Maria’s Mooie Mensen 7”16

0
342

Onze nieuwe buren zijn nogal lui. Eigenlijk zijn ze niet zo nieuw meer, maar zo voelt het nog wel. Onze hoop was vooraf hoog gespannen. Met de vorige buren liep het zacht gezegd niet zo lekker. Waar wij nog onbevangen dachten goed contact te houden, bleken ze daar zelf anders over te denken. Toen buurvrouw uit het niets kwam verkondigen dat ze vond dat wij veel te jong waren om in een huis als het onze te wonen en dat ze vond dat wij het huis ook nog eens veel te goedkoop in handen gekregen hadden, was voor ons de lol er wel af. Andere hoogtepunten in ons onderlinge contact waren het vegen van het platte dak door de buurman om half acht ‘s ochtends; uiteraard precies aan de kant waar wij sliepen en met zicht op alles wat wij aan het verbouwen waren, en de discussie met buurvrouw over het vuurwerk wat wij met Oud en Nieuw afschoten en waar volgens haar de vogels van schrokken. Echt fijne buren hadden we er dus niet bepaald aan. Aan onze andere kant natuurlijk onze befaamde buurvrouw, beter bekend bij iedereen die ons bezoekt als dé buurvrouw; altijd aanwezig, altijd ‘toevallig’ de deur openzwaaiend als iemand onze oprit opdraait en altijd nieuwsgierig. Haar leeftijd van tachtigplus belet haar niet onze geleegde containers vrolijk weer naar het huis te slepen voor ons; dat alles om dan mooi even een blik in ons huis te kunnen werpen. Haar man tikt de negentig aan en is door de ongemakken die deze leeftijd meebrengt vooral sikkeneurig geworden, dus hoewel we aan die kant er prima buren aan hebben, waren we toch verheugd dat er aan de andere kant jonge mensen kwamen wonen. Ja, net zo oud als ons toen wij ons huis kochten en nog voor een lagere prijs ook, maar blijkbaar hadden de vertrekkende buren daar opeens geen problemen meer mee nu ze zelf weg gingen. Alleen ze bleken dus wel echt lui. Na een maand besloten wij dan ook maar eens kennis te maken met hun, aangezien zij onze bel nog niet hadden gevonden. De afgesproken kop koffie werd nooit gehaald. De geboorte van dochterlief bleef onbeantwoord. ‘Het cadeautje hangt nog steeds klaar aan de kapstok’ liet zij ooit laconiek vallen toen dochterlief inmiddels haar eerste stapjes zette. Ik gokte dat de houdbaarheid van het cadeau al aardig verstreken was, want we hebben het tot op de dag van vandaag niet gezien. Praatjes op de oprit hadden ze niet echt belang bij; verder dan groeten kwamen we niet echt met elkaar. Waar wij fanatiek onze tuin overhoop haalden vorig jaar en dagenlang onkruid plukten, kwam er over de schutting vanaf hun kant vrolijk een nieuwe lading bramen aanzetten. Zij gingen voor een natuurlijke tuin en wilden er niet teveel aan doen. De kop koffie is uiteraard ook nu nog steeds niet gehaald. Afgelopen weekend zag ik ze opeens op straat langs lopen. En ja warempel, het leek erop dat ik toch nog koffie moest gaan zetten, want de bel ging zowaar. Het bleek anders. Ze kwamen de contributie van toneel innen. Zo lui waren ze toch nog niet, bedacht ik me tevreden. Totdat er uit de jaszakken nog iets anders kwam. Een Kerstkaart. ‘Beetje verlaat’, lachten ze. En met een zucht liet ik alle hoop varen. Een Kerstkaart in februari. Slechts tien meter naar elkaars brievenbus en dat lukte pas twee maanden te laat. Ik kan er niks anders van maken: ze zijn gewoon lui.