Kleintje Cultuur – Geert Zijlstra

0
254

“Ik val niet van mijn stoel van de muziek van Ed Sheeran”

“Een jaar of vijftien geleden heb ik de gitaar weer uit de wilgen gehaald, toen een oude buurman van me vroeg of ik eens mee wilde gaan naar een cursus Gronings, want hij wilde niet alleen. Aan het eind van de cursus was er een soort voorleesavond, en in plaats van daar voor te lezen heb ik van een gedicht van de cursusleider een liedtekst gemaakt. En nu zijn we vijftien jaar en een hoop optredens verder. Het leven hangt aan elkaar van toevalligheden. Veel creatief werk doe ik samen met Piet Buist, en dat is hartstikke leuk. We kwamen elkaar jaren geleden eens ergens tegen, Piet is een echte theaterman en hij was op dat moment bezig met een film. Daar moest alleen nog een liedje bij. Toen zeiden we: dat kunnen we wel eens samen proberen. Dat werd toen ‘Die van hiernoast.’ Dat hebben we toen opgenomen, en tot onze grote schrik en verbazing werd dat opgepikt door RTV Noord en daar kwam toen een beetje gang in.”

De aandacht was genoeg inspiratie voor de mannen om nog een aantal nummers op te nemen. Al snel volgde ‘Woar gijst henne,’ ‘Leste trein,’ en ‘Loop moar deur.’ Voor de Struuntocht, de grote wandeltocht in het Westerkwartier, schreven ze speciaal het lied ‘Strunen met dei.’ Maar Zijlstra treedt niet alleen op met Buist, hij kan het ook prima zelf af. Zijn voorkeur ligt bij americana, een beetje country-achtig, en dan in het Westerkwartierse accent. “Ja, en langzaamaan merk ik dat ik een beetje de transitie naar de popmuziek begin te maken. De tijd verandert ook wel, en dat maakt het allemaal wel wat makkelijker. Waar je vroeger nog twintig keer naar een nummer moest luisteren om te horen of het nu in A mineur of C majeur gespeeld werd, kun je dat nu zo even op het internet opzoeken. Dat maakt het allemaal een stuk makkelijker.”

Zijlstra groeide op in een muzikaal huis met oudere broers en zussen. Zij waren nogal wat ouder, en toen hij zes was, werden de Beatles, de Rolling Stones, en de Beegees grijs gespeeld. “Als kleine jongen heb ik eigenlijk op die manier de opkomst van de popmuziek meegemaakt. Dat is wel blijven hangen. Van jongs af aan heb ik eigenlijk al muziek gespeeld, toen ik zestien was ging ik samen met een aantal vrienden naar de stad om daar een elektrische gitaar te kopen. Maar de droom om met muziek het geld te verdienen viel al snel tegen toen de eerste jongens gingen trouwen en kinderen kregen. Ondanks verwoede pogingen om het bandje bij elkaar te houden, lukt dat helaas niet. Op latere leeftijd ging ik wel veel met vrienden naar de stad en daar heb ik ook altijd veel live muziek gezien. Daar stonden ieder weekend jongens als Herman Brood op het podium, dat was fantastisch. Nu luister ik naar jongens als John Mayor, maar ook nog veel Talking Heads, Neil Young en ook wel nieuwere muziek, hoor. Kijk, zo’n jongen als Ed Sheeran: ik val niet van mijn stoel van zijn muziek, maar hij is wel een echte vakman in zijn vakgebied.”

Een nummer komt niet zo maar vanzelf binnen. “Vaak gaat het beter om te schrijven voor een opdracht. Als mensen op me af komen en die willen een nummer, dan maak ik daar wat van. Het gebeurt eigenlijk zelden dat het zo, uit het niets, binnenkomt. En dat is helemaal niet erg. Het belangrijkste voor mij is, en is altijd geweest, het plezier in het maken van muziek. Je kunt mij niet ongelukkiger maken dan me twee dagen in de studio te zetten en een nummer vierenveertig keer te spelen. Ik vind het leuk om publiek te vermaken, of om muziek te maken met een paar biertjes, het moet uiteindelijk gaan om de lol die je in het muziek maken hebt.”

Die drang om het publiek te vermaken gebruikt Zijlstra ook bij het verhalen vertellen in het Westerkwartierse accent, of het af en toe eens presenteren van een pubquiz. Maar de muziek blijft de boventoon voeren. “We zijn stiekem bezig met het maken van een liedje voor de Struuntocht nog, die er aan zit te komen. De bedoeling is dat die voor 14 september op de band staat. Daar moeten we nog wel even mee aan de slag, maar dat moet goedkomen!”