Burgemeester Ard van der Tuuk in gesprek met Heleen Wijma

“Moet ik nou eerst op het knopje ‘unmute’ drukken voordat jullie reageren?”

WESTERKWARTIER – Deze week gaat burgemeester Ard van der Tuuk in gesprek met Heleen Wijma in het kader van #SamenDoor. De inwoner van Leek is technator op rsg De Borgen en sinds 1 mei ook programmamanager van Sterk Techniek Onderwijs in de regio Westerkwartier en Noordenveld. Het afgelopen jaar veranderde ook voor haar veel, omdat ze gewend was les te geven voor volle klassen. Vanwege de lockdown was dat geruime tijd niet mogelijk en die gevolgen heeft ze bij zowel haarzelf als bij de leerlingen wel ondervonden. In gesprek met de burgervader deelde Wijma deze ervaringen én vertelde ze over het belang van techniek in de huidige samenleving.

“Corona heeft de wereld behoorlijk op z’n kop gezet”, begint Wijma het gesprek, nadat Van der Tuuk haar vroeg naar het afgelopen jaar. “Met name de eerste lockdown was een echte reset. In plaats van voor de klas staan, zaten we nu allemaal thuis. We moesten online onderwijs verzorgen, maar dat hadden we nog nooit gedaan. Dat moest dus volledig opgezet worden en dat vraagt wel wat van je als mens. Ik heb heel erg moeten denken in oplossingen, maar tegelijkertijd daagde mij dat ook uit”. Die uitdaging was echter best lastig, erkent de technator. “Vooral de combinatie met mijn kinderen en partner die ook thuis zaten, maakte het ingewikkeld. Iedereen had een plekje nodig om in rust te kunnen werken en dat was best even zoeken. Ik heb wel meerdere diepe zuchten geslagen in die tijd. Niet alleen in werkverband, maar ook persoonlijk. Het sociale contact miste ik ontzettend. Regelmatig ging ik met vriendinnen een weekendje weg en dat zat er, en nog steeds niet, niet in. Het bijpraten over de dingen van het leven viel volledig weg”.

Dat de coronacrisis invloed heeft op het leven, merkt Wijma niet alleen bij haarzelf, maar ook bij haar eigen kinderen en leerlingen van rsg De Borgen. “Mijn oudste zit in het eerste jaar van het hbo en zij kan maar heel beperkt naar school”, vertelt Wijma. “Ik zie dat ze dat ook ontzettend mist. Hetzelfde geldt voor mijn leerlingen op rsg De Borgen. We hebben het in Nederland veel over leerachterstanden, maar ik noem het vooral vertraging. Dat lopen we  wel weer in”. Van der Tuuk vraagt zich af hoe het met het sociaal welbevinden van de leerlingen gesteld is. Daar maakt de burgervader zich behoorlijk zorgen over en die zorgen deelt Wijma. “Ik weet niet of dat wel goed komt”, zegt ze. “Het is misschien wel een zaak die blijvend is. Scholieren in deze leeftijd leren door te ervaren. Ze kijken naar elkaar en spiegelen elkaar. ‘Hoe doet hij/zij bepaalde dingen?’ Daardoor worden ze volwassen. Zie het een beetje als ‘Monkey see, monkey do’. Dat hoort bij het stukje ontwikkeling, maar is nu in een heel ander perspectief komen te staan. Online lees je veel minder van elkaars gezicht af”.

Inmiddels mogen de scholieren al weer enige tijd naar school, maar Wijma weet dat dit nog niet zo gaat als het voorheen was. Na de tweede lockdown schrok ze zelfs een beetje hoe de eerste lessen gingen. “Op maandag vroeg ik de leerlingen hoe hun weekend was, maar het bleef helemaal stil. Daarop zei ik: ‘Moet ik nou eerst op het knopje unmute drukken voordat jullie reageren?’ Het bleek dat de leerlingen nog steeds in die online wereld zaten, waar ze moesten wachten met praten totdat de docent het zei. Je merkte dat de leerlingen een hele andere vorm van interactie hadden. Het spontane was er volledig af en dat vond ik ontzettend jammer. Inmiddels is dat wel weer wat teruggekomen. Normaal gesproken geef ik de leerlingen altijd een high five bij de deur, maar dat kan ook niet. Verder is het altijd wel gezellig en we maken er het beste van. Toch is het behoorlijk aanpoten. Op de Lindenborg werken we in segmenten, waarbij een derde van de klas op school is en twee derde online de les volgt. Je wilt de aanwezigen alle aandacht geven, maar je moet ook de leerlingen die thuiszitten bedienen. Dat is behoorlijk lastig”.

Van der Tuuk merkt dat Wijma een passie voor onderwijs en jeugd heeft, maar hij weet dat de inwoner van Leek een andere opleiding heeft gevolgd. Daarom vraagt de burgemeester ook hoe ze zo in het onderwijs is terechtgekomen. “Ik heb technische bedrijfskunde gedaan”, legt Wijma uit. “Uiteindelijk kwam ik erachter dat dat het niet was. Tegelijkertijd begon ook de jeugd mij steeds meer te boeien. Ik heb uiteindelijk de techniek, jeugd en onderwijs met elkaar gecombineerd en dat heeft ertoe geleid dat ik nu technator ben. Dat is eigenlijk niets anders dan coördinator in het technasium. In deze functie ga ik op zoek naar het combineren van het onderwijs met het bedrijfsleven en de overheid”. Van der Tuuk: “Je zoekt altijd naar verbindingen, maar is dat in deze tijd niet wat lastig?” Wijma erkent dat: “Bedrijven zijn bijvoorbeeld huiverig met het toelaten van leerlingen voor een stage. Het is heel jammer, want daar waren we de afgelopen jaren juist zo druk mee bezig. Het is namelijk belangrijk dat leerlingen ervaring opdoen in de praktijk”.

Het afgelopen jaar zijn we erachter gekomen dat techniek ontzettend belangrijk is. “Techniek heeft ons als het ware door deze tijd heen geholpen”, zegt Van der Tuuk. “Is dat ook te merken in de interesse in techniek van leerlingen?” Wijma antwoordt: “Niet direct, je moet er echt met de leerlingen over in gesprek. Ze weten eigenlijk niet altijd dat alles tegenwoordig draait op techniek. Veel leerlingen denken dat techniek met machines en vuile handen te maken heeft, maar dat is absoluut niet zo. Er wordt zoveel gebruik gemaakt van technologie, dat je het soms niet eens door hebt. Techniek biedt zoveel kansen en het groeit met je mee”.

Van der Tuuk heeft veel bewondering voor het werk van Wijma en haar collega’s. “Het is duidelijk dat techniek ontzettend belangrijk is. Succes in alles wat jullie doen en ik hoop dat die high five bij de deur snel wel weer kan”, aldus de burgemeester.