Van Hennie naar Hinke, van vrachtschip tot zeilboot

0
473

‘Het was een hele klus, maar ik wist waar ik aan begon’

OLDEKERK – Augustinus van Benthem woont op een prachtige boerderij, even voorbij Oldekerk. Een boerderij uit 1870 die hij, zo vertelt hij enthousiast, zelf gerestaureerd heeft. Maar liefst 15 jaar heeft Augustinus hierover gedaan, alleen het geraamte stond er nog. Net als bij het skûtsje dat hij in 2013 kocht. Een schip met als bouwjaar 1903. “Van niets iets maken, dat is wat ik het liefste doe.”

Het skûtsje, met toen nog de naam Hennie, lag in de haven van Harlingen. In het ‘strafhoekje’. Augustinus vond het schip via Marktplaats. Zo simpel kan het soms zijn. “Ik heb vroeger op een schip gewoond en ik mistte het varen,” legt Augustinus uit. “Ons huis was min of meer af, onze dochter zat op de middelbare school en ik dacht; ‘Misschien wil ik toch wel weer een scheepje restaureren.’ Ik had inmiddels al zo’n vijf schepen gerestaureerd, dus ik wist waar ik aan begon. Daarnaast heb ik een leuke groep vrienden om mij heen, die ook wel wat met bootjes hebben. Het is dus niet alleen mijn verdienste wat we tot nu toe hebben gepresteerd.” En dat is nogal wat. Augustinus loopt naar de woonkamer en komt terug met een fotoboekje en zijn laptop. In het boekje de foto’s van hoe hij het skûtsje aantrof en hoe het uiteindelijk geworden is. Daartussen zit natuurlijk een heel verhaal. “Op Marktplaats zag ik een foto van dit schip en mailde de eigenaar. Daar kreeg ik niet meteen een reactie op, dus ik probeerde aan de hand van de foto’s in te schatten waar het schip zou liggen. Ik die havens afstruinen, maar zonder succes. Een half jaar later kreeg ik een reactie op mijn mail, de boot bleek in Harlingen te liggen. Op een bedrijventerrein in een ‘strafhoekje’. Daar komen de schepen en boten te liggen waarvan de eigenaren het liggeld niet meer kunnen betalen. Dan moet je maar zien dat je ‘m terug krijgt.” lacht Augustinus. “Uiteindelijk heb ik de boot over kunnen nemen. Via het nummer in het schip, dat eigenlijk een soort van kenteken is, kon ik het bouwjaar achterhalen. Dat bleek 1903 te zijn. De lengte, breedte en het tonnage was daarmee ook op te vragen.” Met tonnage wordt de grootte van het schip aangeduidt. Dit wordt vastgelegd in de meetbrief en ook deze heeft Augustinus.“Kijk, dit is de meetbrief. Deze komt uit 1942, want het schip is ooit eens verlengd in 1931. In 1942 is ‘ie opnieuw gemeten. Voor elke centimer dat het schip in het water zakt, bij het laden van het schip, gaan ze er vanuit dat er 424 kilo in zit. Het aantal centimeters dat het schip kan zakken tot de witte lijn die er op geschilderd zit, dat is het laadvermogen. De meting in 1942 was meteen de laatste meting, want vanaf 1948 werd dit een woonboot.” Het is bijna niet voor te stellen dat op deze skûtsjes mensen hebben gewoond. Augustinus legt uit; “Er stond gewoon een woonhuis op. De vorige eigenaar heeft het eraf gehaald. Hij heeft er nog met zijn ouders gewoond en is er zelfs op geboren. Maar hij wilde het schip weer zeilend maken. Hij heeft het toen naar Harlingen gebracht en gevraagd of ze dit voor hem in orde wilden maken. Toen de rekening kwam, bleek deze toch flink wat hoger uit te vallen en had hij een probleem. Zo is Hennie uiteindelijk in het ‘strafhoekje’ terecht gekomen en heeft hij afstand moeten nemen. Dat is eigenlijk heel sneu, want hij had goede bedoelingen met de Hennie. Net als ik, alleen doe ik het allemaal zelf. Ik hou niet zo van rekeningen,” lacht Augustinus. Het skûtsje heeft een rijke geschiedenis en het meeste hiervan is bewaard gebleven. Augustinus heeft zelfs het vroegere huurkoopcontract van het schip en het ‘wilde vaart’ boekje er zelfs nog bij. Dat laatste moet hij even uitleggen. “Toen het skûtsje eenmaal een woonboot was, mocht deze van de gemeente Zwolle, waar ze toen waren, niet meer varen. Alleen vrachtschepen mochten dat. Dan vroegen ze een vrachtboekje aan; wilde vaart. Als je zo’n boekje had, dan was je een vrachtschip. Er is nooit één vracht in dat hele boekje genoteerd, maar je mocht dan als ‘vrachtschip’ gewoon varen.”

Augustinus vertelt enthousiast en gedreven en weet duidelijk waar hij het over heeft. “Ik ben al sinds 1977 lid van de behoudsorganisatie voor schepen. Dat is een club mensen die allemaal houden van historische schepen en het restaureren daarvan. Ze hebben zelfs een clubblaadje; de Bokkepoot. Het gaat om het varend erfgoed. Met de Hennie heb ik hier ook in gestaan. Al heet het skûtjsje nu niet meer zo hoor. Het is nu de Hinke, vernoemd naar mijn moeder. Uiteindelijk ben ik een jaar of vier met het schip bezig geweest. En dan ben ik nog niet helemaal klaar. Momenteel ben ik binnen bezig en probeer ik het interieur weer te herstellen zoals het was rond 1900. Paneeldeurtjes, nephout nerven en een klos in plaats van een trap,” legt Augustinus uit, terwijl hij op zijn laptop foto’s van de binnenkant van het schip laat zien. Op de opmerking dat het heel knap is wat Augustinus heeft gedaan, antwoordt hij bescheiden; “Ach, ik kan lassen, timmeren en ik heb een stel goede vrienden. Dan kom je al een heel eind. Het is een fantastische uitdaging, van een slooprijp ding iets heel moois maken. Dat heb ik met ons huis ook gedaan. Van niets iets maken, daar word ik heel blij van.”