Maria’s Mooie Mensen week 50”15

0
122

‘Het leven kan soms zo simpel zijn’. Eén van de gevleugelde uitspraken die in huize Wijnands regelmatig voorbij komt. Als je zoals ik, vaak niet van de weg van de minste weerstand bent, maar regelmatig voor de moeilijkste route kiest, is dit een uitspraak die je liever niet hoort. Of in elk geval eentje waar je je moeilijk bij neerlegt. Neem nou mijn zwangerschap. Dat je aankomt als je zwanger bent, is in principe een feit. Niks mis mee. En dat je van een tweeling extra aankomt, kan ook iedereen bedenken. Elke week opnieuw schrikken als er zomaar een halve of hele kilo bij zit, is dan ook totaal zinloos. Wie namelijk twee kinderen draagt die gestaag groeien, zal aankomen en soms zelfs met één kilo per week. Zo simpel is het. Maar desondanks een harde dobber voor mij. Om er toch nog maar even aan te tornen laat ik die kilo die er in (slechts!) één week bij aan zat even vallen bij de gynaecoloog. Geen verbazing, geen verwondering, slechts de simpele bevestiging: ‘ja, ze zetten wel aan’. Tijd om een andere moeilijke weg dan maar te bewandelen. Een bijna tweejarige aan het eten krijgen; een bij tijden kansloze missie waar ik me graag aan waag. Ook ik weet: soms heeft ze gewoon geen zin, smaakt het niet of is ze dwars en dan kun je vliegtuigjes nadoen dat je een ons weegt, dreigen met geen toetje of op je hoofd gaan staan, maar er gaat heus geen hap in. Tegen beter weten in echter, vind ik dat dan toch vervelend en doe ik dappere pogingen. ‘Oh wat heeft mama lekker gekookt’, ‘wat zou Olivia dit lekker vinden’ en ‘wil je niet groot en sterk worden’, gooi ik in de strijd. Alles gevolgd door een helder ‘nee’. Ze gaat heus niet eten, zo simpel is het. En zo simpel was het ook afgelopen week op de echo. Of we het geslacht van onze baby’s willen weten? Nou en of! De gynaecoloog zoomde eens goed in en trok een moeilijk gezicht. Haar conclusie was even logisch als weer simpel: het leek in de verste verte niet op een jongen, dus dit moesten wel meisjes zijn. Hoewel het wat vroeg was, hield ze de verplichte slag om de arm, maar ze wist wel zeker dat dit geen jongens zijn. Meisjes dus. Net als toen we hoorden dat het niet één kindje maar twee waren, schoten manlief en ik in de lach. Dus nog twee van die portretten erbij. En nogmaals alles roze en jurkjes inslaan. Vol enthousiasme slaan we in dit weekend. Op zondagavond komt dan toch nog even die moeilijkste-weg-zoeker in mij naar boven. Met schrik denk ik aan de roze kinderwagen, de roze kleertjes en het bloemetjesbehang wat we uitgezocht hebben. ‘Wat nou als ze zich toch vergist heeft?’ vraag ik manlief. ‘Simpel’, antwoordt hij, ‘dan gaan we alsnog voor blauw’. Tja, zo simpel is het.