Maria’s Mooie Mensen 1″15

0
167

Het sneeuwt. Het sneeuwt en dat haalt zoals gewoonlijk het slechtste in mij naar boven. Ik heb er niks mee. Het is koud, nat en vies en het is onmogelijk alleen al de afstand van deur tot auto op normale wijze af te leggen. Met twee baby’s in mijn buik die gestaag groeien is de uitdaging dit jaar nog groter. Bovendien: mijn zo geliefde dikke sneeuwlaarzen kan ik beter laten staan aangezien ik er mijn vorige zwangerschap in gewoond heb en toen bleek dat deze zogenaamde Uggs zo weinig steun bieden dat ik nog een half jaar na mijn bevalling last van mijn voeten bleef houden. Het leven door de sneeuw is dus zwaar. Het rare is: deze witte wereld haalt het gekste in de mensen naar boven. Ik vergeet nooit meer hoe ik ooit in de stad van huis naar de bus ploeterde. Ik gekleed in een heuse winter-survival-outfit compleet met toen nog wel de sneeuwlaarzen, dikke muts, wanten en maillot onder de broek, terwijl er voor mij een jonge meid gekleed in minirok en laarzen met hak dezelfde weg trachtte te begaan. Ik vraag me dan oprecht af wat er door haar hoofd ging toen zij die ochtend de gordijnen opende en zag dat de wereld wit was: ‘goh een mooie dag voor mijn minirok?’ Blijkbaar gingen die gordijnen pas open toen ze ook echt weg moest en er geen tijd was ‘sneeuwproof’ kleren aan te trekken. En zo vergaat het blijkbaar ook veel oudere mensen. Deze ochtend als ik naar mijn werk rijd, kom ik weinig zielen tegen. Immers: als je niks hoeft, dan bedenk je je wel. Maar de ouderen onder ons blijkbaar niet. Want waar de jongeren schitteren door afwezigheid op de weg, zie ik een hoop ouderen op fiets en achter de rollator. Blijkbaar een prachtige dag om even in beweging te zijn. Noem de jongeren dan maar lui, maar verstandig vind ik ze ook. Wie ook in grote getale de deur uit gaan zijn de jonge kinderen. In mijn ogen is elke variant van spelen met je kind in de sneeuw een vorm van zelfmarteling. Er eindigt er altijd één vóór de slee, er is er altijd eentje die die sneeuwpop moet afmaken en altijd weer eentje die alle laarzen moet uitkloppen, natte broeken moet uittrekken en wie zijn eigen droge muts moet afstaan aan een ander die zijn muts doorweekt heeft. En dat is uiteraard moeders. Maar goed, als tegenwicht tegen al dit winters sarcasme heb ik twee jaar geleden een prachtig meisje op de wereld gezet die al weken droomt van een witte wereld en sneeuwpoppen. Ze komt zowaar zonder morren haar bed uit als ze hoort dat het door haar zo gewenste en door haar moeder zo gehate sneeuw dan eindelijk gevallen is. ‘Mama, mama, kom nou kijken!’ roept ze voor het raam. ‘Oh! Alles is wit. Prachtig’, aldus de slechts tweejarige. Tja, daar zou zelfs de sneeuw van smelten.