‘Ik schrijf bijna altijd over ontmoetingen met mensen. Dat is zo interessant.’

0
193
Visvliet Jan Boonstra KC-2

Schrijver uit Visvliet vertelt over zijn nieuwe boek

VISVLIET- Hij kan het zich nog goed herinneren. De spontaniteit en de hartelijkheid van de Ghanezen waarmee hij tijdens zijn reis kennismaakte. Die reis maakte Jan Boonstra uit Visvliet vorig jaar zomer door Ghana. Vier weken lang reisde hij met zijn vrouw door het Afrikaanse land. Dat resulteerde in een nieuw boek met de titel: Mosesvogels, een rondreis door Ghana. Het is het vijfde boek van de schrijver uit Visvliet. Waar hij over schrijft? “Bijna altijd over de ontmoetingen met mensen. Dat is zo interessant.”

Boonstra kruipt achter zijn computer en zoekt naar de foto’s van Ghana. Dat zijn er wel duizenden, lacht hij. Naast schrijven, legde Boonstra de tocht namelijk ook met een camera vast. Het zijn vrijwel allemaal blije, donkere gezichten op de foto’s. Op een daarvan zijn Ghaneze vrouwen te zien. Ze staan op een markt met potten en schalen vol met verschillende soorten voedsel. “Als je deze foto uitvergroot kan ik over elk stukje wel een verhaal vertellen. Er gebeurt hier zoveel. Of deze foto met de vrouw die haar hand opsteekt, dat is toch prachtig?”

Ghana is voor Boonstra niet de eerste kennismaking met Afrika, vertelt hij. Zo reisde hij voor zijn eerdere boeken al eens door Ethiopië en Madagaskar, maar ook door het Aziatische Laos, Cambodja en Vietnam. “Azië en Afrika zijn onze favoriete continenten,” vertelt hij lachend. Waarom dat zo is kan hij moeilijk duiden. “Misschien wel omdat wij ons daar altijd op ons gemak voelen,” verklaart hij. “En omdat de cultuur daar zo anders is dan dat wij gewend zijn in Europa. Dat is heel bijzonder om te zien en mee te maken.”

Tijdens zijn reizen door Afrika verbleef Boonstra niet alleen in hotels, maar ook in wat minder luxere omstandigheden. “We hebben ook in een tentje geslapen in de minder ontwikkelde gebieden. Dat wil je natuurlijk niet missen. Dat is ook Afrika,” zegt Boonstra. “Het is zo anders dan hier. Als je uit het vliegtuig stapt, zijn alle mensen donker. Is dat niet bijzonder? Jij loopt daar als blanke tussen. Je bent opeens in een heel andere cultuur. De dorpen waar we langskwamen zijn bijvoorbeeld nog ontzettend primitief. De huizen bestaan uit lemen hutjes met golfplaten. Er is nog een chief, een dorpsoudste die de dienst uitmaakt in het dorp. En een medicijn man. En daar loop jij als toerist. Je voelt je echt een beetje out of place.”

Een van de dingen die Boonstra het meest bijgebleven is, zijn de doodskisten. “Mensen worden begraven zoals mensen hen herinneren,” zegt hij en klikt een foto aan waar een grote zwarte naaimachine met fleurige bloemen op staat. “Kijk, die persoon die overleden is, had een naaiatelier. En deze,” zegt hij terwijl hij een foto aanklikt met een grote nagemaakte kip, “had een kippenboerderij.” Ook een doodskist in de vorm van een blikje frisdrank komt voorbij. “De begrafenissen zijn daar een stuk vrolijker dan hier. Daar herdenken ze het leven van de overleden persoon. We zijn ook op zo’n begrafenis geweest.”

Aan het einde van elke dag, krabbelde Boonstra in zijn zwarte notitieboekje. Korte zinnen die hem helpen herinneren wat hij waar ook alweer beleefd heeft. Hij wijst een aantal krabbels aan. Bij terugkomst werkte hij die krabbels uit op de computer. Daarna stuurde hij het geheel op naar een redactrice van de uitgeverij van zijn boek. “Zij gaf schrijftips, haalde fouten eruit en als ze het inhoudelijk even niet meer kon volgen, dan gaf ze dat ook aan.”

Uiteindelijk stuurde Boonstra zijn laatste versie van het manuscript naar de uitgever op. Dat leidde tot Boonstra’s nieuwe boek met de titel Mosesvogels. Een fascinerende zelfbedachte titel, vindt Boonstra. “Ik heb al een aantal complimenten gekregen over de titels van mijn boeken,” vertelt hij trots. “Als je de titel leest weet je niet direct waar het over gaat, maar je wilt wel verder lezen. Ik vind het leuk om die te bedenken en om daar spanning in aan te brengen.” Waar de titel Mosesvogels opslaat, verklapt de schrijver niet. “Dat kom je te weten als je het boek leest. Ik kan hooguit zeggen dat een van onze twee gidsen Moses heet,” besluit hij mysterieus.