Maria’s Mooie Mensen 230

0
191

Laat ik u meenemen naar het dorp Grijpskerk. Met krap 3000 inwoners niet heel groot, maar het is ook niet superklein. Het dorp ligt prachtig tussen uitgestrekte weides en met een spoorweg, doorgaande N355 en het Van Starkenborghkanaal binnen handbereik. Wie het niet naar zijn zin heeft, is hier zo weg. Er zijn enthousiaste winkeliers, twee basisscholen, een mooi sportpark, een openluchtzwembad en zelfs een door wethouder Stol persoonlijk geplaatste eendenkooi. Dat hij destijds niet heel blij keek in het wiebelige bootje zal de eenden al jaren worst wezen. Dit dorp heeft nog genoeg te bieden: een fanatieke en ambitieuze voetbalvereniging, een grootse kinderspelweek in de vakantie, de Stichting het Verleden doen Herleven bestuurt door een fanatieke Bindert, Jan en Annie, de stichting Kluften en Waarden die evenals deze laatsten heel wat historie in kaart brachten, een SNS-fonds wat al jaren anderen blij maakt en de enige fierljepbaan in de provincie Groningen. Ook is er een muziekvereniging, Excelsior om precies te zijn, 45 man sterk. Een club die lekker haar ding doet en dat is simpelweg muziek spelen. Ze spelen bij de Wandelvierdaagse, verwelkomen Sinterklaas en verheugen de feestvreugde op Koningsdag. En dan is het 2013, besluiten ze mee te doen aan Wereld Muziek Concours en boven alle verwachtingen worden ze zowaar Wereldkampioen. Als de feestvreugde is ingedaald, blijkt de titel ook een moeilijk dilemma mee te brengen: een promotie naar een hogere divisie en de vraag of deze muzikanten nogmaals willen en kunnen pieken. Inmiddels is het 2017 en zijn ze de uitdaging aan gegaan: já, ze gaan nogmaals naar dit WMC en já, als we gaan, dan gaan we er ook voor. Afgelopen week sprak ik met secretaris John Bouwman die middels een heuse powerpoint-presentatie uit de doeken deed waar deze vereniging al sinds 2014 aan werkt. Alles begon met de droom van dirigent Andries de Haan – er zijn meer goede dingen ontstaan uit de leus; ‘i have a dream’ – en inmiddels is de muziek bijna ondergeschikt aan het immense project wat ze ‘Pamietamy hebben gedoopt. Pamietamy betekent ‘wij herinneren’ en dat alleen al is een doel op zich geworden. Met inmiddels bijna 560 leerlingen die deelnemen aan het door deze club opgezette educatieprogramma, met hopelijk op 23 april een tweemaal uitverkochte Oosterpoort, met een documentaire die waarschijnlijk op het Noordelijk Film Festival te zien is, een expositie in het Groninger Museum en een muziekstuk geschreven door één van de beste fanfare componisten van dit land zijn alle ingrediënten hiervoor aanwezig. Een waanzinnig verhaal van de énige overlevende van het vernietigingskamp Chelmo is de basis van de drive van deze muzikanten. De overtuiging dat dít nooit meer plaats zal vinden zal hun muziekstuk ongetwijfeld dat extra randje geven waar ze nu nog naar zoeken. Dat ze straks Wereldkampioen worden, daar twijfel ik niet aan. Eerst moeten ze nog de Oosterpoort uitverkopen en dit immense project – ‘het grootste wat wij ooit deden was nieuwe pauken aanschaffen, dus dit is gróót’ – tot een goed einde brengen en ik ben blij dat ook wij een steentje mochten dragen. Manlief, cultuurbarbaar bij uitstek, vroeg vooraf nog meewarend of hij deze afspraak wel moest uitzitten tot we uiteindelijk anderhalf uur later en anderhalf uur geboeid, de hand schudden van John. Onvergetelijk is deze club al, herinneren zullen velen hun hoe dan ook. Zoals ik al zei, uit een simpele droom is al eerder veel goeds gekomen, Pamietamy mag zich daar zeker ook onder scharen.