“Er is hier rust en ruimte, en dat moeten we zo houden”

0
518

GROOTEGAST – “Het Westerkwartier is een typische plattelandsgemeente, met heel veel schoonheid,” vertelt wethouder Bert Nederveen aan zijn bureau in Grootegast terwijl hij een slok koffie neemt. Vol passie vertelt hij over de landschappen in het Westerkwartier en de uitdagingen die daar zijn op het gebied van landbouw, veeteelt en natuurbeheer. “In het noorden hebben we het Middag-Humsterland met het oude slotenpatroon, waar geen weg recht is, en wat een Nationaal Landschap is. Aan de zuidkant heb je dan het prachtige coulissenlandschap dat ook typerend is voor de regio. En er tussenin heb je het dal van de Oude Riet, waar de oude rivieren kronkelen. In het noordwesten heb je dan de grotere landbouwpercelen. De variëteit van de landschappen is prachtig. Ik kom zelf uit de Alblasserwaard, wat natuurlijk van oorsprong ook een echt plattelandsgebied is, dus ik voel me hier enorm thuis. Het is een unieke gemeente, en dat moeten we in stand houden. Tegelijkertijd moet je er ook geen openluchtmuseum van maken.”

Nederveen heeft als wethouder in het Westerkwartier de portefeuille Natuur en Landschap in zijn beheer, en daar geniet hij enorm van. “Het is een ontzettend interessant onderwerp. In Zuidhorn was ik verantwoordelijk voor Financieel Domein, en het is een mooie uitdaging om hiermee vanuit een ander perspectief in het Westerkwartier bezig te zijn. Het heeft natuurlijk ook wel een financieel aspect, en je hebt direct contact met mensen met wie je samen moet werken. Ik houd er echt van. In het Westerkwartier speelt de landbouw een heel belangrijke rol, een groot deel van de oppervlakte wordt gebruikt door boeren. Hoe er vandaag de dag geboerd wordt, verschilt enorm met hoe dat honderd, of zelfs twintig jaar geleden gebeurde. Er zijn zo veel regels over het uitrijden van mest, tot stikstofregulering, melkquota, noem maar op. Dat maakt het best moeilijk, boeren zitten daar niet op te wachten.”

Tegelijkertijd moet bij de inrichting van het landschap oog zijn voor de natuur, gaat Nederveen verder. “Boeren willen zo effectief mogelijk verbouwen en verkavelen. De houtwallen in het landschap komen voor een boer niet uit, maar zijn wel heel belangrijk voor de natuur in het Westerkwartier. Daar zal je een balans in moeten vinden. Je merkt nu al dat de schaalvergroting in de boerenbedrijven effect heeft op de aantallen vogels en insecten. Grutto’s en kieviten zie je nauwelijks meer. Daar ligt een uitdaging die je samen, met elkaar, moet aangaan.”

Soms is het lastig om daar een balans in te vinden, vertelt Nederveen. Bijvoorbeeld als het gaat om stukken grond die door de ligging in het landschap die minder geschikt zijn voor de landbouw. “Op zulke stukken grond kan een imker bijvoorbeeld zijn bijenkasten neerzetten. Als je zorgt dat er genoeg bloemen in de omgeving zijn, is er op die manier een goede oplossing gevonden om het stuk, dat op het eerste oog moeilijk bruikbaar is, toch te benutten. Uiteindelijk moet je daar als overheid ook iets voor over hebben. Daar zijn al subsidieregelingen voor en we moeten kijken of het een goed idee is om die uit te breiden. Een ander goed voorbeeld is het maaien door boeren. Als boeren tot eind juni wachten met maaien, in plaats van eind mei, is daar een regeling voor. Zo bescherm je de natuur en houd je de belangen van de boeren in het oog. Om dat te realiseren is het goed om regelmatig overleg te hebben met alle betrokken partijen.”

Schaalvergroting

Harmonie in de schaalvergroting is wel mogelijk, maar daar moet wel over nagedacht worden. “Je hebt eigenlijk twee soorten schaalvergroting. De ene is de vergroting van de percelen. Dat hoeft geen problemen op te leveren, mits je zorgt dat er ruimte is en blijft voor insecten, vogels, en bloemen. De andere vorm van schaalvergroting is binnen het boerenbedrijf, daar ontkomen bedrijven vaak simpelweg niet aan. Zolang er aandacht voor het landschap is, kan dat allemaal in harmonie samengaan. Vanuit het Rijk is bijvoorbeeld opgelegd dat er in de provincie Groningen stukken bos aangelegd moeten worden. Het is niet een goed idee om dat in het Middag-Humsterland te doen, maar in het coulissenlandschap past dat natuurlijk wel weer prima.” Aan de globale klimaatveranderingen ontkomt ook het Westerkwartier niet. Daar wordt zeker over nagedacht, vertelt Nederveen “Daar zullen we nou eenmaal mee moeten dealen. Op dat gebied zullen we aansluiten op het landelijke beleid. Ook waar het gaat om iets als de eikenprocessierups zullen maatregelen getroffen moeten worden. In Rotterdam zijn ze bijvoorbeeld bezig met bomen en gewassen op een manier te behandelen zodat deze niet aangetast worden door de rups. Daar moet je mee aan de slag en dat kan ingewikkeld zijn, maar het is tegelijkertijd ook erg boeiend.”

Verstedelijking

Hoewel er globaal en landelijk een duidelijke verstedelijk plaatsvindt, ziet Nederveen dat niet direct terug in het Westerkwartier. “Je ziet dat er een verandering plaatsvindt in de migratie van de populatie. Overal zie je dat mensen naar de stad trekken. Wij merken juist dat mensen vanuit de stad Groningen naar de omliggende dorpen verhuizen. Een component daarvan is de lagere huizenprijs, maar het komt ook doordat er juist hele goede verbindingen van en naar de stad zijn. Ook vanuit de Randstad verhuizen mensen naar het Noorden, omdat het hier nou eenmaal mooi wonen is. Ik zeg wel eens: zo’n hogesnelheidslijn naar de Randstad zou mooi zijn, maar tegelijkertijd hoeven niet alle mensen uit de Randstad hiernaartoe te komen. We hebben hier rust en ruimte, en dat moeten we in stand houden. Een ideale wereld zie ik als volgt, en dat is eigenlijk vrij simpel: in een ideale wereld, blijven we ervoor zorgen we dat het Westerkwartier een plek is waar mensen met plezier wonen, werken, en recreëren. En dat doen we met respect voor de natuur en de agrariërs, met het behoud van de identiteit van het Westerkwartier. Uiteindelijk zou het mooi zijn als je langzaam maar zeker kunt opschuiven naar een manier waarop je lokaal produceert, en lokaal ook weer consumeert. Van oudsher is er hier een nauwe samenwerking geweest tussen de agrariërs en de natuurorganisaties, en dat blijven we voortzetten.”