Maria’s Mooie Mensen week 38 “15

0
161

Ik was toen ik jonger was best wel naïef en zeer goedgelovig. Verhalen dat ze me nog zo gek kregen de plastic planten water te geven doen het nu nog goed op feestjes en verjaardagen. In andere mensen zag ik vaak alleen het goede, zo ook in het manvolk. Geen idee had ik er van dat de heren me misschien wel wilden versieren of gewoon ‘scoren’. Samen met mijn partner in crime, beste vriendin, was ik altijd gewoon bezig met mijn eigen ding, zelf een leuke avond hebben en samen lol maken. We hadden zo onze geheel eigen tactieken om de heren geen valse hoop te geven. Ik weet nog goed hoe ik trots vanuit Lloret de Mar met schorre stem aan mijn moeder meldde dat wij nooit een drankje aannamen van de heren en dat deze heren dus andersom ook niks van ons konden verwachten. Was het leven maar zo simpel als die muntjestelefoon waar we toen nog mee naar huis belden. Inmiddels weet ik wel beter. Als je alweer heel wat jaartjes bij de weg bent als journalist en veel mensen ontmoet, bouw je je mensenkennis in hoog tempo op. Een voorrecht waar een beginnend journalist zoals mijn nieuw aangenomen collega nog niet over beschikt. En daar wringt nu de schoen. Onlangs was ik bij twee heren; nu keurige mannen, beide een gezin en wat grijzend. Maar vroeger waren ze anders, maakten deel uit van een club van ongeveer vijftien jongens die altijd aan elkaar gewaagd waren. Of het nou ging om het wielrennen wat ze samen deden, het stappen of het versieren van meisjes: bij alles ging de beuk erin en was vol gas tegen elkaar op. De oogjes glinsteren nog altijd als ze het hebben over die tijd als jonge honden, de blikken vinden elkaar nog moeiteloos als ze anekdotes uit die tijd ophalen. Hún Struuntocht belooft niet alleen een wandelfeest te worden, maar ook een trip down memory lane waarbij het ze lukte bijna alle heren van toen weer bij elkaar te krijgen. De belofte dat ze een opvallende groep zouden zijn, neem ik maar wat graag aan en wie beter dan deze heren, kunnen door mijn nieuwe collega gevolgd worden tijdens de tocht? Zo gezegd, zo gedaan. De heren hebben er zin in en daar wringt toch ergens de schoen. Ik denk aan mezelf, naïef en goedgelovig in mijn hart, herken ik de beginneling van jaren eerder nog in mijn collega én herken ik in de heren maar al te goed dat clubje wat ook beste vriendin en ik vroeger wel tegenkwamen tijdens het uitgaan. Want overal was vroeger wel zo’n clubje heren dat competitief achter de vrouwen aan zat. En opeens denk ik: ‘wat heb ik toch gedaan?’. Als mijn collega ook nog eens vraagt of ze nog naar het blarenbal moet gaan, breekt het zweet me helemaal uit. Want één van de laatste beloftes die de mannen me deden betrof de feestavond. Dáár zou het helemaal los gaan. ‘We weten nog niet hoe dat gaat aflopen’, lachten ze. En die lach hoor ik nu nog in mijn hoofd.