De barre winter van 1979

0
202

“Het dagelijkse leven viel even stil, maar dat bracht ook rust”

NIEKERK – Het is dit jaar alweer 30 jaar geleden dat Nederland werd overrompeld door de zwaarste sneeuwstorm van de 20 eeuw. Op 14 februari zorgde hevige sneeuwval ervoor dat grote delen van Noord-Nederland letterlijk en figuurlijk lam werden gelegd. “Het weer kondigde al aan dat er wat ging gebeuren”, blikt Karst Doornbos terug op één van de meest witte periodes in zijn 84-jarige leven. Grote bulten sneeuw sierden menig plaatje. “Al moet daar wel bij gezegd dat dat natuurlijk ook de plaatjes zijn waar mensen nu graag naar kijken”, lacht hij. “De werkelijk is iets anders, want overal lag het sneeuw metershoog in de straten.”

“Het was al een behoorlijk barre winter in aanloop naar de sneeuwstorm”, vertelt Karst Doornbos genietend van zijn warme kop thee. “Al voor de jaarwisseling was het behoorlijk koud, er werd volop geschaatst.” Een dooiaanval in de eerste dagen van januari leek het einde van de winter aan te kondigen. “Leek”, stelt Doornbos, “want de winter kwam terug. En hoe!” De bewuste nacht heeft Doorbos niet meegemaakt, “want ’s nachts slaap ik. Maar 14 februari werd al snel duidelijk wat er was gebeurd.” De snijdende kou had een dag eerder al een ijslaag neergelegd die een perfecte ondergrond vormde voor het pak sneeuw dat zou volgen gedurende de sneeuwstorm. Taken braken af vanwege de ijslast en het verkeer kreeg –zeker in het noorden- te maken met de nodige problemen. “Hevige sneeuwval en harde wind deden de rest”, weet Doornbos. “De wind voerde alle sneeuw mee en legde dat –logischerwijs- neer in de luwte. Op de plekken waar de wind niet waait. Het gevolg was dat alle sneeuw zich verzamelende en die grote immense bulten van 3 tot 6 meter hoog vormde die je tegenwoordig op alle oude foto’s terug ziet.” De tegenvraag luidt of er dan ook plekken waren waar de sneeuw geen grip op had gekregen. “Natuurlijk was de wereld goed wit”, zegt Doornbos, “en alhoewel mensen bij sommige woningen zo door het bovenraam heen konden kruipen, waren er ook achterdeuren die niet ingesneeuwd waren.” Het romantische beeld dat is blijven hangen, is enigszins vertekend, schetst Doornbos. “Al zorgde het lamgelegde leven wel voor een bijzondere situatie. Overlast was er natuurlijk wel en die heeft zeker een week geduurd. Mensen hielpen elkaar door de winterse overlast heen. Een mooi gezicht.” Mooi vond Doorbos ook de uitgestrekte witte landschappen. “Het dagelijkse leven was even stil komen te vallen, maar dat bracht ook rust.” Na een week van sneeuwruimen, scheppen en vegen kwam het dagelijkse leven langzaamaan weer op gang. Nadien heeft Doornbos niet nog eens zo’n winter meegemaakt. “Winters veranderen”, weet hij. “Vroeger toen ik nog naar school ging waren witte winters heel normaal. Het kwam zelfs voor dat wij gewoon zat waren van het schaatsten. Dan hadden we genoeg op het ijs gestaan. Dat is tegenwoordig wel anders. Sneeuw is zeldzaam en we mogen blij zijn als het een keertje lang genoeg vriest zodat we kunnen schaatsen.”