Maria’s Mooie Mensen – week 27 – 2015

0
205

Bij tijden twijfelen we een beetje aan de gesteldheid van mijn buurvrouw. Ze komt nogal warrig uit de hoek de laatste tijd. Nou heeft ze al jaren van die verhalen die manlief en ik haar stokpaardjes noemen. Begin niet over water of regen, want geheid dat ze dan de hele kwestie rondom de hemelwaterafvoer opnieuw oprakelt. Er volgt altijd weer een onsamenhangend relaas over een niet te vertrouwen wethouder die onder één hoedje speelde met een boer waar ze al helemaal niks van moet hebben. Met veel uitspraken als ‘vind je ook niet’ en ‘dat is toch ook raar’ hoopt ze medestanders in ons te vinden, maar aangezien de hele kwestie nogal wazig en vooral gedateerd is, branden manlief en ik daar onze handen niet aan. Laatste punt van aandacht voor haar was onze haag van rododendrons. Slechts een jaar geleden stonden op diezelfde plek hoge bomen, maar ineens maakte ze zich ernstige zorgen over haar uitzicht. Met de vraag hoe snel die planten zouden groeien bestookte ze iedereen de laatste weken. Manlief deed het met een simpel ‘snel’ af, wat haar zorgen uiteraard niet ten goede kwam. In onze vakantie probeerde ze het nogmaals bij mijn ouders, maar zaaide alleen maar verwarring bij mijn moeder – ‘heb je een rododendron gekregen van de kinderen? – en irritatie bij mijn vader – dat moet je maar mooi met ze zelf bespreken. U begrijpt, bevredigd was ze allerminst. We waren dan ook nog maar krap vijf minuten thuis van vakantie of ze stond mijn man alweer op de hakken. Vanuit het huis sloeg ik het tafereel gade en vreesde opnieuw een discussie over deze haag die overigens nog  maar een meter hoog is. Maar het bleek dat er alweer iets anders was wat de buurvrouw bezig hield. Zo waren er volgens haar een week eerder jongens op het speelveld heel vreemd bezig geweest. Het leek alsof ze een dier aan het begraven waren – ‘en dat is toch wel heel vreemd, ja toch?’. De vraag is nu of de buurkinderen een dierbaar overleden huisdier een plekje op het speelveld hebben gegeven, of het psychopaten in de dop zijn die nu al levende dieren begraven of dat de buurvrouw toch een beetje vreemde verhalen te koop heeft. Zoals ik al zei: we twijfelen bij tijden wel een beetje aan haar gesteldheid. Wat niet meehelpt is het feit dat de thuiszorg inmiddels in afwisselende diensten van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aanwezig is. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de slechte gezondheid van de buurman, maar wij vrezen dat ze op deze manier ook de buurvrouw goed in het oog kunnen houden. Gisteren meenden we dat het toch echt de verkeerde kant op gaat. Buurvrouw stond midden op de weg, auto’s stopten in de berm en manlief wist zeker dat dat een onderbroek was die ze in haar hand had. De thuiszorg was gewoon aanwezig, dus wij gingen ervanuit dat die haar wel van de weg zouden plukken. Toen daar geen schot in zat, besloot ik toch maar zelf polshoogte te gaan nemen. Middels een feitelijk relaas deed ze me al snel uit de doeken dat een paar huizen verderop, waar ik inderdaad brandweerwagens en een ambulance ontwaarde, een afwasmachine in brand had gestaan, maar dat alles alweer onder controle was. ‘En nu ga ik weer verder met mijn eigen afwas’, zei ze, terwijl ze de theedoek over haar schouder gooide. ‘Ben ik blij dat ik dat nog met de hand doe’.