VV Zuidhorn-verdediger Daan Kocken wil zich terugvechten in basisteam

0
222

“Ik kom terug, daar geloof ik in”

ZUIDHORN – Januari 2017. De eerste selectie van VV Zuidhorn is neergestreken op Torremolinos, de Spaanse badplaats aan de Costa del Sol. Tijdens een oefenwedstrijdje gaat het voor Daan Kocken helemaal mis. De verdedigers voorste kruisband scheurt af en het seizoen is voorbij.

Inmiddels is  het maart 2019. De verdediger is hersteld, zij het op een wat ongewone manier. Hij koos niet voor de gebruikelijke operatie, maar voor een natuurlijk herstel en speelt nu zonder voorste kruisband. Hoewel, spelen. De student fysiotherapie zit op de bank. Na jaren vaste kracht te zijn geweest, lukt het hem niet meer zijn basisplaats te veroveren. En dat zit hem dwars, want op de bank zitten doet hij liever thuis. Of in de universiteitsbibliotheek. Vooralsnog kiest trainer Bouma voor andere spelers. Tot op zekere hoogte heeft Kocken er begrip voor, maar vraagt zich inmiddels af wat hij nog meer moet doen om zich weer terug te vechten. “Nee,” grijnst Kocken. “Dat bankzitten is niets voor mij. Daarvoor ben ik veel te veel een winnaar en heb ik ook veel te veel energie.” Het seizoen begon nog goed met een basisplaats. Tegen Holwierde speelde hij centraal in de verdediging en maakte zijn gevreesde tegenstander gedecideerd onschadelijk. Hij was de grote uitblinker. Een week later is alles anders. In de wedstrijd in en tegen Loppersum wisselt de trainer hem in de rust. Hij krijgt geen vat op de beweeglijke spitsen en wordt mede verantwoordelijk gehouden voor tegengoals. Daarna houdt de trainer hem aan de kant en als hij ook nog eens een paar weekjes vakantie viert op Aruba, lijkt het krediet bij zijn trainer helemaal verspeeld. Kocken blijft bankzitter tot verdriet van een groot deel van het publiek. Zijn onophoudelijke inzet, zijn energie en absolute wil om te winnen, vallen bij het publiek in de smaak. Zijn grote bos donkere krullen maken hem nog sympathieker en zelfs zijn traditionele foutje wordt hem vaak snel vergeven. Kocken zoekt de verantwoording voor het bankzitten vooral bij zichzelf: “Ik heb een zware blessure gehad. Daar waar de meeste mensen zich bij een soortgelijke blessure laten opereren, heb ik het zonder gedaan. Ik studeer fysiotherapie. Ik ben behoorlijk thuis in deze materie en heb de keuze het zo te doen zorgvuldig gemaakt. Door mijn spieren rondom de kruisband extra te trainen kunnen die een groot deel van de functie van de kruisband overnemen. De kapotte kruisband lost zich binnen een paar maanden op een natuurlijke wijze op. Zo’n blessure doet wel wat met me. Allereerst heeft het me tijd gekost om te herstellen en ik heb echt uren lopen trainen in de fitness en doe dat nog altijd. Daarbij komt er ook een stukje al dan niet bewuste angst om de hoek kijken. Ik was een poosje te zwaar en al met al heb ik vorig seizoen gewoon een heel wisselend jaar gehad. De trainer zag niet de Daan hoe hij hem kent. Het lukte me niet om mijn oude niveau weer te halen. Je begint het nieuwe seizoen dan eigenlijk al met een achterstand. Draai je een goed jaar, dan zal de trainer me minder snel passeren omdat je dan krediet hebt. Ik ben ook nog eens twee weken op vakantie geweest en daar houdt de trainer ook beslist niet van. Dat snap ik. Maar voor mij was het echt een buitenkansje, niet iets wat ik zelf had gepland. Dus besloot ik het te doen.  Al met al helpt dat niet mee en raakt het krediet een beetje op. Dat snap ik.” De krullenbol gaat echter niet bij de pakken neer zitten. Hij  is één van de jongens die vrijwel nooit een training overslaat, zit heel wat vrije uurtjes in de fitness waar hij keihard werkt om fit te blijven en sterker te worden. Maar zelfs als er spelers geblesseerd of geschorst zijn, dan kiest de trainer slechts zelden voor de verdediger. En dat frustreert: “Ik doe er alles voor en ik hoop dan ook op een nieuwe kans. Ik zou echt niet weten wat ik nog meer kan doen. Inmiddels zit ik wel weer op mijn oude niveau, al is de onbevangenheid niet meer helemaal wat het was. Ik ben fit, afgetraind en ongelofelijk gemotiveerd. Misschien moet ik wat zelfverzekerder gaan worden in mijn manier van voetballen. Soms mis ik Laurens Bloem bijvoorbeeld enorm. Hij stuurde mij perfect. Vertelde me altijd waar ik moest lopen en wie ik moest dekken. Dat speelt echt heerlijk. Nu hebben we niet zo’n routinier achterin. Toen ik tegen Loppersum werd gewisseld, wat ik overigens terecht vond, wist ik niet wie ik moest dekken omdat ze met twee hele snelle en beweeglijke spitsen speelden. Ik denk dat dat me dat nu niet zo snel weer zou overkomen. Ik besef nu dat ik ook zelf initiatief kan nemen hoe we gaan verdedigen.”  Om er lachend aan toe te voegen: “Wat dat betreft is het een leerzame periode, maar die heeft nu wel lang genoeg geduurd.” De trainer hoeft niet bang te zijn voor een rebellerende speler in zijn groep. “Zo ben ik niet. Binnenkort zal ik eens met de trainer praten over mijn situatie en vragen naar zijn plannen. Het enige dat ik daarnaast kan doen is keihard werken en er staan wanneer de trainer weer een beroep op me doet. En dat moment gaat weer komen. Daar geloof ik in.”