“Beleid overheid jaagt boeren letterlijk de dood in”

Niezijlster boer Roel Heemstra luidt noodklok

NIEZIJL – Praten met journalisten doen boeren niet graag. Toch is dat wat Roel en Diana Heemstra nu doen in hun grote keuken op de boerderij in Niezijl. De nood is hoog. Vooral in Limburg, Gelderland en Overijssel dreigen, als het aan de overheid ligt, hele gebieden met boerenbedrijven van de aardbodem te worden weggevaagd. Letterlijk.

Ruim een week geleden trokken de boeren dan ook weer met hun trekkers ten strijde. Het probleem is de stikstof. Volgens de overheid een crisis waarvan de boeren de belangrijkste oorzaak zijn en zij die dan ook moeten oplossen. En daar zit het pijnpunt voor de boeren. Ze voelen zich uiterst onheus en onrechtvaardig bejegend door de overheid en dat eist zijn tol. “De gevolgen zijn verschrikkelijk”, begint Roel die zichtbaar aangedaan is door alles wat er gaande is. “Zelf ben ik chauffeur van slachtkippen in de nachtelijke uren geworden om mijn brood te kunnen verdienen. Daardoor houd ik mijn hoofd boven water. Er zijn boeren wiens problemen nog veel groter zijn. Ik was onlangs bij een boer die ik anderhalf jaar niet heb gezien. De man was altijd positief, maar ik schrok toen ik hem zag. Hij had geen energie meer, was afgevallen en somber. Er was niets over van de bruisende man die ik ken. Een goede kennis van me was een boer een paar dorpen verderop. Die is er inmiddels niet meer. Na de zoveelste nieuwe regel en dreiging van de overheid hebben ze hem gevonden, hangend aan een balk in de schuur. Er is veel leed en zelfmoord onder boeren. Het punt van de boeren is dat ze vaak te trots zijn om over hun problemen te praten. Ik zit hier dan ook niet alleen voor mezelf te praten, maar vooral voor mijn collega’s die het nog zwaarder hebben”.


Schokkende verhalen gaan over de tafel. Er zitten hier mensen die graag over hun boerderij en 120 koeien willen praten. Over hun grote liefde, het boerenleven. Maar de gesprekken gaan tegenwoordig alleen nog maar over de dreiging van de overheid. De dreiging om geen geld meer te hebben om je kinderen te eten te geven en de dreiging die er is alles kwijt te raken. Dat is de rode draad van het lange gesprek met het boerenstel waar ook Eddie van Marum bij aanschuift. Van Marum is Fauna-adviseur van agrarische natuurverenigingen en agrarisch schade-expert uit Niekerk en heeft zich tot in detail verdiept in de problematiek. “Het probleem van de stikstof is erg complex. Misschien is het vollediger om te zeggen dat het door de overheid inmiddels erg complex is gemaakt om het vervolgens maar op het bordje van de provincies te dumpen. Omdat allerlei belangen door elkaar heen lopen, zijn er veel mensen die er niets meer van snappen. Misschien is het een onderdeel van de strategie die de overheid volgt”, vraagt van Marum zich af. “Voor mij is glashelder dat het probleem zoals de overheid het presenteert niet alleen maar op het bordje van de boeren geschoven kan worden”.

Om het technische verhaal niet al te ingewikkeld te maken, probeert Van Marum het samen te vatten. “Op de eerste plaats heeft de overheid, het RIVM, nooit onderzoek gedaan dat echt recht doet aan conclusies. Er is nooit gemeten aan de bron en de berekeningen kunnen meer dan honderd procent afwijken, dus zijn de conclusies domweg niet onderbouwd. Grofweg kun je de stikstofuitstoters verdelen in vier groepen. De landbouw, transport, industrie en bouw. De boeren hebben onder de tot 2015 geldende wetgeving vaak een Natuurbeschermingswet vergunning aangevraagd of een melding gedaan om stikstof uit te mogen stoten en er zijn hele berekeningen op los gelaten hoeveel een boer dan mag uitstoten. Die hoeveelheden zijn dus bij de overheid bekend, maar andere sectoren hebben vaak geen vergunning aangevraagd voor de uitstoot van stikstof en daarvan is ook heel weinig bekend over de mate van uitstoot. Vliegtuigen kunnen bijvoorbeeld gewoon hun gang gaan. Industrie stoot stikstof uit met hoge schoorstenen, ook dat telt niet mee. Maar die stikstof komt ook ergens terecht. Die sectoren worden helemaal met rust gelaten”.


Het beleid voelt als groot onrecht en een jarenlange heksenjacht van de overheid op de boeren die pas eindigt wanneer de meeste boeren verdwenen zijn, zo is de indruk van Heemstra die daarmee verwoordt wat er onder veel boeren leeft. De ellende begon pas echt op het moment dat het MOB, een organisatie onder leiding van Johan Vollenbroek die zich bezig zegt te houden met de verbetering van natuur en milieu, een succesvolle rechtszaak tegen de staat aanspande om de zogenaamde wet Programma Aanpak Stikstof van tafel te krijgen. De overheid heeft op basis van deze wet vergunningen verstrekt of op basis van PAS meldingen de bedrijfsvoering van boerenbedrijven vergund. 

De rechter was het echter uiteindelijk met het MOB eens. De in 2015 verstrekte vergunningen waren daarmee ineens onwettig en daarmee ongeldig. “Dat heeft grote impact. Boeren hebben investeringen gedaan en zich soms tot in de nek in de schulden gestoken om een verdienmodel te creëren, wat al lastig genoeg is”, legt Heemstra uit. “Maar nog erger: eigenlijk is die boer nu illegaal, want hij stoot nu ineens meer uit dan waar hij voor vergund was. Het gevolg is dat boeren geen verdienmodel meer hebben en ook niet meer kunnen ondernemen. Het leven wordt ons onmogelijk gemaakt. Ik kan nu niet meer naar de bank om geld te lenen als mijn trekker stuk is want dan zegt de bank dat ik geen geldige vergunning heb. Wij kunnen geen maatschap meer oprichten en onze kinderen in het bedrijf betrekken. Er is geen geldige vergunning. Wij kunnen niets anders dan onze nek proberen vrij te houden van het wurgkoord dat de overheid verder aantrekt. Terwijl we gewoon hard willen werken en altijd al alles doen om ons aan de steeds veranderende regelgeving te houden”.

Van Marum legt uit wat de gevolgen van de rechtszaken zijn: “Het MOB heeft in iedere provincie inmiddels van vijftig willekeurige bedrijven de NB vergunning succesvol aangevochten. Hun volgende stap is dat ze handhaving eisen van die uitspraak waardoor boeren dus een groot deel van hun veestapel op moeten ruimen en de financiering niet meer opgebracht kan worden. Het einde van veel boeren dreigt dus echt. Bij de door MOB aangepakte bedrijven zijn ook natuur inclusieve bedrijven die echt parels van weidevogelparadijzen en andere landschapselementen gecreëerd hebben. Bedrijven die nu op omvallen staan. Hoezo voor natuur en milieu?”


Boeren willen meewerken aan het oplossen van problemen. Dat doen ze altijd en willen ze nu ook. “Inmiddels is er door boeren in voorgaande jaren al ruim 60% stikstofuitstoot gereduceerd”, zegt van Marum. Hij volgt de kwestie al jaren op de voet en is als Fauna-adviseur nauw betrokken bij de problematiek. Waarom worden de boeren dan gezien als de grootste bron van uitstoot? Het antwoord gaat terug naar het jaar 2000: “Door de aanwijzing van Natura 2000 gebieden heeft de overheid zich verplicht om bepaalde stikstofgevoelige natuur te beschermen. In plaats van het hele probleem inclusief bodemprocessen en waterpeilen en inrichtingswerkzaamheden van NB organisaties, die het vrijkomen van stikstof beïnvloeden, mee te wegen is er slechts gekozen om alleen maar te gaan sturen op vluchtige stikstof. In plaats van het probleem als gehele basketbal te spelen wordt er slechts gewerkt met een pingpongballetje om het op te lossen. Met deze aanpak zullen de beoogde doelen nooit gehaald worden”, is de conclusie van Van Marum die erg kritisch is op de rol van de overheid.

Hij vervolgt: “Omdat de Nederlandse economie stil komt te liggen door de acties van MOB kiest de Nederlandse overheid er voor om de stikstof bij boeren weg te halen en deze voor zeventig procent te herverdelen aan industrie bouw en verkeer en voor dertig procent boekhoud technisch af te boeken op natuur. Waar boerenstikstof (NH3) planten gezond laat groeien zorgt de industriestikstof (NOx) voor giftige en voor longen ongezonde uitstoot. 

De door de overheid gekozen weg uit deze crisis laten industrie bouw en verkeer grotendeels buiten schot. Ze gebruiken de landbouw als een stikstofspaarvarken dat ze leegschudden om industrie en bouw te redden in plaats van zaken structureel met elkaar op te lossen. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft al aangegeven dat ook al zou je alle boeren uit Nederland weghalen, de beoogde doelen nog niet gehaald gaan worden.  Je zou je dus ook af kunnen vragen of het hier nu echt om natuur gaat of dat de overheid met deze truc gewoon de boerengrond goedkoop in handen wil krijgen als bouwgrond en de sector wil slachtofferen om de bouw en de industrie in de benen te houden. Iets waar de boeren inmiddels van overtuigd zijn”.

Van Marum is vooralsnog ter goeder trouw: “Er toch maar van uitgaande dat het om natuur en biodiversiteit gaat zou de werkwijze geheel anders moeten zijn en zullen alle belangrijke factoren die tot achteruitgang van de biodiversiteit leiden beschouwd moeten worden. Als je boeren een goed verdienmodel geeft voor het uitvoeren van groenblauwe diensten, het Agrarische natuurbeheer, dan is de landbouw niet langer het probleem, maar juist de oplossing voor de grote vraagstukken rond bodem water en biodiversiteit”. Voor veel boeren in het één voor twaalf, maar voor sommige inmiddels te laat om mee te werken aan die oplossing.