“Zie ook om naar de mensen dichtbij je”

0
181
Loes Jansen 2014

Feestelijke tussenstop decentralisatie-trein op 21 januari

ZUIDHORN – Het zit erop: het eerste jaar van de transitie: dat wil zeggen de overheveling van landelijke taken naar de gemeentes. Afgelopen jaar is een eerste start gemaakt met deze veranderingen. Een ontwikkeling waarbij zowel de gemeente, de organisaties als de bewoners een andere rol krijgen. De Stichting Welzijn gemeente Zuidhorn (SWgZ) heeft er dan ook een roerig en druk jaar opzitten. “Eigenlijk begint het nu pas echt. De trein dendert door”, aldus leidinggevende Loes Jansen. Maar even houdt deze trein halt. Op donderdag 21 januari is er een speciale bijeenkomst om even stil te staan bij wat er al bereikt is en samen vooruit te kijken.

Focus op de jeugd

Al eerder sprak Loes over 2015 als een ‘overgangsjaar’, een jaar waarin veel mensen nog de zorg behielden zoals ze gewend waren. Maar 2016 zou het jaar zijn waarin alles anders kán worden. Denk niet dat men bij SWgZ afgelopen jaar dus rustig achterover heeft gezeten; integendeel, er is veel gebeurd om de transities zo soepel mogelijk te laten verlopen. In eerste instantie is vooral gefocust op de groep van nul tot achttien jaar. “Het was echt een jaar waarin we moesten ontdekken: “wat komen we tegen en wat is er nodig om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen”, vertelt Loes. Naast alle veranderingen in welzijn en zorg heeft de stichting ook te maken met een aanstaande fusie van de vier gemeentes Zuidhorn, Grootegast, Leek en Marum tot een nieuwe gemeente Westerkwartier. “Het allerbelangrijkste was dat er dit jaar dat niemand buiten de boot zou vallen. Je wilt niet dat er bijvoorbeeld een kind in een onveilige situatie zit of terecht komt simpelweg omdat de overdracht of organisatie niet goed zou zijn. De gemeente heeft er voor gekozen om de Jeugdwet als prioriteit te stellen en de toegang hiertoe is het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG opereert Westerkwartier breed. We hebben er met alle deelnemende partijen hard aan gewerkt dat deze Jeugdzorg goed functioneert. Dat ging met vallen en opstaan, voortschrijdend inzicht en soms ook met het inzetten van extra mensen.”

De basis van het werken die in het CJG gelegd is, moet worden doorgetrokken naar welzijn en zorg voor alle mensen die dat nodig hebben. “We hebben er rekening mee gehouden dat dit CJG concept uiteindelijk moet gaan werken voor bewoners van nul tot 110 jaar. Daar gaan we in 2016 hard aan verder werken; dat er op een zelfde manier ook aandacht is voor inwoners vanaf 18 jaar. Een werkwijze per leeftijdsgroep gespecificeerd heeft volgens Loes weinig zin. “We benaderen vanuit het CJG ook niet alleen het kind maar betrekken ouders/verzorgers, het netwerk en de leefomgeving. Hoe kun je alles benutten om iemand de kans te geven zich zo goed mogelijk te ontwikkelen? En daarbij maakt het niet uit of je zeventien of zeventig bent.”

Buurtwerkers vinden nieuwe rol

De buurtwerkers vervullen een belangrijke rol hierin. “Zij werken ín de buurt, zijn de spin in het web. De ene keer bieden ze individuele hulpverlening, maar een andere keer zijn ze de verbinder die mensen of partijen samenbrengt. Eén ding staat voorop: zij zijn bekend in en bij de buurt.” De buurtwerkers hebben hard gewerkt het afgelopen jaar. Hen wachtte een andere manier van werken; bewoners aan het roer, eigen kracht van de mensen benutten, niet aanbodgericht maar steeds meer vraaggericht werken, intensiever bouwen aan een netwerk en anticiperen op veranderde wetgeving. “Ja, dat viel niet altijd mee en voor 2 medewerkers was het ‘nieuwe werken’ aanleiding om een andere baan te zoeken wat volstrekt voorstelbaar is. Als organisatie zijn we verantwoordelijk voor alle ontwikkelingen maar ook voor onze medewerkers en we vragen ons af of we nu niet eerst eens tijd moeten nemen om alles te bestendigen”, geeft Loes toe. Ze spreekt met trots over het team dat nu actief is. “Het is een leuke, hechte club die één is met elkaar, voor elkaar in de bres springt, maar elkaar ook steeds meer durft aan te spreken. Ze hebben gebouwd aan de inhoud van hun functie: heel veel mensen in Oldehove kennen Harry Rook, bijna iedereen in Aduard kent Loes Lestestuiver. Als mensen een vraag hebben zouden ze moeten horen: ‘oh, dan moet je bij Harry zijn’. Uitgangspunt is wel dat zelfredzaamheid voorop staat.

Daarmee snijdt Loes een belangrijk punt aan. De decentralisatie houdt in dat niet alle zorg die men nu ontvangt, ook straks nog gegarandeerd is. Er wordt meer van de mensen zelf verwacht; het is niet meer ‘u vraagt, de gemeente draait’, maar ‘wat kunt u zelf of met hulp van de mensen om u heen’. Het kan dus zijn dat bepaalde zorg straks anders georganiseerd wordt (de transformatie). “Ja, en eigenlijk begint het dan pas echt”, vertelt Loes. “De noodzaak om dingen anders te doen wordt pas voelbaar als bepaalde voorzieningen niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Want waarom zou je je hulp anders gaan organiseren als je die hulp gewoon nog krijgt?” Wij willen samen met onze partners en vrijwilligers onderzoeken welke hulp vanuit het welzijnswerk vervangende ondersteuning kan bieden. Uitgaande van het idee dat mensen zoveel mogelijk zelf de regie houden en daarbij zelf zoeken naar mogelijke oplossingen.

Samen als dorp

Om deze hele transformatie te laten slagen is een omslag in denken wél van groot belang. “Eigenlijk is het bijna terug naar hoe het ooit was en waar wij toe opgeleid zijn”, lacht Loes. “Mensen moesten hun vraagstukken zelf oplossen en anders was er altijd wel een buur die iets deed. Door de individualisering van de maatschappij merk je dat mensen het moeilijk vinden om hulp te vragen maar ook om hulp aan te bieden. Iedereen is er een beetje bang voor geworden. Maar met de inzet van de buurtwerkers en vrijwilligers hopen wij het aloude Noaberschap weer meer leven in te blazen. Juist in de tijd van een terugtrekkende overheid worden mensen aangesproken op hun gezamenlijke kracht: de één kan dit voor de ander betekenen en de ander kan op een ander terrein weer iets terug doen!” Neem bijvoorbeeld de kerk, die heeft goed zicht op hoe het met de leden van haar gemeenschap is gesteld. Ouderlingen bezoeken de mensen die, op wat voor manier dan ook, een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Maar zij hebben ook hun grenzen in wat ze qua tijd en kennis aankunnen. En daarom willen we samenwerken en kijken hoe we door deze samenwerking de krachten kunnen bundelen. Ieder op het eigen terrein van waar ie het beste in is maar juist weer sámen om zo veel mogelijk mensen die er behoefte aan hebben te kunnen ondersteunen. Daarvoor juist is ook het Steunpunt Welzijn opgericht. Eén telefoontje naar dit Steunpunt en wij organiseren dat de vraag op de juiste plek terecht komt.” Meer initiatieven ontstaan om het wegvallen van bepaalde zorg goed op te kunnen vangen. Zo wordt er binnenkort in een samenwerking met het Zonnehuis gestart met niet-geïndiceerde dagopvang. “Voor mensen die straks niet meer een indicatie hebben, maar voor wie het wel wenselijk is dat zij naar een beschermde activiteit kunnen. Mensen die we wél willen blijven activeren en stimuleren, waarbij we isolement willen tegenaan, maar voor wie het reguliere aanbod gewoonweg niet voldoet.” Er wordt nagedacht over het organiseren van teams van getrainde vrijwilligers die kwetsbare mensen in de dorpen zullen gaan bezoeken om te kijken of zij zich nog goed redden en waar eventuele behoeftes liggen. En er wordt gewerkt aan een navolging van de succesvolle Buurthuiskamer in Aduard. “Een concept dat we breder kunnen trekken omdat bewoners van andere dorpen met initiatieven hiertoe bij ons komen. Het is een plek waar men terecht kan voor een steuntje in de rug of gewoon voor een kop koffie, gezelligheid en contact. Het mooie is dat het dichtbij is en als dorp samen, naar eigen behoefte, kan worden georganiseerd.”

Niet voor niets werkt SWgZ onder het motto ‘dichtbij en voor iedereen’. Dé manier volgens Loes om alle uitdagingen die de transformatie ongetwijfeld nog met zich meebrengt het hoofd te bieden. “In een dorp wonen heel veel verschillende mensen, allemaal met eigen behoeftes en wensen en zij moeten het samen doen. De realiteit maakt dat je als dorp nu juist dichtbij naar elkaar om moet kijken. Het is fantastisch als je geld stort op de giro van een goed doel, maar vergeet niet om je ook gewoon dichterbij huis in te zetten voor een ander”, vindt ze. “Gelukkig”, vervolgt ze snel weer monter, “zijn er genoeg mensen die op hun eigen manier veel te bieden hebben. Samen komen we een heel eind.

Bijeenkomst 21 januari

Er is veel gebeurd; ook nog veel te doen. Maar wat beter dan even een moment nemen om stil te staan bij de vooruitgang, samen het glas te heffen en alvast nieuwe plannen te smeden? Daarom wordt er op 21 januari een bijeenkomst georganiseerd in het Cultureel Centrum te Zuidhorn. “Het afgelopen jaar hebben we nadrukkelijk de samenwerking gezocht met andere instanties en organisaties. Niet alleen in Zuidhorn maar ook in het Westerkwartier. Het CJG wordt verder ontwikkeld en met een aantal partners starten we met een intensievere samenwerking voor de inwoners van 18+. We hebben samen al zoveel voor elkaar gekregen”, vervolgt Loes tevreden, “de bijeenkomst is hét moment om te laten zien dat we er trots op zijn dat we elkaar sneller en makkelijker vinden, dat we over ons eigen werkveld heen durven te kijken maar ook een ander een kijkje in onze eigen keuken durven te geven. Dat we elkaar steeds meer vertrouwen en er vooral van doordrongen zijn dat we deze hele transformatie met z’n allen moeten fixen.”

Nadrukkelijk zijn ook alle betrokken en geïnteresseerde bewoners uitgenodigd om 21 januari van 16.30 tot 18.00 uur aanwezig te zijn. “We willen in gezamenlijkheid vieren dat we al zo ver zijn. Het is een bijeenkomst om elkaar te ontmoeten en de saamhorigheid te onderstrepen. Bewoners mogen ook hun ideeën indienen en dat kan van alles zijn: van het aanstellen van een straatcontactpersoon tot aan het organiseren van een gemeente breed cultuurfeest. Alles kan en mag ingebracht worden, maar uiteraard”, voegt ze er wellicht overbodig aan toe, “gaan we natuurlijk alleen in op ideeën die passen binnen onze taakstelling en waarbij de bewoners ook zelf betrokken kunnen en willen zijn bij de ontwikkeling en uitvoering.”

Leefbaarheidsprijs

Het belooft een gezellige middag te worden met een officieel programma geleid door burgemeester Bert Swart. Naast het afscheid en welkom voor bestuursleden van SWgZ, de onthulling van schilderijen van ’t Rinket gemaakt voor de kantoren van SWgZ, en informatie over het werk van SWgZ zal de burgemeester ook de Leefbaarheidsprijs 2015 uitreiken.