Koffie Verkeerd

0
449

“Zullen we eens naar het pas geopende Grand Café gaan?,” vroeg mijn vrouw. “Het schijnt er druk te zijn. Lijkt me leuk.” En inderdaad, het was een drukte van belang toen we er arriveerden. ‘Hedenmiddag vrijmibo,’stond op een papier gekalkt. “Dat betekent dat kantoormensen er hun werkweek afsluiten met een babbel en biertje. De Vrijdagmiddagborrel afgekort vrijmibo,”legde ik mijn vrouw wijsneuzig uit. Die haalde haar schouders op “Yuppengedoe. We zien wel.”

We konden na wat zoeken een plekje vinden. Mijn opgestoken arm – ‘ober, graag twee cappuccino’ – werd lange tijd genegeerd maar de koffie kwam na een kwartiertje. “Meteen afrekenen asjeblieft,”zei de serveerster die een batterij aan pin- plus andere betaalapparatuur op haar buik had hangen, geroutineerd.

Inmiddels was aan het leeggekomen tafeltje vlak naast ons een wat gezette man, midden veertig, gaan zitten. Hij keek ongemakkelijk de drukte in; kennelijk verwachtte hij iemand. Die kwam er aan, want in een wolk van parfum liep een dame, met pronte boezem en behangen met juwelen, rechtstreeks op het tafeltje af. “Jij bent dus Jan Willem Stokhoorn die mij heeft gevraagd voor een speeddate. Brand maar los, Jan Willem,” klonk haar raspende stem. “En doe mij maar een lekker rood wijntje. Plus een portie sushi’s, ik heb nog niet gegeten,”opende ze het gesprek terwijl de serveerster al voor haar stond. Jan Willem bestelde een koffie verkeerd en begon hakkelend maar luidruchtig aan zijn monoloog. Over zijn verleden, zijn scheiding, zijn carrière, de alimentatie die er inklapte. En over de toekomst die hij met een nieuwe bij voorkeur wat jongere partner op wilde bouwen. Inmiddels had de serveerster het bestelde gebracht. Terwijl híj sprak, dronk en smikkelde zíj. Toen hij na een minuut of tien was uitgesproken had ze net de laatste sushi in haar mond gestoken. Ze stond op. “Zo Jan Willem, ik weet eerst wel genoeg. Tot ziens. Misschien.” En ze stapte weg, Jan Willem verbijsterd achterlatend. Al snel kwam de serveerster met de rekening. “Dat is dan een koffie voor u en een glas wijn en sushi’s voor mevrouw. Die heeft – en dat mocht van u, zei ze – ook de aangebroken fles wijn meegenomen. Dat wordt dan 64 euro vijftig, asjeblieft.” Zuchtend trok Jan Willem zijn creditcard. Zwijgend dronk hij zijn koffie op. Die was inmiddels koud geworden. En verkeerd.

Henk Hendriks