Piet’s Big City week–week 31 “15

0
1098

Op de Vismarkt komt een man op mij af. U komt mij zo bekend voor zegt hij. Ik ken u ergens van, maar weet niet meer waar ik u eerder heb gezien. De man draagt nog een ouderwets vrijschietertje, zo’n jas uit mijn vaders tijd die je niet uit hoeft te doen als je naar het toilet moet. Wel handig, helemaal vroeger, omdat toen wc’s nog geen haakjes hadden waar de jassen aan opgehangen konden worden. Hoe heet u ook maar weer? Ik antwoord dat ik Piet Allen heet, de broer van filmregisseur Woody, de man die bekend is geworden door zijn antwoord op de vraag hoe zijn relatie met de dood is. De man, die mij in de verte een beetje aan Rijk de Gooijer doet denken, kijkt mij ietwat verdwaasd aan. Wat heeft uw broer dan gezegd? Dat hij er zeer op tegen is. Op doodgaan dus. Volgens Rijk de Tweede is het toch heel iets anders. Het ligt op het puntje van mijn tong vervolgt hij, maar ik kom er gewoon niet op. Piet van Dijken, zegt u dat misschien iets probeer ik. Nee, riposteert het vrijschietertje, die naam zegt me niets. Nooit van gehoord. Wanneer iemand mij bekend voor komt, maar het vervolg blijft hangen zeg ik altijd dat ik zijn of haar naam even kwijt ben. Dat werkt goed. Mag ik een foto van u maken? De net niet De Gooijer staat iets te dichtbij. Dan kan ik die straks aan mijn vrouw laten zien. Misschien herkent zij u dan wel. Ik zeg dat ik daar geen zin in heb en vervolg mijn weg. Een fotootje maar, dat kan toch geen kwaad. Zuchtend geef ik toe en de man pakt opgelucht zijn telefoon. Ik maak er twee als u het goed vindt. Stel dat er een mislukt. Wat heeft u trouwens vroeger voor werk gedaan? Zanger zeg ik . Zanger. Ik zong vroeger altijd Ramona. Elke dag zong ik Ramona. Samen met mijn broer. Iedereen wilde elke dag Ramona horen. Stapelgek werden wij er van. Ach jongens, kunnen jullie nog een keer dat nummer zingen? Opeens verandert er iets bij de man in het jasje. Bozig blikt hij naar mij. Zijn ogen spuwen vuur wanneer hij roept dat het The Blue Diamonds waren die wereldberoemd zijn geworden met Ramona. En die kwamen uit Indonesië en hadden zwart haar. Ik heb al hun platen. LIttle ship keep sailing en Till I kissed you. Zing ze zo allemaal mee. U zit mij een beetje te dollen hè! Via het Koude Gat wandel ik naar de Herestraat. Achter mij roept de man nog dat het hem geen fluit meer interesseert wie ik ben. Maar toch ken ik u ergens van. Die laatste woorden blijven hangen, zelfs in de rij bij de HEMA voor een hotdog. Straks zal de man er achterkomen wie ik in werkelijkheid ben. En ook waar hij mij daadwerkelijk van kent.