van De Eenigheid is te volgen op www.eenigheid.slavenhandelmcc.nl)

Henk Hendriks