Waar mensen normaal gesproken voorbij lopen, zit ik met mijn neus bovenop.”

0
621

Sigrid Frensen maakt botanische tekeningen

ZUIDHORN – Vier tekeningen van planten staan ingelijst op een kast in de woonkamer van Sigrid Frensen in Zuidhorn. “Die tweede, dat is een paarse morgenster,” vertelt ze, “die komen in het wild gewoon voor.” Verspreid over haar woonkamer liggen boeken over planten en bloemen, en staan er ingelijste tekeningen. Frensen is botanisch kunstenaar, of, zoals ze zelf zegt; tekenaar.  “Het verschil met botanische kunst en botanisch tekenen is dat in de kunst niet alles hoeft te kloppen. Dan kan een dagpauwoogvlinder bijvoorbeeld op een brandnetel zitten, terwijl zij daar helemaal niet van houden. Dat doe ik dus niet. Een citroenvlinder houdt wel van brandnetels, dus die kan ik er wel bijtekenen.”

Het komt allemaal erg precies. “Ik teken er soms wel eens een blaadje aan, als dat voor de compositie mooier is, hoor. Of als een takje door het licht anders gegroeid is. Maar het moet wel kloppen, anders kom je al snel in het bloemschilderen.” Frensen gebruikt potlood en kleur, en aquarel, en werkt in principe nooit van foto’s. “Zo mogelijk, werk ik altijd van het origineel. Je moet een plant namelijk echt ontleden, voor je hem kunt begrijpen.” Hoewel het niet een heel bekende vorm van expressie is, heeft botanische illustratie een redelijk gevolg. In Nederland zette Frensen mede de vereniging van Botanische Kunstenaars op, en zat ze in het bestuur. “We hebben toen flink aan de weg getimmerd. Maar ook in het buitenland leeft het, twee weken geleden was ik nog in Londen bij een botanische tentoonstelling. Dat was ontzettend leuk. Er is ook online een groot netwerk van botanische tekenaars en artiesten, en om elkaar dan op zo’n tentoonstelling tegen te komen is erg leuk.”  Frensen werd geboren in Breukelen en kwam na wat omzwervingen 22 jaar geleden in Zuidhorn terecht. “Als kind tekende ik al veel, dat heb ik altijd gedaan. Ik was altijd al veel met de natuur bezig; tussen de posters van Nena en Kim Wilde hing op mijn tienerkamer een plaat van een Nederlands duinlandschap. Ik tekende veel natuur, maar ook vogels. Het moest, als kind al, wel ergens op lijken.”

Mode

De 47-jarige Frensen is niet haar hele leven met alleen de natuur bezig geweest. “In mijn tienerjaren wilde ik modeontwerper worden, dus was ik daar heel serieus mee bezig. Hoewel de liefde en interesse voor de mode wel gebleven is, kwam ik er op de kunstacademie wel achter dat ik daar niet in verder wilde.” Het kwartje viel voor Frensen eigenlijk pas toen ze op 24-jarige leeftijd een cursus botanische kunst ging doen. “Er ging een wereld voor me open. Waar het op de kunstacademie vooral ging om te tekenen en te schilderen vanuit je gevoel, had dit veel meer met de werkelijkheid te maken. Er waren regels om je aan te houden, en dat was fijn.”

Verspreid over de woonkamer staan planten “Inspiratie krijg ik hier niet van, hoor, zegt Frensen lachend terwijl ze wijst naar een plant die in de vensterbank staat. “Ik vind wilde planten het mooist om te tekenen. Als ik buiten loop, kijk ik steeds rond om te zien of er wat interessants voorbij komt. Waar mensen normaal gesproken voorbij lopen, zit ik met mijn neus bovenop. Ik houd niet zo van rozen of heel erg kleurige planten. Boomschors vind ik heel mooi, of schimmels en paddenstoelen. Dat heb ik liever dan die zoete kleuren. Ik ben soms ook wel verbaasd, hoe de natuur ervoor heeft gezorgd om bepaalde dingen zo te laten groeien. Als je bijvoorbeeld ziet hoe een paardenbloem eruit ziet, hoe die technisch in elkaar zit, met elk kroonblaadje en elke meeldraad, dat zijn dingen waar je normaal gesproken niet op let.”

De Zuidhornster exposeert ook met haar werk, en hoewel ze dat wel leuk vindt, heeft ze er ook veel drukte van. “Het is leuk om met andere mensen te praten over je werk, zeker als ze enthousiast zijn. En ook het werk van andere mensen bekijken is leuk, daar leer je altijd van.”