Maria’s Mooie Mensen 8”16

0
241

De eerste weken van mijn zwangerschap waren ‘anders dan anders’. Net zoals ik al bij dochterlief had ervaren, is er tot zes weken zwangerschap geen vuiltje aan de lucht en slaat daarna de stemming opeens om. Misselijkheid en lamlendigheid bepalen dan ineens de dagen. Thee en water smaakten niet meer, de lucht van groente was niet te harden en ook van fruit kreeg ik geen hap door mijn keel. Alleen al de talloze keren dat ik manlief ergens eten liet ophalen omdat ik het echt niet zag zitten te koken, maakten deze weken tot heel anders dan normaal. Daarbovenop ook nog eens, had ik me een nieuwe uitdaging in laten trekken. Voor alle malaise begon had ik enthousiast ‘ja’ gezegd op de vraag of ik ook mee wilde doen aan ‘Moeders voor Moeders’. Of tenminste enthousiast. ‘Waarom ook niet’ vond ik, en dus zo geschiedde. Slechts een week na mijn ‘ja’ en inmiddels wel hondsberoerd vond ik mezelf terug aan tafel thuis met tegenover me een zeer enthousiaste dame die me alles kon vertellen over de plas van zwangere vrouwen. Nou klinkt dit heel vreemd, maar er zit toch wat in: in die eerste weken van de zwangerschap bevat deze plas namelijk een hormoon, waarvan de medische industrie medicijnen kan maken om stellen met vruchtbaarheidsproblemen te helpen. Een waanzinnig mooi doel en ach: plassen doe je toch. Je kunt het dus ook net zo goed in een soort van trechter doen om het vervolgens in grote blauwe bussen over te gieten en deze uiteindelijk weer naast je huis te verstoppen zodat een koerier de medicijnindustrie en indirect hopelijk heel wat kinderloze stellen blij kan maken. Zo gezegd, zo gedaan. De eerste weken van mijn plas-acties liep alles direct al spaak. De koerier reed toen even niet en we moesten zelf mijn bij elkaar gespaarde plas bij de bouwmarkt brengen. Ja heus. En nee niet ín de bouwmarkt, buiten stond een – zoals dat hoort bij een bouwmarkt – zelf gefabriceerde kist en daarin moesten de flessen gedumpt worden. Én verwisseld voor lege waarbij het oppassen was dat je niet per ongeluk door anderen ijverig gevulde flessen weer meepakte. Manlief en ik vergaten de eerste wisseldag uiteraard en kozen een tweede voor een geheel andere kist dan gepland omdat we toen toch net bij de verloskundige waren. Gevolg: hele plas-ophaal-planning in de war. Een zucht van verlichting dus toen de koerier weer ging rijden. Dat deel van onze uitdaging was geslaagd. Een ander deel viel me zwaar tegen. Want inderdaad: plassen doe je toch. Maar dat verzamelen in grote flessen vond ik een verschrikking juist in die weken dat ik zo misselijk was. Wát was ik blij dat het erop zat en wat waren er veel keren dat ik de trechter maar even links liet liggen en de kostbare vloeistof gewoon door de wc spoelde. Ik troostte me met de gedachte dat ik misschien niet de meest fanatieke verzamelaarster was, maar met een tweeling in mijn buik in elk geval wel zorgde voor een hoge concentratie van het gewilde hormoon. Dit nooit meer, had ik besloten, maar inmiddels zie ik het anders. Afgelopen week trof ik iemand die dankzij de medicijnen na een traject van maar liefst een dikke drie jaar een kindje verwacht. En daar zit je dan zelf met niet één maar zelfs twee baby’s in je buik die ons als het ware in de schoot zijn geworpen. ‘Wat zijn wij gezegend’ zei ik manlief die avond terwijl ik ietwat melancholisch nog eens in de wc-pot keek voor ik doortrok.