Bauke Mollema trots op vierde plaats op Olympische Spelen

“De derde plaats was dichtbij, maar ook zo ver weg”

ZUIDHORN – Daags na zijn vierde plaats op wat waarschijnlijk zijn laatste Olympische Spelen is geweest, blikt de 33-jarige Bauke Mollema nog een keertje terug op zijn vierde plaats van de wegwedstrijd. Hij heeft inmiddels plaats genomen in het vliegtuig en staat op het punt zijn benen te strekken, de rugleuning naar achteren te kantelen en te gaan slapen voor een twaalf uur durende vlucht naar Parijs. “Ik denk dat ik wel kan slapen”, klinkt de licht vermoeide stem. Afgelopen nacht kwam ik niet verder dan een dikke twee uur slaap, dus ik ben eigenlijk wel kapot”.

Een vierde plaats. Net geen medaille of zoals hij het zelf verwoord, net geen vijfde, zesde of zevende. Dat is hoe het echt is. Vooraf had hij nog stille hoop op een podiumplaats en stiekem droomde hij van goud op zijn speciale uitvoering van de Émonda SLR 9, de klimfiets van Trek. “Het was een loodzware rit”, zegt hij. “234 kilometer en zes uren afzien. Er zaten vijf beklimmingen in en de Mikuni Pass is de zwaarste. Wat het extra zwaar maakt, zijn de omstandigheden. Het was zo warm en vochtig. Na dik 100 kilometer zat ik er al behoorlijk door en dan weet je dat je nog 100 kilometer moet afzien”.

Heeft hij nog gedacht aan een ontsnapping? Inzetten op een stunt en een soort ‘alles of niets’ offensief? “Ik heb het in de laatste vijf kilometer een keer geprobeerd. In een ultieme poging een medaille te pakken. Maar andere renners weten dat natuurlijk ook en lieten me niet gaan. Benen om aan een lange ontsnapping te beginnen, had ik niet. Dan ga je nadenken welk tactisch plan je kunt uitrollen om toch zo hoog mogelijk te eindigen. Ik denk dat ik het slim heb aangepakt. Ik heb wat minder werk verricht dan normaal, maar dat was voor mij de enige manier om bij te blijven. Er waren vandaag wel tien renners die bergop beter waren dan ik. Uiteindelijk ben ik vierde geworden en denk ik dat ik het echt goed heb gedaan. Dat ik echt alles eruit heb gehaald wat er in zat. Teleurstelling voelde ik niet. Ik was vooral blij dat ik nog vierde werd, want in de sprint had ik nog zomaar zesde of zevende kunnen eindigen. Ik had ook nog geluk dat Bettiol kramp kreeg. Die jongen is een rappe sprinter en dat Kwiatkowski op het laatste klimmetje gelost werd. Dat had zomaar een paar plaatsen gescheeld”.

Mollema heeft zoals altijd weer een eerlijk en oprecht verhaal. Maakt het niet mooier en spannender dan het is. “Ik zat zelfs een aantal keren echt op de limiet om bij te blijven. Als je dan al met al een vierde plaats haalt, zou je kunnen denken dat het een hele zure plaats is. Omdat de derde plaats dan zo dichtbij is, maar eigenlijk was die ook heel ver weg”, grinnikt Mollema. Ook zijn collega’s zijn onder de indruk van de race van de oud Zuidhorner. “Vierde worden. Alles piept en kraakt. Aan je limiet zitten. Afhaken, toch weer aanhaken. Niet opgeven, zelfs nog loeren op een kansje. En dan in de sprint uiteindelijk vierde worden tussen toppers als Pogacar en Poels. Hij mag heel trots zijn!” Blikt Tom Dumoulin terug op de wedstrijd van zijn collega renner.

Mollema maakt nog een laatste grapje en is bezig de stoel te laten zakken. Ja, mijn vakantie gaat eindelijk beginnen. Nog even een keertje San Sebastian volgende week. Vind ik toch ook een hele mooie wedstrijd. En wie weet kan ik daar nog iets moois neer zetten”. De telefoon gaat uit. Het vliegtuig vervoert de wereldreiziger naar Parijs, al waar hij een paar uren moet wachten voor hij het vliegtuig naar Schiphol in kan stappen en dan gaat de koers richting Leeuwarden. Een korte koers waarna hij eindelijk even kan bijkomen. Herenigd met zijn kindjes en partner. Voor even.