Al vijftig jaar in dienst, maar nog geen reden om te stoppen

‘Er is nooit een dag geweest dat ik niet met plezier naar het werk ging’

OPENDE – Onlangs vierde Liesbeth van der Velde haar 50-jarig dienstverband bij Vredewold in Leek. Nadat ze de Huishoudschool afrondde trad ze op haar veertiende in dienst bij de zorginstelling. Dat beviel zo goed dat ze al die tijd in dienst bleef. In al die jaren maakte ze flink wat veranderingen mee, zowel verbouwingen als een steeds veranderende en zwaarder wordende zorg.
‘Ik was op een maand na vijftien toen ik samen met mijn naailerares een aantal tehuizen langsging om te kijken waar ik me thuis zou voelen. Vredewold was in die tijd een bejaardenhuis waar zo’n 95 mensen woonden. Daar wilde ik wel werken. Omdat ik nog jong was en natuurlijk geen ervaring had, begon ik in de huishouding. Ik was toen ook nog heel klein van stuk. Groeien deed ik pas later.’
In die tijd ging het er nog gemoedelijk aan toe. ‘Je had echt tijd voor dingen. Haar invlechten, speldjes in doen, dat soort dingen. Omdat echt een bejaardentehuis was, hadden mensen niet echt veel zorg nodig. We konden ook zomaar ’s middags eens een beetje luieren, voor de nieuwe ronde begon.’ In die tijd werkte Liesbeth veertig uur. Tien dagen achter elkaar en dan vier dagen vrij. ‘Ach, ik was jong en kon alles aan,’ lacht ze, ‘Inmiddels werk ik minder uren hoor! Toen ik wat ouder werd ging ik alle diensten draaien die er waren te draaien. Nachtdiensten, gebroken diensten. Er is nooit een dag geweest dat ik niet met plezier naar het werk ging.’
Door de jaren heen veranderde een hoop. ‘Natuurlijk is er veel verbouwd en uitgebreid. Ik maakte drie verbouwingen mee en de vierde is op komst. Maar ook de werkzaamheden zijn veranderd. Het werk is zwaarder geworden. Niet elke verandering is een verbetering. Er was steeds minder tijd om het mensen naar de zin te maken. Minder tijd voor een praatje. En hoewel ik mijn werk nog steeds graag doe, vind ik dat wel jammer.’

Liesbeth werkt al zo lang in Vredewold, dat er nu zelfs oud-collega’s wonen, waar Liesbeth vroeger mee werkte. Ook zag ze in die tijd meerdere directeuren voorbij komen. ‘Het begon met mevrouw Goelema, die er in 1975 mee stopte. Zij was streng. Ik herinner me dat als een collega vrij wilde, ze meteen de wind van voren kreeg, waardoor niemand nog vrij durfde te vragen. Ze wilde dat je deed wat ze vroeg en altijd stipt op tijd kwam. Hoewel ze streng was, kon ik het wel met haar vinden. Toen kwam Piet Weites, waar ik een heel goede band mee had. Hij werkte al vanaf 1970 bij Vredewold. Hij was erg betrokken en was ook altijd op vrijdags bij het borreluur. Daarna kwamen Herman Kosse, Ismay Kremers en Goos Knol.’
Door veranderende regels mag Liesbeth nu minder dan vroeger. ‘In de jaren 70 en 80 doken we ’s nachts de medicijnkasten in om alles voor de dagdienst klaar te zetten. Daar waren we een hele poos mee zoet. Ik leerde daar zo veel van, dat ik later ook medicijnen uit mocht delen. Ook mocht ik wonden verzorgen. Ik herinner me flinke doorligwonden, die we toch weer dicht kregen. Inmiddels zijn er heel strenge regels, waardoor ik geen wonden meer mag behandelen en geen medicijnen meer mag uitdelen. Ik zou dan nog een studie daarvoor moeten doen en dat zie ik niet zo zitten.’
Ook is het werk een stuk zwaarder geworden door de veranderende zorg. ‘Mensen hebben steeds meer hulp nodig. Er wonen veel meer mensen nu en we hebben verschillende afdelingen. Hoewel ik mijn werk altijd heel fijn heb gevonden en nog steeds heel fijn vind, snap ik wel dat mensen niet voor de zorg kiezen. Ondanks de tilliften die we tegenwoordig hebben, is het toch lichamelijk zwaar werk. Je moet bijvoorbeeld tegen ontlasting kunnen, daar kan niet iedereen tegen. Hoewel het gewoon een kwestie van wennen is natuurlijk.’
Het vijftigjarig jubileum is uitgebreid gevierd in Vredewold. ‘Mijn collega’s hadden een toneelstuk gemaakt over mijn tijd hier. Ook waren er heel veel bewoners die allemaal cadeaus gaven. Het was een prachtig feest. Maar het was geen afscheid hoor! Ik word 65, dus ik moet sowieso nog twee jaar tot mijn pensioen. Ik denk er nog niet aan om te stoppen. Ik werk inmiddels wel wat minder en als het moet kan ik nog terug naar twee dagen. Zolang ik fit blijf, werk ik gewoon door. Ik zou mijn collega’s en de bewoners veel te veel missen!’