Maria’s Mooie Mensen 327

0
298

In ons meidenhuishouding wordt er nogal wat geknutseld. Of het nou gaat om stiften, krijt of potlood, kralen, stempels en prikblokken; alles wordt veelvuldig en met plezier gebruikt. Er gaat zelden een dag voorbij zonder stapels aan tekeningen. Als moeder is het prachtig te zien hoe ze van alles kunnen creeëren. Het moet wel heerlijk zijn voor een kind om zo in alle rust bezig te kunnen gaan en ik stimuleer hun creativiteit het liefst volop. Maar het is ook doorbijten. Want zo ongeveer elke creatieve activiteit eindigt met een hoop rotzooi én een eindresultaat waar ik er al zó veel van heb. Stapels tekeningen gooi ik achter hun rug de container in, maar ook de lampions, vuurtorens, auto’s en kerstbomen die dit jaar het huis binnen kwamen, zijn alweer een stille dood gestorven. Mijn dames hebben twee favorieten die door mij met evenveel afkeer klaargezet worden: kleien en verven. De eerste eindigt altijd met een vloer bezaaid met plakkerige hompjes en potjes klei die compleet door elkaar gemengd zijn. Zelfs ik heb al na tien minuten de klei onder de nagels en ik heb ook al eens de kat met klei in haar vacht gespot. De dames spinnen echter nog net niet van genot als ze slangen draaien of bordjes spaghetti van dit chemische goedje maken. Dus zeker eenmaal per week trek ik alle dertig potjes weer uit de kast, alle twintig hulpmiddelen van een kapstoel voor poppetjes met haren van klei tot aan een ijsjesmachine aan toe zet ik ernaast en je bent verzekerd van een middagje plezier. Let wel: alles is leuker als mama ook meedoet. Zolang je ze blijft stimuleren leuke dingen te maken, vermaken ze zich zomaar uren. Anders kan het ook zomaar zijn dat je die hele kleizooi hebt neergezet en ze doodleuk na tien minuten zeggen: klaar. Verven is van hetzelfde laken een pak. Behalve dan dat het nog veel viezer eindigt. Met angst en beven zie ik hoe zeker twintig kwasten verbruikt worden en het ene na het andere velletje vol gesmeerd wordt. Allerfavoriet hier is uiteraard dé handen verven, want hoe viezer we worden hoe beter. Na zo’n middag verdien ik zeker een medaille aangezien ik degene ben die omgevallen potjes moet redden en armen die tot aan de ellebogen gekleurd zijn weer moet schoon schrobben. Gisteren was het weer zo’n dag: regen, wind, dus binnen maar aan de slag. De verf moest erbij komen en fanatiek gingen de dames bezig. Er werden dennenappels van een kleurtje voorzien en vervolgens probeerden we samen achtereenvolgens een bloem, huis en een gezicht te maken. Een zelfportret of elkaar schilderen vonden ze echt een brug te ver. ‘Kan ik níet’ constateerden mijn tweejarigen boos. Ik constateerde tevree dat ze ditmaal vrij netjes hadden gewerkt. Al neuriënd schoof ik een stoel naar achter om de eerste naar de kraan te tillen, maar dat neuriën eindigde in een gil. Eén van de dames had een potje zwarte verf laten vallen op haar stoel bij haar voeten en was daar lekker mee gaan smeren met die voeten. En waar het er van boven de tafel zo keurig uitzag, was het eronder één zwarte bende compleet met twee zwarte voetjes. De verf heb ik eerst maar weer even ver weg opgeborgen.