‘Kluizenaars zijn mensen met een ontdekkingsreisachtige tik’

0
504
Warfhuizen Kluizenaar Priester

Pater Hugo is de enige kluizenaar van Nederland

Warfhuizen Kluizenaar Priester-2Warfhuizen Kluizenaar Priester-3WARFHUIZEN- Al bijna vijftien jaar past hij op de kerk in Warfhuizen. Hij leeft er teruggetrokken, want hij is een kluizenaar. Naar buiten gaan doet hij maar af en toe. Om boodschappen te doen bijvoorbeeld, dan stapt hij op zijn scootertje en rijdt in zijn zwarte gewaad naar de Jumbo. Mensen kennen hem als pater Hugo. Hij is de enige officiële rooms-katholieke kluizenaar in Nederland. Voor pater Hugo betekent kerst aandacht. “Aandacht voor elkaar, voor je familie. Het hele kerstverhaal draait om aandacht.”

In zijn zwarte gewaad loopt broeder Hugo door de kerk. Het is de kerk van de Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in Warfhuizen. In de kerk staat een hek met zwarte spijlen dat het Mariabeeld daarachter, scheidt van de houten kerkbanken. Moeder Maria torent hoog boven het zwarte hek uit. Achter het hek, is naast het Mariabeeld in de kerk ook een smalle, verlichte doorgang te zien. Daarachter woont hij. “Veel mensen fantaseren weleens dat ik in een soort kelder woon, maar ik heb gewoon een badkamer, wc, en een keuken hoor,” lacht hij. “En twee logeerkamers voor als er priesters komen logeren die op zoek zijn naar rust en ruimte.”

Pater Hugo is een 39-jarige katholieke kluizenaar. Hij groeide op in het Drentse Odoorn. Zijn ouders waren hervormd, maar dat was van jongs af aan geen pak dat hem lekker zat. “Je bent opgevoed in zo’n traditie dus in het begin weet je niet beter. Maar op mijn veertiende bezocht ik een katholieke kerk in Maastricht. In het zuiden van Nederland en in zuidelijke landen is de katholieke traditie groter. Dat was zo mooi en indrukwekkend. Ik werd door de ruimte in die kerk geraakt, maar ook door de mensen en de manier waarop zij gelovig waren. Toen is het in een stroomversnelling geraakt, twee jaar later werd ik katholiek,” vertelt broeder Hugo.

Op die leeftijd wist hij nog niet dat hij kluizenaar wilde worden. “Maar ik had wel een enorme nieuwsgierigheid naar God. Al toen ik op de kleuterschool zat, stelde ik religieuze vragen aan de lopende band. Buurvrouwen die kwamen oppassen werden gek van mij,” lacht Hugo. “Alle grote vragen in het leven vond ik interessant. Het was een hele zoektocht naar wat ik wilde worden, ik dacht eerst, misschien wil ik wel pastoor worden, maar daar zat de voortdurende drang onder om kluizenaar te worden. Je moet hier wel een zekere drive voor hebben. Een intens verlangen om over de grenzen heen te kijken van wat je nog met je verstand kunt beredeneren. Kluizenaars zijn meestal ook mensen die een beetje een ontdekkingsreisachtige tik hebben. Een soort verlangen naar wat je niet meer kunt weten.”

We hebben een kerkelijke traditie die daar mogelijkheden voor schept, vertelt Hugo. “Die traditie bepaalt dat kluizenaars door heel veel stilte te ervaren en alle prikkels van buitenaf weg te nemen zich helemaal in het mysterie kunnen storten. Het mysterie van God en ons bestaan.” De broeder vertelt dat zijn dagen bestaan uit een afwisseling van bidden en werken. “Dat doen kluizenaars al sinds de derde eeuw,” geeft hij aan. “Ik bid acht keer per dag. Het belangrijkste gebed is het koorgebed, dat bestaat onder meer uit 150 Psalmen die elke week voorbijkomen.”

Om kwart voor vijf ’s ochtends staat hij op. Dan drinkt hij een kop koffie en om half zes begint hij met het koorgebed. “Daar ben ik een uur en drie kwartier mee bezig, dan ga ik ontbijten en om half acht begint het gebed bij zonsopgang. Dat duurt een uur. De rest van de dag staat ook in het teken van bidden. Om kwart voor acht bid ik mijn laatste gebed en dat duurt tot acht uur. Van acht tot negen uur ‘s avonds heb ik dan nog een uur voor mezelf. Dan lees ik bij voorkeur een boek dat niet over theologie gaat," glimlacht hij. "Zo werkt dat wat."

Hij werpt een blik door de ramen van de kerk. “Oh, het raam moet ook gerepareerd worden,” merkt hij op. Als kluizenaar in de kerk is hij ook verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. “Ik veeg, stof af en schraap kaarsvet van de vloer,” grapt hij. Ook klautert hij in appelbomen bij de kerk en knipt de klimhortensia’s onder de dakgoot bij. Of hij dat ook in zijn zwarte kledij doet? “Nou dat is wat onhandig, dus daarvoor heb ik tegenwoordig wat anders. Maar dit gewaad is gewoon mijn kleding. Het is niet de bedoeling dat ik mij geneer voor wie ik ben en liever een trui ga dragen. Waarom zou ik niet in mijn zwarte pij naar buiten kunnen?"

Naast het onderhoud van de kerk heeft broeder Hugo ook nog andere werkzaamheden. Zo vertaalt hij teksten uit het Duits, Engels, Frans en Italiaans. "Het gaat om kerkelijke teksten die stijf staan van het kerkchinees. Dat versta ik als geen ander. Ook schrijf ik zelf teksten, zoals een column in een katholiek nieuwsblad. Ik vind het leuk om te schrijven, vooral als het een beetje smeuïg mag zijn."

Volgens hem wonen de meeste kluizenaars in een kleine woning met een kapel. “Het idee was ook om zoiets voor mij te bouwen, maar deze voormalige kerk van de protestantse gemeenschap, stond leeg. Monumentenzorg gaf aan dat ik er in mocht wonen, maar wel de buitenkant in tact moest laten. Toen ik hier kwam was de binnenkant van de kerk in slechte staat. Daarom woonde ik tijdens de verbouwing een tijdje bij mijn ouders en in een stacaravan hier op het terrein.” Deze oude dorpskerk is veel groter dan een normale kluizenaarskapel, vertelt Hugo. “Als je hier dan ’s winters in je eentje het koorgebed zit te bidden, is het wel wat aan de grote kant, ja.”

Eenzaam voelt hij zich niet. “Nee hoor. Ik heb weinig contacten, maar de contacten die ik heb zijn alleen maar beter geworden. Wanneer je minder gesprekken hebt met mensen, worden ze vaak beter. Geen praatjes over het weer of de nieuwste dorpsroddels,” lacht hij. “Iemand komt dan bijvoorbeeld met een vraag of een bepaald geestelijk onderwerp en dan voeren we daar een gesprek over. Het gaat dan om de persoonlijke relatie tussen God en de mens.”

Hij vertelt dat hij als kluizenaar niet alle dingen kan doen die hij graag zou willen doen. “Reizen zit er voor mij bijvoorbeeld niet vaak in. Al moet ik af en toe naar een kluizenaarsconferentie in Duitsland. Omdat ik de enige kluizenaar ben in Nederland ga ik naar die Duitse conferentie. De laatste kluizenaar voor mij stierf in 1930 in Limburg,” zegt Hugo. “Voordat ik kluizenaar werd, was ik een enorme filmgek,” vervolgt hij. “Samen met mijn broer gingen we minstens één, maar het liefst wel drie keer naar de bioscoop. Dat is er nu niet meer bij. Ook was ik een fanatieke skiër. Maar iedereen die bepaalde keuzes maakt laat andere mogelijkheden liggen.”

Zijn ouders ziet hij ongeveer een keer in de maand. “Zij komen dan vaak hier naar toe en dan helpen ze met een karweitje dat me in mijn eentje moeilijk afgaat. Ze komen wel altijd hier naartoe. Als kluizenaar kan ik hier niet zomaar weg. Maar als ik naar de tandarts moet in Gieten, dan rijd ik wel altijd door naar mijn ouders. Dat ritje op mijn scooter duurt twee uur en daar geniet ik echt van. De afspraak probeer ik daarom altijd in de zomer te plannen, dan is de kans groter dat het mooi weer is.”

Ook ziet hij zijn ouders, en zijn broer, rond de kerst. “We zijn als gezin niet vaak meer bij elkaar, maar ergens in die periode eten we samen bij mijn ouders in Odoorn. En dan is het ook vaak heel gezellig. Van oudsher is kerst een belangrijk feest voor ons.” Hugo vertelt dat kerst bij uitstek de gelegenheid is om eens extra aandacht aan elkaar te besteden. “Mensen krijgen tegenwoordig vaak te horen dat ze met kerst juist moeten denken aan mensen die honger hebben en pijn lijden. Zij moeten zich dan schuldig voelen dat ze met kerst de boel mooi versieren en extra lekker eten maken.”

Pater Hugo wil die mensen juist aanmoedigen. “Zet je telefoon uit, maak het huis zo gezellig mogelijk, hang zoveel mogelijk lichtjes in de boom en kook zo lekker mogelijk voor de mensen die je dierbaar zijn. Om eens werkelijk met hen samen te zijn. Aandacht is heel belangrijk. Kerst draait daar om. God heeft zoveel aandacht voor ons gehad dat hij mens werd in de vorm van het kindje Jezus. Het hele kerstverhaal draait om aandacht.”