Maria’s Mooie Mensen – week 25

0
985

Het is even weer afkicken na twee weken vakantie. Het is weer opstaan met een grijze lucht die achter de gordijnen wacht, zelf ontbijt maken en niet de dagelijkse wandelingen tussen appartement en zwembad, zwembad en terras en terras en appartement. Hoewel manlief en ik in eerste instantie besloten niet een vakantie te boeken dit jaar, kreeg ik toch de kriebels in het voorjaar en dus werd er, ondanks het feit dat dochterlief een nogal klein mensje is, toch een appartement in Italië geboekt. Naarmate de tijd vorderde werden we toch een beetje nerveus. Met een baby op vakantie blijft een hele onderneming en zouden wij, die bekend staan in de familie als het duo dat cadeautjes vergeet mee te nemen naar verjaardagen en de sleutel regelmatig nog aan de buitenkant in de voordeur heeft zitten als we weg zijn, wel inclusief luiers, kinderwagen, flessen en spuugdoeken aankomen in Italië? Maar bovenal was het natuurlijk spannend hoe de kleine meid zich zou houden. Voor onszelf zijn de 1350 kilometer altijd al een beproeving, laat staan voor zo’n klein moppie achterin. Zorgen bleken niet nodig, mevrouw bleek helemaal in haar element en was dolgelukkig elke ochtend niet alleen door haar mama, maar ook nog eens door haar papa uit bed te worden gehaald. Zoals verwacht gooide ze hoge ogen in Italië en had ze een grote aantrekkingskracht op werkelijk iedereen met haar grote blauwe ogen, mollige beentjes en kleine ronde koppie. Hoewel wij ouders glommen van trots en natuurlijk maar wat graag haar naam uit de doeken deden, O-lí-via zoals de Italianen zeggen, bleef mevrouw zelf ongedaan onder alle aandacht. De wat forsere Margherita die onze kamer schoonmaakte, begon direct een heel verhaal tegen de kleine meid. Ah, tresora, amora en weet ik het wat voor liefkozingen nog meer stortte ze direct de eerste dag uit over het mensje. Een dag later kwam ze samen met een hulpje, maar voor ze begonnen aan het opmaken van de bedden, dirigeerde Margherita haar hulp naar ons: kijk dat is Olivia, ontcijferde ik uit haar woorden. Een lachje kon er niet af bij onze mop echter. Die keek nog eens en dacht: volgens mij ken ik jou toch echt niet. De barman deed ook iedere dag verwoede pogingen; hij noemde haar prinses, pakte haar handje, ging op de knieën bij haar op het speelkleed, maar nee, mevrouw gaf geen krimp. En zo bleef het doorgaan. Van terras tot aan winkel, ze pakte de Italianen hopeloos in met haar kijkers, maar een lachje kregen ze geen van allen. Obers zwaaiden met soepstengels, winkelbediendes bewonderden haar jurkjes; eerlijk is eerlijk, er werd hard gewerkt door haar publiek. Maar onze Olivia bleef de taferelen stoïcijns in zich opnemen, bekeek haar aanbidders eens van boven tot beneden en richtte zich dan weer op ons. Zodra de kust veilig was, dán produceerde ze haar grootste lach, alleen voor manlief en mij.