Documentairemakers laten ‘koppig dorp’ Ulrum zien

0
1653

Filmmakers volgden Ulrum ruim een jaar

ULRUM – Veertien maanden volgden filmmakers Marcel Nauta en Jaap van ’t Kruis het dorp Ulrum. Aanleiding was de titel ‘Dorp van de toekomst’, die het comité Ulrum 2034 zelf aan het dorp had gegeven. Hoe ziet zo’n dorp er nou uit? Gisteravond was het resultaat te zien op NPO 1 in de documentaire ‘Koppig Dorp’, dat door de EO werd uitgezonden. 
Een jaar lang waren Van ’t Kruis en Nauta iedere maand in Ulrum om er te filmen. Eenmaal verbleven ze er zelfs twee weken. “Het grappige was dat de mensen ons echt opnamen nadat we een keer flink hadden doorgehaald in Neptunus,” vertelde Van ’t Kruis. “Vanaf dat moment werden we gevraagd om overal hutspot te komen eten.”
Het duo koos voor Ulrum om te zien hoe een dorp omgaat met de krimp. “We werden getriggerd door de vlag ‘Dorp van de Toekomst’ en natuurlijk het verhaal van Ulrum 2034. Het verleden zit aan het dorp vast en je ziet dat de mensen het oude willen behouden, terwijl ze tegelijk zoeken naar oplossingen voor de problematiek.” Veel moeite hadden de makers niet om de documentaire te maken. Eigenaar Marcel Vogelzang van de lokale SPAR liet de heren direct toe. Ook Roelof Noorda zag wel wat in het idee van de makers, waarna ze het duo maandenlang mochten volgen. “Maar het ging ook wel eens anders,” lacht Van ’t Kruis. “Dan stonden we bij iemand voor de deur en smeten ze hem direct dicht omdat ze dachten dat we het huis kwamen leegroven.”
Of de documentaire gebracht heeft wat de makers gehoopt hadden? “Ik had van te voren wel meer verwacht,” bekent Van ’t Kruis. “Ik had wat meer visie verwacht en gehoopt om meer originele ideeën te zien. Er komen best veel mensen van buiten met ideeën, maar dat komt niet veel verder dan wat presentaties.” De maker waardeert vooral de koppige, maar ook dorpse mentaliteit. “Ik denk dat we goed het beeld schetsen van problemen in een krimpregio. Een oplossing zit er niet in, die hebben we zelf ook niet.” Zelf kijken de hoofdpersonen tevreden terug op het beeld dat van het dorp geschetst is. “Ik vind hem goed,” zegt Roelof Noorda meteen. “Je ziet duidelijk dat er een tweeledig verhaal in zit: aan de ene kant is er de ondernemer die wanhopig op zoek is om het hoofd boven water te houden en aan de andere kant zie je talloze bewegingen om de leefbaarheid te behouden, terwijl voorzieningen verdwijnen of al verdwenen zijn.”
Noorda vond het in het begin vreemd om zichzelf terug te zien. “Ik heb al eens een paar interviews gegeven, maar dit is anders. Je zit naar jezelf te kijken en denkt soms ‘O gut, dit had ik beter niet kunnen zeggen of doen’.” Wat Ulrum ervan moet vinden? “Daar kan ik niet zoveel over zeggen, maar ik hoop niet dat het dorp blijft hangen in het SPAR-verhaal. Die sluiting hing al langere tijd in de lucht en het is een samenloop van omstandigheden geweest, die ik zelf ook liever anders had gezien. Laat ik het heel plat zeggen: ik hoop niet dat de mensen zeggen dat wij leuk praten, maar tegelijkertijd de SPAR-winkel hebben laten verzuipen. Het hele dorp, incluis mijzelf, is daar schuldig aan.”
Marcel Vogelzang, die vorige week zijn winkel definitief sloot, moest bij het terugkijken in het begin vooral lachen. “Je kijkt met een bepaald beeld naar jezelf, maar als je het dan terugziet is het toch net even anders dan je het voor ogen hebt.” Emoties bij het zien van de sluiting voelde hij niet. “Mensen in Ulrum roepen dingen heel hard. Ze zouden meer bij ons gaan kopen, maar in de praktijk zag je dat gewoon niet terug.”
Hoe hij in beeld gebracht is vindt hij goed. Dat hij vlak voor het einde al gamend in beeld een winkelbediende neerschiet, vindt hij prima. “De makers hadden min of meer gevraagd of ik dat wilde doen en ik zag de humor er wel van in. Er zijn misschien mensen die dat raar vinden, maar als je het verschil tussen werkelijkheid en gamen snapt, zal je dit ook begrijpen.” Wat het dorp van de documentaire vindt kan ook hij lastig zeggen. “Ze hebben het niet mooier gemaakt dan het is, maar ook niet minder mooi. Voor mij is het nu klaar. Ik ben met de laatste loodjes bezig en houdt me eigenlijk niet meer zo bezig met wat de mensen van me vinden. Ik woon er ook niet en kijk voorwaarts.” Vogelzang gaat waarschijnlijk als ondernemer verder bij de SPAR.
Burgemeester Koos Wiersma bekeek op verzoek van De Streekkrant eerder de documentaire. Hij hoopte dat de makers meer van het dorp zouden laten zien. “Het gekozen sfeerbeeld straalt vooral veel rust en traditie uit, maar laat niet heel Ulrum zien. Wel zie je dat inwoners op zoek zijn naar nieuwe energie.” Het initiatief van het ‘Sokkenmeisje’ vindt hij mooi. “Die sokken zijn ook best leuk geworden en ik geloof dat de mensen er hartstikke trots op zijn. Vooraf was het misschien niet wat de Ulrumers er zelf van gedacht hadden. Sokken met de vlag erop zijn misschien voor een paar inwoners wel leuk, maar verder niet. Daar hadden ze toen niet direct bij stil gestaan. Dit verhaal is een mooie metafoor van hoe Ulrum omgaat met haar problematiek.” Zelf denkt Wiersma dat het wel goed komt met het dorp. “Er zijn prachtige initiatieven in de zorg, bij Expoor, op het gebied van energiebesparing en bij de muziekvereniging. De leefbaarheid verdwijnt niet nu de supermarkt weg is. De Marne kent ook andere dorpen waar geen supermarkt en school zijn en daar is de leefbaarheid ook nog goed.”
Makers Van ’t Kruis en Nauta hopen dat de documentaire ook bekeken gaat worden door beleidsmakers. “Ik hoop dat men bij de provincie, de landelijke overheid, maar ook de andere dorpen over de documentaire in discussie gaat,” zegt Van ’t Kruis. “Iedereen vindt het doodzonde dat de supermarkt weg is, maar in de fase er naartoe deed vrijwel niemand iets. Ik ben benieuwd hoe dat in andere dorpen ervaren wordt.”