Basketbal is de rode draad in het leven van ex-eredivisie speler Erik Schuur

‘Om het te maken als basketballer ben je afhankelijk van talent, geluk en wilskracht’

LEEK/ZUIDHORN – De basketbalsport lijkt steeds meer op te bloeien in Nederland. Guard Erik Schuur uit Leek kent het basketbalwereldje in Nederland als geen ander. Op zijn 16e maakte hij al zijn eerste minuten in de eredivisie bij Donar Groningen. Hij kent ook het veld van Aris Leeuwarden op zijn duimpje, is voor Nederland naar de Olympiade in Moskou geweest en kan tegenwoordig het spel nog steeds niet loslaten.

‘Mijn broer basketbalde eerder dan ik,’ vertelt Erik Schuur. ‘Ik begon met tennis. We hadden in onze achtertuin een emmer zonder bodem als basket, maar vooral mijn broer heeft die gebruikt. We speelden wel eens één tegen één, maar ik sloeg toen toch nog liever een tennisbal tegen de muur. Mijn broer speelde bij HSVB, de basketbalclub van Haren. Mijn vader en ik haalden hem een keertje op van training en toen ben ik ook even een balletje gaan gooien.’ Erik was vanaf dat moment niet meer weg te slaan bij de basket, het vonkje was overgeslagen. ‘Ik ben daarna ook lid geworden van HSVB en dat ging eigenlijk heel goed. Mijn broer en ik hebben nooit echt rivaliteit gevoeld. We gunden elkaar juist het geluk. Al wil je natuurlijk wel winnen wanneer je tegenover elkaar staat. Ik mocht al snel met de oudere jongens meedoen en sloeg de u-16 over.’ Jaarlijks werd de Martin de Vries prijs uitgereikt, de prijs voor het grootste talent van het noorden. Erik mocht deze prijs in ontvangst nemen en kreeg daarom de kans om deel te nemen aan het Northern Dutch Basketball Camp. ‘Hier liepen veel eredivisie coaches en spelers rond. Na dat kamp ging ik van HSVB naar de Donar Junioren, omdat Glenn Pinas, toentertijd de coach van Donar, wel iets in mij zag.’

Donar is een grote naam in de basketbalwereld; elk jaar belanden zij wel in de top van de eredivisie. ‘Ik werd snel meegetrokken naar het eerste team. Dat was wel even wat anders. Niet alleen was het spelletje en de handelingssnelheid anders, maar ook de omgeving. Opeens zit je bijvoorbeeld met drie Amerikanen en twee Europeanen in het team. Maar ik moet zeggen dat ik er heel goed ontvangen ben. Bij de eerste training wilde ik als jonge hond iedereen er graag uitrennen. Dit lukte ook, waardoor de rest opnieuw moest sprinten.’ In die tijd speelde Erik zowel voor het eerste team als voor de junioren. ‘Ik studeerde er ook nog naast en ik had een bijbaantje bij de Rabobank. Gelukkig was mijn school erg coulant wanneer ik moest sporten. Uiteindelijk heb ik nog mijn vwo op de topsportschool gedaan. Toen ik examen deed lukte het combineren iets minder goed. Toen heb ik de junioren achter me gelaten en heb ik de focus volledig op het eerste team gelegd.’ Erik werd een van de jongste eredivisiespelers ooit. ‘Ik herinner me de eerste wedstrijd met Donar 1 nog erg goed. Ik stond als zestienjarige zo’n twee minuutjes in het veld. We speelden tegen Den Helder en ik schoot gelijk een driepunter raak. Het is zelfs nog op de NOS geweest.’ Erik heeft zo’n vijf jaar in het Donar-shirt gespeeld. Hij begon hier als forward, maar werd later ingezet als guard. ‘Dat was een prima switch. Je komt tegenover een ander soort spelers te staan, vaak kleinere en snellere jongens. Na die vijf jaar belandde ik bij Aris Leeuwarden. De coach van Donar nam een andere speler op mijn positie mee en ik stond sowieso al minder minuten op het veld.’

Aris speelde in die tijd in de Promotiedivisie, de op één na hoogste competitie van Nederland. ‘Ik kende veel teamgenoten al van Groningen. We reden ook vaak samen naar de training toe. Het eerste jaar werden we gelijk kampioen en zo keerde ik terug in de eredivisie.’ Opeens stond Erik in plaats van mét Donar, tegenóver Donar op het veld. ‘We waren ze al eens tegengekomen tijdens een toernooitje in Meppel, daar wonnen we al van ze. De eerste competitiewedstrijd van het nieuwe seizoen kwamen we ze gelijk weer tegen. Ik mocht starten voor Aris en ook deze wedstrijd hebben we gewonnen. Ik heb vier jaar bij Aris gespeeld. Al was ik hier helaas twee jaar van geblesseerd aan mijn knie. De spelers bij Aris roteerden veel en dit in combinatie met mijn blessure zorgde ervoor dat ik de club weer achter mij liet. Ik heb nog even rondgekeken bij Zwolle. Daar heb ik niet mijn beste trainingen neergezet en ze kiezen daar graag voor de eigen jeugd, dus uiteindelijk heb ik het Landstede-shirt niet gedragen.’

Na Aris kwam de guard terecht bij de Groene Uilen in Groningen, een bekend studententeam. ‘Hans Nieboer, de assistent-coach van Glenn Pinas bij Donar toentertijd belde me op of ik me bij de Uilen wilde aansluiten. Hier zaten veel voor mij bekende jongens tussen, het leek me erg leuk om met hen te spelen.’ Erik kreeg speciaal een dispensatiekaart, waarvan er in die tijd maar twee of drie waren. Hij was immers geen student meer. In ruil hiervoor zette hij zich met liefde in voor de club. ‘Ik heb er acht jaar gespeeld en ik heb er enorm van genoten. De finales met hen zullen me altijd bijblijven. Nadat we voor de tweede keer kampioen waren geworden leek het me een goed moment om te stoppen. Ik was toen net 30 jaar, dat was toch wel een verschil met de meeste studenten.’ Het Groene Uilen shirt werd ingewisseld voor het shirt van het Groningse Scylla. Hier speelt Erik tegenwoordig nog steeds met veel plezier in de tweede divisie, het vierde niveau van Nederland. Ook houdt hij zich druk bezig met de toekomstige basketbalsterren. Onder andere door het coachen van de u-12 van BV Dunk in Zuidhorn en door het geven van basketbal clinics, ook namens Donar. ‘Ik vind het leuk om de jeugd op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met basketbal. De sport heeft mij zoveel gebracht. Basketbal is de rode draad in mijn leven. Ik heb hierdoor veel van de wereld gezien, onder andere door wedstrijden in het buitenland en de olympiade in Moskou. Ik heb er veel vriendschappen voor het leven door gesloten en dat gun ik ook graag de nieuwe generatie. Het is en blijft een mooi spel. Om het te maken als basketballer ben je denk ik afhankelijk van drie factoren. Talent, geluk en wilskracht. Je moet het spel goed doorhebben en de benodigde uren willen maken. Maar je moet ook de kans krijgen om jezelf te ontwikkelen en ontdekt te worden. Ik wil de jeugd ook meegeven dat je er komt door hard te trainen en te genieten. En je moet natuurlijk goed luisteren naar wat anderen je vertellen, je kunt veel van elkaar leren.’ Hij noemt hierbij ook zijn grote inspiratiebronnen in de NBA; Michael Jordan, Jason Kidd en Dennis Rodman. Drie heel verschillende spelers, maar dat past ook bij zijn spel. Allround.

‘Ik heb nog Sportmanagement gestudeerd aan de Hanzehogeschool en ben inmiddels werkzaam als buurtsportcoach bij Sociaal Werk De Schans. Ik heb er vroeger wel over gedacht om in Amerika mijn basketbalcarrière voort te zetten. Hier heb ik ook de SAT-testen voor gedaan en dat was allemaal goed. Ondanks dat ik door de Amerikaanse contacten in de eredivisie wel mogelijkheden heb gehad, heb ik die stap toch niet gemaakt. Toch ben ik supertrots op wat het basketbal me allemaal gebracht heeft. Ik heb veel mensen leren kennen. De basketbalwereld in Nederland is klein, hierdoor kom je overal bekenden tegen. Het is één grote familie.’