Burgemeester Ard van der Tuuk kijkt terug op afgelopen maanden

0
91

“Ik ben ontzettend trots op de Westerkwartierders”

STREEK – Net als alle gemeenten in Nederland is ook de gemeente Westerkwartier hard geraakt door de coronacrisis. De afgelopen maanden zijn er mensen met COVID-19 besmet geraakt, zijn er inwoners overleden en ook op economisch gebied zijn er vele tegenslagen geweest. Zo moesten ook hier de nodige ondernemingen hun deuren sluiten, om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Burgemeester Ard van der Tuuk werkte al die tijd zoveel mogelijk vanuit huis. Hierdoor heeft hij een van zijn doelen, dichtbij de inwoners staan, niet op de manier kunnen vervullen zoals hij wenste. “Ik had absoluut niet verwacht dat het zo erg zou worden”, vertelt Van der Tuuk. “Het is een bizarre tijd. Zo’n crisis als deze had ik absoluut niet voorzien”.

Terwijl heel Nederland begin maart volledig in de ban was van het coronavirus, was de gemeente Westerkwartier vooral bezig met de grote brand aan de Factorij in Marum. Een helse brand, die op dat moment prioriteit kende. “Het is eigenlijk heel vreemd”, stelt de burgemeester. “Een brand zoals we die toen in Marum kenden, komt gelukkig niet vaak voor hier in de regio. En juist daarom waren we daar zoveel mee bezig. Het coronavirus kwam daar ook nog bij. In die stand zijn we ook de eerste week van de coronacrisis doorgekomen”. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeente Westerkwartier tot dan toe niet met het coronavirus is bezig geweest. Begin dit jaar was de gemeente namelijk al begonnen om zich voor te bereiden op het virus. “Toen COVID-19 zich aandiende in Italië hebben wij al nagedacht over ‘wat als het virus hier komt’. Wat moeten we dan doen? Zo hebben we toen al een soort plan opgesteld over hoe we als gemeente om moeten gaan met acute situaties. Hierdoor hadden we een beetje een voorsprong op andere gemeenten in Nederland”.

De hobbel bij Hoogeveen
Maar uiteindelijk kwam het virus heel hard en ook heel snel in het Westerkwartier terecht. Van de één op de andere dag werd de eerste besmetting gemeld en daarna volgden er nog een groot aantal, waarvan ook enkelen zijn overleden. “Dat waren, en zijn nog steeds, zeer droevige berichten”, laat de burgervader weten. “Echter is in ons gebied een beperkte hoeveelheid zieken en sterfgevallen geweest. Laat het wel duidelijk zijn dat het verschrikkelijk is voor diegene die wel door het virus is getroffen”. Hoe het kan dat het Westerkwartier niet zo zwaar getroffen is door COVID-19 als andere delen van het land, is voor velen een raadsel. Ook Van der Tuuk durft daar weinig over te zeggen. “Er wordt wel vaak gesproken over de ‘hobbel bij Hoogeveen’. In het Noorden van ons land zijn niet veel besmettingen gemeld. Dit kan onder andere komen door de weidse structuur en minder mensen. Daarnaast hadden wij het geluk dat het virus zich verplaatste van zuid naar noord. Op deze manier konden wij ons beter voorbereiden, doordat dingen elders in het land al eerder gebeurden. En dan kom ik weer terug bij die voorsprong. Die heb ik de afgelopen maanden telkens weer gevoeld”.


Intelligente lockdown

Ondanks dat de besmettingsgraad in het Westerkwartier laag was, moest ook deze gemeente in een ‘intelligente lockdown’. Dat betekent dat men zoveel mogelijk thuis moest werken, samenscholing werd verboden en dat ook sporten niet meer was toegestaan. Een lastige situatie, erkent ook Van der Tuuk. “Doordeweeks waren in principe weinig mensen op straat, maar als gemeente maakten wij ons met name in het weekend wel zorgen. Op enkele incidenten en bekeuringen na, is alles echter goed verlopen. Wij hebben vanaf dag 1 ingezet op het gezonde verstand van onze inwoners. Men heeft deze eigen verantwoordelijkheid ook genomen. Mensen snapten het dat ze binnen moesten blijven en daar heb ik veel respect voor. Ik heb dan ook grote complimenten voor hoe men hier met de maatregelen is omgegaan. Ik ben echt trots op het Westerkwartier. Ook voor de jongeren was het natuurlijk ontzettend lastig. Men wil graag samenkomen, maar dat kon niet. We hadden in het begin wel enige zorg over het gedrag van de jeugd, maar dat is absoluut niet nodig geweest. De jongeren hebben zich voorbeeldig gedragen”.

Hoe langer de intelligente lockdown duurde, hoe benauwder ondernemers het kregen. Verschillende bedrijven moesten hun deuren sluiten en de ondernemingen die wel open waren, merkten een forse omzetdaling. “Al in maart probeerden we de ondernemers in de gemeente gelijk tegemoet te komen door, naast de landelijke regelingen, verschillende tegemoetkomingen te realiseren”, legt Van der Tuuk uit. “Ik kan op dit moment melden dat er voor de eerste TOZO-regeling (tot 1 juni) een kleine duizend aanvragen zijn gehonoreerd, wat neerkomt op in totaal zo’n 3,5 miljoen euro. Voor de tweede TOZO-regeling (van 1 juni tot 1 oktober) zijn er inmiddels honderd aanvragen. Voor de bedrijfskredieten zijn eveneens honderd aanvragen geweest, waarmee zo’n 600.000 euro is gemoeid. Deze bedragen, die puur zijn bedoeld voor de ondernemers om te voorzien in hun levensonderhoud, worden volledig gefinancierd vanuit de Rijksoverheid”. Tot nog toe zijn deze tegemoetkomingen van de gemeente voldoende geweest. “Tuurlijk zijn er bedrijven die het ontzettend zwaar hebben, maar momenteel zijn er nog geen bedrijven failliet gegaan. Laten we hopen dat dat ook niet gaat gebeuren”.

“Ik kon mijn burgervaderrol niet echt vervullen”
De werkzaamheden voor Van der Tuuk zelf waren de afgelopen maanden ook behoorlijk anders dan normaal. Voorheen werkte hij veelal vanuit zijn kamer op het gemeentehuis in Grootegast, zat hij in een ‘fysiek’ overleg of was hij te vinden tussen de inwoners. Dat alles was nu echter niet mogelijk. “Ook ik werkte vanuit huis en deed mijn vergaderingen veelal digitaal”, laat de burgemeester weten. “Net als veel anderen, hebben wij ook heel snel geleerd om van de techniek gebruik te maken om op afstand te vergaderen. En hoe bijzonder was het dat we heel snel met de raad via beeldschermen vergaderden. In het begin de makkelijke hamerstukken, maar al gauw zelfs een interpellatiedebat gehouden op afstand van elkaar, maar met de iPad op schoot. De griffie heeft er met ons voor gezorgd dat we gewoon door hebben kunnen gaan met de vergaderingen”. De overleggen konden op deze manier dus toch doorgaan, maar het echte contact was weg. En dat miste Van der Tuuk zeker, zowel met zijn collega’s als de inwoners van het Westerkwartier. “Die echte burgervaderrol kon ik vanaf 1 maart eigenlijk niet meer vervullen. In crisistijd wil je als burgemeester juist middenin de samenleving staan, maar dat kon nu juist niet. Dat vond ik wel ontzettend jammer”.

Voor Van der Tuuk is zijn eerste termijn als burgemeester van de gemeente Westerkwartier vooralsnog behoorlijk anders dan verwacht. Op 2 oktober werd hij in deze functie geïnstalleerd, met dit niet in het verschiet. “Ik had dit, net als de meeste mensen, zeker niet verwacht. Met mijzelf gaat het goed, maar hoe het gaat met onze inwoners houdt me in deze moeilijke periode het meeste bezig. Niet alleen de bestrijding van dit virus, maar ook de situatie van mensen die ziek zijn geworden en nabestaanden van overledenen. In en in triest natuurlijk. En dan ook nog de voorspelde grote economische gevolgen. Een dubbele crisis, dat is hetgeen me het meeste bezighoudt”.

Gemeente functioneerde door  
De gemeente Westerkwartier heeft, mede door een goede voorbereiding, de afgelopen maanden gewoon door kunnen functioneren. Vanuit het gemeentehuis in Zuidhorn werden de diensten verleend en de meeste ambtenaren werkten thuis. De andere gemeentehuizen, in Leek, Marum en Grootegast, waren gesloten. “Dat hebben we gedaan, omdat we het besmettingsmoment zoveel mogelijk wilden minimaliseren. De locatie in Zuidhorn was het meest geschikt om aan de veiligheidsmaatregelen te voldoen. Vandaar dat we ervoor hebben gekozen om deze locatie open te houden. Inmiddels is het gemeentehuis in Leek ook weer open voor dienstverlening. Uiteraard zijn ook hier de nodige maatregelen getroffen om de inwoners een zo veilig mogelijke omgeving te bieden”.

Thuiswerken de toekomst?
Maar nog steeds werken de meeste medewerkers van de gemeente dus thuis. Is dat niets voor de toekomst? Als het aan Van der Tuuk ligt, kan daar zeker over nagedacht worden. “Het kan zijn dat dit op de langere termijn zo blijft. Het bevalt iedereen ontzettend goed en men is vanuit huis ook heel productief. Echter merk ik, ook bij mezelf, dat er ook wel behoefte is aan wat contact. Het is een goede taak om na te denken over hoe we dit in de toekomst vorm kunnen gaan geven”. Als de medewerkers van de gemeente in de toekomst meer thuis gaan werken, dan is het wellicht ook mogelijk om een of meerdere gemeentehuizen te gaan sluiten. Dan zijn er namelijk minder werkplekken nodig. “Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de nut en noodzaak van de gemeentehuizen”, legt de burgemeester uit. “Daarnaast wordt gekeken naar de kosten van de investeringen die nodig zijn in de huidige gemeentehuizen qua onderhoud, maar ook om te voldoen aan de verplichte duurzaamheidseisen die aan openbare gebouwen gesteld worden”. De perspectiefnota, die deze week voorligt aan de raad, is nu aangevuld met een onderzoek naar eventuele nieuwbouw. Met alle gegevens op tafel kan de gemeente dan een besluit nemen voor de komende dertig jaar.

“Laten we ons houden aan de richtlijnen”
Ondanks dat het coronavirus in Nederland wat indaalt, weet Van der Tuuk dat we er nog zeker niet zijn. Hij doet daarom een oproep aan de inwoners: “Laten we ons ook nu nog aan de richtlijnen en maatregelen houden die gelden. Op deze manier kunnen we straks sneller weer ‘normaal doen’. Ik heb het volste vertrouwen in ons Westerkwartierders dat we elkaar daarbij helpen, gezond blijven en zo de tijd doorkomen tot er een vaccin is”.