Maria’s Mooie Mensen 5”16

0
199

Van elke 1000 zwangerschappen in Nederland zijn er ongeveer 15 een tweelingzwangerschap. Slechts 35% van de tweelingen is eeneiig en daarvan weer 70% deelt een placenta. Mijn meisjes lijken dus redelijk bijzonder. Een situatie die niet zo vaak voorkomt en die in de medische wereld handenwrijvend wordt bekeken. Echter in de ‘gewone’ wereld blijkt een tweeling bepaald geen unicum. Een ieder die ook een tweeling heeft, zal dit herkennen en een ieder die ooit van een tweeling in zijn nabije omgeving hoort ongetwijfeld ook: écht iedereen kent wel een tweeling in zijn nabije omgeving. ‘Het lijkt wel alsof het in de lucht zit’, zei een schoonzusje tegen me. ‘De broer van de man van mijn zus heeft net een tweeling gekregen en een oud-klasgenootje van de basisschool verwacht er ook eentje. En nu jullie, ik hoor niet anders.’ Bij de slager kun je ook altijd terecht voor zielsverwanten. Of je nou een been breekt, tachtig wordt of zoals ik een tweeling verwacht, één van de dames weet er alles van. Ditmaal wist ze zo twee andere tweelingen op te lepelen, waarvan één net als die van mij een eeneiige meisjestweeling is. Daarop volgden onheilspellende verhalen hoe de tweeling puur op elkaar gericht was en zo het oudere zusje compleet eenzaam opgroeide. En uiteraard de laatste en nog onheilspellender gebrachte opmerking: ‘je gaat het heel druk krijgen’. De rillingen zouden bijna over je rug gaan. Deze opmerking komt nogal eens voorbij in werkelijk alle varianten. Naast deze onheilspellende vorm waarbij je direct visioenen voor je zit van jezelf tussen bergen vieze kleren, overal luiers en drie huilende kinderen is er ook de verwijtende vorm: ‘jíj zal het wel druk krijgen’. Alsof je jarenlang hebt geroepen dat je wel twee baby’s tegelijk wil krijgen terwijl je nog een tweejarige hebt rondlopen en een bedrijf wat moet blijven draaien. ‘Heb je nou je zin’, zeggen ze er nog net niet achteraan. Tja, de adviezen zijn niet van de lucht, maar of je overal wat mee kan? Mijn schoonmoeder kwam toen ze hoorde van de tweeling direct met praktische tips. Zo moest ik maar niet teveel meer eten, want ik ging al dik worden. Heel opbeurend. En ik kon beter niet te hard meer werken. Niet dat ik daaraan dacht destijds, want veel verder dan een wc-pot om overheen te hangen ging het niet. Mijn eigen moeder verheugt zich al op alle extra tijd die ze met oudste dochterlief kan doorbrengen. ‘Dan gaan wij állemaal leuke dingen doen, terwijl mama lekker in bed moet liggen rusten’. Klinkt mij ook niet echt als muziek in de oren. Ik afgezonderd van alles wat ik leuk vind en alsmaar groter groeiend terwijl zij állemaal leuke dingen doen. Voel ik me vast top. Gelukkig is daar ook nog mijn verloskundige. Officieel heeft zij haar handen van mijn zwangerschap afgetrokken, want zodra het woord tweeling valt, wordt je een medisch projectje, maar helemaal loslaten is ook niet zo haar ding. Dus als ik alle adviezen even beu ben en werkelijk iets nuttigs wil horen, bel ik even met haar om iets zinvols te horen. Heerlijk geruststellend is haar altijd toepasselijke antwoord: ‘als jij daar een goed gevoel bij hebt, moet je dat lekker doen. Is toch allemaal zelfzorg? En daar is niks mis mee.’