Maria’s Mooie Mensen – week 15 – 2015

0
156

Manlief en ik mogen graag aan projecten werken. Zo stortten we ons onlangs vol overgave op de bijlage van Ei Ei Westerkwartier en zijn we maar wat blij dat we in september maar liefst tweemaal een speciale Struuntochtbijlage gaan maken. Wegwerken, doorpakken en afronden, dat is waar we van houden. Ook ons huis moet daar al jaren aan geloven. Begin dit jaar moest de achtertuin er aan geloven en met het leegtrekken van de wildernis nam de jeuk steeds meer toe. Alleen is het net als met prachtige witte muren: de stap om die te gaan verven is een grote en zo is het ook met het invullen van die grote vlakte achter ons huis. Gezien de eerdere jaren dat we hier woonden en onze tuin langzaamaan veranderde van een beetje wild naar een grote wildernis, is het niet meer dan wijsheid voorlopig vooral gras in te zaaien. Maar één droom wilden we hoe dan ook wel verwezenlijken: eten uit onze eigen tuin. Klinkt misschien wat ‘geitenwollen-sokkerig’, maar het werd ons zowaar makkelijk gemaakt, want een grote supermarktketen kwam met geweldige kleine potjes die met een beetje liefde en water er in no-time voor zorgden dat de tomaten en slakroppen je toelachten vanaf je eigen aanrecht. Tenminste zo wilde de reclame ons doen geloven. Ach en met dat water en die liefde moest het wel goed komen, dus manlief en ik deden de afgelopen tijd drastisch boodschappen en zagen de stapel moestuintjes groeien en groeien. Het bleek toch iets lastiger dan gedacht. De overvloed aan liefde deed zijn werk wel, maar de bijbehorende overvloed aan water waarmee ik de potjes verwende, bleek teveel van het goede. De schimmelplaag die volgde, wisten we wonder boven wonder te overleven en al snel tierden  de rucola en veldsla welig in onze kweekbak. Elke dag keken we vol verwachting en langzaam lieten de groene uitlopers zich in alle dertig bakjes zien. Tijd voor stap twee: het overpoten. Een hele uitdaging gezien de dunne steeltjes en kleine bakjes. Mijn niet zo voorzichtige manier van doen bleek geen goede en na drie geknakte broccoli’s hing ik mijn tuinhandschoenen aan de wilgen. Manlief ging met engelengeduld verder en verpotte maar liefst zeven tomatenplantjes, negen paprika’s, zeker vijftien kroppen sla, rucola en veldsla en ook nog eens de ongehavende broccoli. Eén ding hadden we niet in onze planning opgenomen; het vroor nog buiten en onze pas opgekomen wondertjes konden we toch niet laten blauwbekken in de achtertuin. De tomaten en paprika’s kregen een veilig plaatjes op alle vensterbanken die we konden vinden, maar voor de rest was geen plek meer, dus zie zetten we maar op de grond voor het raam. We hoopten van harte dat zowel de katten als dochterlief de bakken ongemoeid zouden laten. IJle hoop, zo bleek al snel. Dochterlief vond het fantastisch vol met haar handjes in de modder te graaien. Niet omdat ze modder aan haar handen nou zo mooi vindt; nee, het handenwassen is waar het haar om gaat. Om haar maar voor te zijn, was ik inmiddels haar handjes meerdere keren per dag. Zonder modder eraan, maar hopende dat ze de langzaam groeiende slakroppen in elk geval zou ontzien. Crisis ontweken, tevreden kijken manlief en ik elke dag weer in de bakken. Totdat opeens de plantjes wel erg treurig ogen. Het lijkt wel of iemand alle plantjes ingescheurd heeft. Samen duiken we op de knieën en kijken eens goed van dichtbij. Alle plantjes hebben kleine hapjes eruit. Of het nou kindertandjes of kattenkiezen zijn, daar zijn we nog niet uit.