Drie broers uit Aduard vechten zich naar de top van het taekwondo

0
116

“Deelnemen aan de Olympische Spelen, dat is onze grootste droom”

ADUARD/VINKHUIZEN – In de sporthal te Vinkhuizen zijn de broers Reigersberg uit Aduard bijna dagelijks aan het trainen om hun grootste droom uit te laten komen: meedoen aan de Olympische Spelen. De drie jongens, Lasse (11), Olav (13) en Isak (13), beoefenen taekwondo sinds hun zesde levensjaar en zijn vastberaden om ver te komen in de sport. En die mogelijkheid is er best. De drie hebben internationaal al behoorlijke resultaten behaald. Onlangs nog won de jongste van het stel goud bij het TTE Open in Leusden en ook de tweeling heeft de afgelopen jaren de nodige prijzen bij elkaar gevochten. De fantastische prestaties blijven elkaar opvolgen. Het is echt uniek: drie broers in de top van het taekwondo.

“Het begon allemaal toen Olav en ik onze zwemdiploma’s hadden gehaald”, vertelt Isak. “We waren toen zes jaar oud en mochten een nieuwe sport uitkiezen. Mijzelf leek een vechtsport wel leuk. Onze vader deed aan kickboksen en het leek mij ook wel wat om zoiets te doen”. De jongens verdiepten zich, samen met hun ouders, in de sporten in de regio. Na wat wikken en wegen kwam taekwondo als ‘de sport’ naar voren. “Dat leek ons het leukste”, laat Olav weten. “We meldden ons aan bij Kazemi Taekwondo Academie Groningen en trainden een aantal keren mee. De techniek van het taekwondo vonden we ontzettend mooi en bovendien kregen we er steeds meer plezier in”. Na twee jaar behaalde ook jongere broer Lasse zijn drie zwemdiploma’s en mocht hij opzoek naar een nieuwe sport. Hij volgde natuurlijk zijn grote broers. “Ik vond het sowieso al een leuke sport, maar omdat mijn broers het deden, was het voor mij wat makkelijk om er ook op te gaan”, vertelt Lasse. “Ik vond de sport er mooi uitzien en wilde heel graag vechten. Vandaar dat ik voor taekwondo heb gekozen”.

Al vrij snel bleek dat de drie broers het nodige talent hadden. Ze wonnen hun wedstrijden en ook op de trainingen waren ze beter dan vele leeftijdsgenoten. “Hierdoor mochten we al op tijd meedoen met de selectie”, legt Isak uit. “Dit is een groep voor de beste sporters van de club en diegenen die de meeste wedstrijden spelen. Bovendien krijgt de selectie extra trainingen. In totaal trainen wij gemiddeld zo’n vijf keer in de week. Soms varieert dit tot zelfs elke dag, als er belangrijke wedstrijden op het programma staan”. Naast taekwondo gaan de drie uiteraard ook gewoon nog naar school. Olav en Isak zitten in de tweede klas op CSG Augustinus in Groningen en Lasse zit in groep 8 van CBS de Hoeksteen in Vinkhuizen. “Ondanks dat we zoveel trainen, is het allemaal nog wel te behappen”, vertelt Olav. We moeten alles wel goed plannen, zodat we voor zowel ons huiswerk als de trainingen voldoende tijd hebben. Maar ook hebben we alle drie nog genoeg tijd voor onze vrienden. Dat vinden we ook heel erg belangrijk”.

Bij taekwondo zijn er verschillende gewichtsklassen. De drie broers spelen (meestal) allen in een andere categorie. Hierdoor komen ze elkaar vaak niet tegen op de mat. “Maar als het wel gebeurt, dan is dat zo”, zegt Isak. “Tijdens de wedstrijd gaat het ons maar om één ding: winnen. We zijn heel erg gefocust en dan maakt het niet uit of je tegen een bekende of onbekende speelt”. Olav vult aan: “Als ik tegen mijn broer speel, doe ik altijd extra mijn best. We zijn niet bang voor elkaar. Ik houd wel van die broederstrijd”. Hoewel taekwondo op het oog een gevaarlijke sport lijkt, zijn de jongens daar zelf weinig mee bezig. “Tijdens de wedstrijd denken we daar eigenlijk niet aan”, legt Lasse uit. “Het ergste dat kan gebeuren is dat je een harde klap krijgt, waardoor je pijn hebt. En daar kun je dan ook best last van hebben. Maar goed, het is hij of ik. Ik denk eigenlijk niet echt na over de pijn die ik kan krijgen”.

De jonge broers komen dan wel uit één familie, qua taekwondotechniek hebben ze weinig overeenkomsten. “We hebben allemaal onze eigen specialiteiten”, vertelt Lasse. “Voor mij is dat vooral dat ik heel snel kan bewegen, waardoor ik mijn tegenstander gek kan maken. Ik probeer hem uit te lokken, waardoor ik in de counter genadeloos kan toeslaan. Heerlijk om te doen!” Olav, die op zich ook prima kan bewegen, kenmerkt zich door zijn goede traptechniek. “Vooral mijn draaitrap is één van mijn sterkste punten”, laat hij weten. “Daarnaast kan ik goed ontwijken, waardoor ik weinig klappen krijg”. Daar waar Lasse en Olav beide op fysiek vlak hun sterke punten uitlichten, komt het bij Isak vooral op mentaal vlak aan. “Ik beschik over een sterk doorzettingsvermogen en heb de echte wil om te winnen”, legt Isak trots uit. “Qua techniek is mijn achterwaartse trap het sterkst”. Olav vult aan: “Maar we hebben trouwens wel alle drie een hele goede conditie, waar we de tegenstander mee uit kunnen putten. Toch nog een overeenkomst”.

De gebroeders Reigersberg hebben al de nodige (internationale) toernooien mogen spelen. Het leverde vele spannende wedstrijden op en er werden natuurlijk ook de nodige resultaten behaald. “Mijn mooiste toernooi was denk ik eind oktober in Leusden”, vertelt de jongste van het stel. “Er deden deelnemers mee uit onder andere België, Engeland en Duitsland. De finale won ik overtuigend met 11-1, waardoor ik dit grote toernooi wist te winnen. De finale was misschien wel mijn beste wedstrijd ooit. Vandaar dat deze toernooizege mij nog lang bij zal blijven”. Ook broer Isak deed mee aan het toernooi in Leusden. Ondanks een aantal goede partijen werd hij in de kwartfinale uitgeschakeld. “Het was verder wel een mooi toernooi, maar de Dutch Open van begin dit jaar zal mij het langste bij blijven”, laat hij weten. “Ook hier verloor ik in de kwartfinale, maar toen speelde ik tegen een hele goede tegenstander. Ik vocht een uitstekende wedstrijd, waar ik zeker tevreden mee ben”. Voor Olav, die in verband met een operatie niet mee kon doen aan het TTE Open in Leusden, is het Dutch Open ook het mooiste wat hij tot nog toe heeft meegemaakt. “De entourage hier was werkelijk schitterend”, laat Olav weten. “Er waren deelnemers van over echt de hele wereld en er kwam veel publiek op af. Hier was ik best van onder de indruk”.

Hoewel de broers met elf en dertien jaar nog ontzettend jong zijn, komen ze over als verstandige jongens. Jongens die weten wat ze willen bereiken, zowel in de nabije- als verre toekomst. “Dit seizoen richten Isak en ik ons vooral op het NK”, vertelt Olav. “Lasse mag hier, in verband met zijn jonge leeftijd, nog niet aan meedoen. Mijn grootste doel is om ooit het EK of WK te halen. Een echte droom is de Olympische Spelen, maar of dat ooit gaat lukken….?” Ook de jonge Lasse wil ontzettend graag de Olympische Spelen halen, maar ook hij blijft realistisch. “Nu gaat alles nog goed, maar we weten niet wat de toekomst brengt”, laat hij weten. “Tuurlijk kan het mogelijk zijn, maar hiervoor is een eerste stap bijvoorbeeld al om sponsoren te krijgen. Taekwondo is een hele dure sport, dus die zijn op de langere termijn zeker nodig”. En het doel van Isak? “De Olympische Spelen winnen”, lacht hij. “Maar het is ook lastig om zover in de toekomst te kijken. We proberen ons natuurlijk zo goed mogelijk te blijven ontwikkelen en we doen ons best om zover mogelijk te komen”.

Zoals al gezegd trainen de drie bij Kazemi Taekwondo Academie Groningen. Een taekwondoschool waar de jongens het ontzettend goed naar hun zin hebben. “Het is een hele goede school, die ook veel regelt met onze school”, vertelt Isak. “Het is ontzettend fijn om hier te trainen en ze gaan ook goed met kinderen om. Ze pushen niet, het gaat vooral om het plezier. Als er kinderen zijn die iets minder fanatiek zijn, dan is dat niet erg. Iedereen wordt persoonlijk begeleid. Hierdoor voelen we ook totaal geen druk”. Lasse vult aan: “En bovendien worden er regelmatig leuke activiteiten georganiseerd, zoals een kamp en een tocht langs het Blote Voetenpad. Ontzettend leuk”. Bij de taekwondoschool worden de gebroeders Rijgersberg getraind door Alinde Huijzer en Habib Kazemi. Laatstgenoemde is lovend over de drie broers. “Ze doen het ontzettend goed en hebben veel plezier in taekwondo”, laat hij weten. “Ze komen altijd met een glimlach aan en gaan met hetzelfde gezicht weer weg. Op de mat zijn ze allen ontzettend gefocust en doen ze hun uiterste best. Fantastisch om te zien. Zelf denk ik dat ze het wel in zich hebben om ver te komen in het taekwondo. Maar alleen als de dat zelf willen. Plezier hebben in de sport, dat is het belangrijkste”.