Rondje deur Mien Westerkwartier: Faan

0
1839

FAAN – Faan is een dorp –of eigenlijk meer een streek- in de gemeente Grootegast in de provincie. Het woord faan komt van het Oudfriese ‘fane’, wat veen betekent. De omgeving is dan ook inderdaad veenachtig. Faan ligt aan het Hoendiep en de brug in de weg van Zuidhorn naar Niekerk heet dan ook de Fanerbrug. Ten noorden van Faan ligt het Niekerksterdiep. De naam geniet in de provincie enige bekendheid vanwege de verhalen rond Rudolf de Mepsche die ook wel als de Mepsche van Faan bekend staat en woonde in Huis Bijma.

Faan!

Als je over Faan gaat schrijven dan denk je direct aan de boerderij Bijma en het verhaal van Rudolph de Mepsche. Maar ik ga er vanuit dat iedereen dat verhaal kent en daarom heb ik gekozen voor iets dat de meeste mensen niet kennen, op enkele ouderen na.

Als je vanuit het zuiden de Fanerweg af rijdt en je komt op de kruising met de Millinghaweg, dan recht oversteken en je rijdt op het huis aan waar vroeger het huiskamercafé van Wegman stond. Het was een echt huiskamercafé met twee bedsteden in de kamer, waar de kinderen sliepen, terwijl er in het café gewoon werd gedronken. Jeneverglaasjes die eerst gevuld werden met suiker (Wat zou Sonja Bakker dat een rillingen hebben bezorgd!) en daarna werden volgeschonken. Aan de wand stond die prachtige buffetkast, vol met borrelglaasjes, die glansden in de zon.

Het had een sfeer waar we nu zo naar terug verlangen. Nostalgie ten top. Maar ook in die jaren ging het wel eens heel raar. En dan moest je blij zijn dat je er niet bij hoorde. Maar toch wil ik jullie het verhaal over Castor de hond niet onthouden. Castor speelde een hoofdrol in het huiskamercafé van Wegman.

Castor was de jonge hond van een voor het oog vreedzame man uit Groningen. Deze man, men noemde hem Gerard de Sik omdat hij een parmantig puntbaardje droeg, was een eigenzinnige en alleenstaande man waarvan niemand wist wat hij eigenlijk deed voor de kost en waarvan hij leefde. Hij woonde samen met zijn hond in een schipperswoninkje in de buurt Kostverloren en het enige wat men hem alle dagen zag doen, was dat hij wandelde met Castor.  Hij dronk dan dronk een borreltje in café de Slingerij, waar de scepter gezwaaid werd door Hendrik Wegman.

Hendrik Wegman werd in dezelfde tijd eigenaar van het huiskamercafé in Faan. Hij was een persoon, die openstond voor alles en iedereen en het café draaide als nooit tevoren. Op een morgen, Hendrik was vroeg opgestaan, lag er in de kapschuur achter het café een hond. En Hendrik kende die hond. Het was Castor, de hond van Gerard de Sik. Informatie leerde Hendrik dat Gerard de Sik was opgepakt in Groningen. De reden van de arrestatie was niet bekend, maar de hond was aan zijn lot overgelaten. Het dier was waarschijnlijk gaan zwerven en had het duidelijk iets bekends in de neus gekregen in Faan.

“Kom doe moar met mij met” zei Wegman, “Hier ien t veld kin ik wel n goeie woakhond bruuken”.  En zo kwam Castor als café-waakhond terecht op t Faan. Het was een schat van een hond, iedereen was gek met het beest. Wegman voedde het dier goed op, verwende het met goed voedsel en zette het op scherp als er onraad dreigde. Zo kon het gebeuren dat Hendrik op een keer, midden in de nacht, wakker werd van het aanslaan van de hond. Meestal was het aanslaan goed genoeg om even later in alle rust weer te gaan slapen, maar dit keer was het anders. Castor bleef blaffen en deed dat op een heel erg felle manier.

“Doar moet wat aan de hand weeden”, dacht Wegman, “Dit is aans as aans”.   Heel voorzichtig stapte hij uit bed en sloop naar beneden. In eerste instantie was er niks te bekennen, alles rustig. Alleen Castor bleef tekeergaan. Even twijfelde Hendrik, was het wel verstandig om door te zoeken? Maar toen bedacht hij zich dat hij niet anders kon, er is onraad en dan moet je sterk zijn. In de loop greep hij een ijzeren staaf en behoedzaam sloop hij verder naar buiten. Met één snelle beweging gooide hij Castor los van de ketting en die schoot als een pijl uit de boog naar voren. Hendrik volgde zo snel het kon. Na vijftig meter op het zandpad had Castor beet. Met een smak viel er een rennende man tegen de grond. Castor jankt en bleef boven de man staan.. Hendrik Wegman zag direct wie het was. Gerard de Sik in eigen persoon. In zijn tas zaten drie flessen jenever……

Het is een bijzonder verhaal over het huiskamercafé van Wegman in Faan. Er zullen wel veel meer verhalen van zijn. Maar het is jammer, dat veel van deze verhalen met de mensen die ze kenden in het graf verdwenen zijn. Het enige wat we nog weten is dat er een prachtig huiskamercafé was in Faan. En dat er nu nog mensen zijn die zich dat heel goed kunnen herinneren. Die er een borreltje dronken met suiker. Of genoten van een flesje Exota. Die de bedsteden in de kamer hebben gezien. En de buffetkast met de glaasjes. Maar helaas, het is allemaal verleden tijd. Het is een verhaal geworden. Net als dat van Rudolph de Mepsche.