Lobke Overdevest spaart echte Duitse kersthuisjes

0
381
Leens lobke over de vest

‘Ik probeer alle huisjes in dezelfde stijl te sparen’

LEENS- Echte Duitse kersthuisjes. Dat is wat Lobke Overdevest al vijftien jaar verzameld. Ze staat woensdagochtend in de hoek van de kamer waar ze op twee tafeltjes een dorp heeft ingericht. In haar rechterhand houdt ze een afstandsbediening, waarmee ze met een druk op de knop de lichtjes in de huizen laat branden. Het gaat om bestaande Duitse gebouwen. Ze spaart er ook poppetjes bij en dieren. “Maar ik wil geen treinen of glitterachtige huizen. Dat vind ik niks. Deze stijl zo rond de 19e eeuw vind ik mooi.”

Lobke wijst het schoenmakershuisje aan. “Kijk, die moest ik per sé hebben, want mijn vader was schoenmaker,” vertelt ze. Vlakbij het schoenmakershuis staat een apothekerswinkeltje. Door de kleine raampjes kun je een poppetje zien zitten. “Leuk he?,” zegt ze vrolijk en vertelt dat ze het belangrijk vindt om niet alleen de huizen te hebben, maar ook de mensen en de dieren. “ Neem die postbode daar die post rondbrengt met kerstmis, of die nonnen die daar staan. Die horen er gewoon bij.”

Net als de jager, de hertjes, de kinderen bij de ijsbaan en de bakker bij het bakkershuisje. “Ik heb het dorp zelf zo neergezet. Ik heb geen vaste opstelling, ik kies elk jaar zelf hoe ik de poppetjes, dieren en de huizen neerzet.” Ze wijst een iets groter huis aan. “Kijk, dat is het hotel waar Barbarossa nog ingeslapen heeft. Hoe heet dat ook alweer? Gasthaus Zum Riesen,” zegt ze terwijl ze de catalogus erbij pakt.

Uit de catalogus, een klein Duits boekje, kiest Lobke de huisjes die ze wil hebben. Ze vindt het belangrijk dat het om echte bestaande gebouwen gaat. “Anders vind ik er niks aan.” Het sparen van de huisjes is begonnen met een busreis vanuit Ulrum naar Duitsland. “Ik ging mee met die reis en toen ik in Duitsland kwam, ben ik die huisjes gaan sparen. Al mijn huisjes probeer ik in dezelfde stijl te sparen. Sommigen willen een gemixte stijl, maar ik niet. Ik wil ook geen trein of moderne dingen. Geef mij maar deze huizen, paarden en koetsen. Dat geeft rust. Ik wil een rustig dorp.”

De huisjes koopt Lobke in Duitsland zelf. “In de plaats Langewehe. Elk jaar haal ik daar ook mijn catalogus. Als we op vakantie gaan dan laat ik mijn man kiezen, gaan we voor de vakantie naar Langewehe of erna?,” lacht ze. Ze vertelt over de keer dat ze graag nog een paard bij een huisje wilde kopen. “Ik had een huisje gekocht en daar hoorde een paard bij. Ik dacht eerst, nou dat paard wil ik niet, maar later wilde ik het wel graag hebben. Toen bleek het paard uitverkocht te zijn en het jaar daarop ook. Ik heb een brief geschreven en gebeld en uiteindelijk is het toch goedgekomen. Ik heb het paard kunnen kopen,” zegt ze en gebaart naar het bruine paard voor het huisje.

Lobke vertelt dat haar ouders haar kerstdorp heel mooi gevonden zouden hebben. “Vroeger nam mijn vader voor mij al een handgesneden kerststal mee als hij terugkwam van vakantie. Dat vond hij prachtig. Ook kreeg ik toen ik klein was een ‘knusperhaus.’ In het Nederlands heet dat een peperkoekenhuis. De wanden en het dak zijn allemaal met snoep bedekt. Duitse kinderen krijgen dat vaak onder de kerstboom. Mijn ouders maakten zo’n huis van een schoenendoos. Mijn moeder plakte er dan snoepjes op. Zelf maak ik ook elk jaar een ‘knusperhaus,’ maar dit jaar heb ik dat voor het eerst niet gedaan. Nou, dat vonden ze jammer hoor, kreeg ik te horen op het familieweekend. Dus volgend jaar ga ik maar weer aan de slag.”

Volgens de kersthuisjesverzamelaar is haar collectie nog niet compleet. “Nee, ze verzinnen elk jaar nieuwe huisjes, het zijn er zoveel. Een vriendin van mij is ook begonnen met sparen, zij heeft een stadstoren. En die vind ik zo mooi, maar ik heb een dorp, dus ik weet niet of zo’n toren daar wel bij past. Daar ben ik nog over aan het nadenken. Verder krijg ik nog een huisje van mijn dochter voor mijn verjaardag en ik koop nog een jachthut. Ik wil er sowieso nog wel vier. ” Of ze elk jaar iets nieuws koopt? Ze lacht. “Het liefst wel.”