Column Maria

0
113

Deel 43 – zaterdag 9 mei en zondag 10 mei

We overtreffen onszelf deze zaterdag-bakdag. Ditmaal storten we ons op een bokkepootjestaart en het is een echte aanrader. De dames blijken al heel wat op te pakken van onze bak-avonturen, want zonder moeite worden aan de ene kant van het aanrecht de bokkenpootjes door midden gesneden, terwijl aan de andere kant van het aanrecht gemixt wordt. Proeven van dit goddelijk stukje huisvlijt kan vandaag nog niet, want het is de bedoeling dat we hem bewaren voor moederdag. Dat zal in elk geval een flink stuk zelfbeheersing van ons vragen deze dag.

Afgelopen nacht schrok ik opeens wakker van de drinkbekers van mijn dochters. Ja, dat is inderdaad totaal niet nuttig, maar meestal is midden in de nacht wakker worden niet zinvol, dus het zij zo. Ik bedacht me opeens dat ik niet genoeg van die bekers heb ingeslagen. Wie een blik in mijn keukenkastjes werpt, zal zeker verbaasd zijn gezien de grote voorraad die ik heb van zo’n beetje alles wat we maar gebruiken, maar juist toen het aankwam op het inslaan van extra bekers bleek ik in een zuinige bui en heb ik ze laten staan. Eén per kind leek me destijds prima, maar nu de scholen direct overgaan op een continurooster zullen de kinderen opeens elke dag twee bekers nodig hebben. Manlief heeft dus wat te doen deze ochtend, want nog altijd is hij degene die de deur uitgaat en blijf ik bij huis. Ditmaal gaat hij niet alleen. Onze Georgia wilde zo ver-schrik-ke-lijk graag mee, dat we besloten hebben dat we dat gaan doen. Ze moet haar vader een hand geven en zal zo bij niemand in de buurt komen. Handen blijven ontsmetten en dan loopt het vast los. Inmiddels zijn de kinderen al twee maanden bij huis en dus al twee maanden met zijn drieën. Op een eigen middagje met oma na, hebben ze zelden één-op-één aandacht kunnen krijgen en daar heeft ze nu echt even behoefte aan. Juist voor onze tweeling hebben we het altijd belangrijk gevonden ze regelmatig even uit elkaar te halen. Ze zijn zusjes en de beste vriendinnen, maar moeten ook zichzelf kunnen zijn en iets zonder de ander kunnen en durven.

Thuis zet ik met mijn andere twee meisjes het zwembad neer. Het weer is heerlijk, de zon schijnt uitbundig en de temperatuur loopt zelfs ’s ochtends al snel op. De rest van de dag rommelen we om buiten. De kinderen spetteren in het bad, doen watergevechten en bouwen zandkastelen in de zandbak. Manlief stort zich op ons konijnenparadijs-in-wording. En ik? Ik aanschouw dit alles en besluit dat ik nergens nodig of nuttig ben. Met een stapeltje leesvoer installeer ik mij in het zonnetje om even op te laden.

Zondag is het dan moederdag. Eigenlijk is het onzin, zo’n dag. Ik hoor zo goed als elke dag dat ik de liefste mama van de wereld ben – wat een geluk hè -, wordt zo vaak al verwend met knutselwerken en hoef geen cadeautjes voor de mooiste rol in de wereld: mama. Maar stiekem is het natuurlijk veel te leuk om ’s ochtends direct verwend te worden met van alles. Manlief was even vergeten dat de kinderen met oma knutsels hadden gemaakt, dus die had gisteren nog gauw wat cadeautjes gekocht die ik dankbaar aanvaard: een bruisbal, handcrème en bodyscrub. Deze mama rijkt voorlopig weer heerlijk. Maar de knutselwerken zijn toch het mooist. Dit keer heeft oma foto’s geprint van de dames waar ze zelf om heen hebben getekend. Het resultaat is even hilarisch als vertederend.

We kunnen eindelijk de bokkepootjestaart als mijn ouders nog even langskomen. Tien punten; is onze conclusie en na al die weken vol baksels wordt het wellicht tijd de zaterdag tot iets anders om te dopen – sportdag zou een goede zijn – in verband met de lijn. Maar op deze Moederdag hebben we het daar nog even niet over. Oma wordt ook even goed verrast, want de laatste weken hebben wij gelukkig vaak een beroep op haar kunnen doen. Thuiswerken is allemaal prachtig, maar vooral lastig met drie dametjes om je heen, dus het was meer dan fijn dat oma er regelmatig voor zorgde dat ik op kantoor aan de slag kon.

Terwijl het weer langzaam omslaat, bereiden we ons weer een beetje voor op de eerste schooldag. Noodzakelijk vinden de dames en ik een schone bolide. Niks rijdt zo lekker naar school als in een blinkende Mini, dus wij poetsen ons een ongeluk samen. Oudste dochterlief speelt lekker buiten met het buurjongetje op het speelveld. Manlief en ik blijken aardig corona-gehersenspoeld als we vol achterdocht een vreemd gezin in de gaten houden die ook bij ons speelveldje stopt. ‘Nou loopt die man ook nog naar die kinderen tóe’, hoor ik mezelf zeggen. Dochterlief en buurjongen spelen keurig op afstand van deze mensen en het irriteert me direct als de man en één kind van de andere partij niet in ‘hun hoek’ blijven. Manlief wil er op hoge poten heen als het duo aftaait bij ons meisje. Later blijkt zij zich van geen kwaad bewust. Hoewel ik haar meerdere malen gedrild heb dat zij zodra er vreemden komen het veld moet verlaten, ziet ze geen probleem. ‘Die meneer was gewoon aardig’, haalt ze haar schouders op. Zo ver zijn we dus al in deze wereld; dat we gewoon aardig een probleem vinden.

Ik ben blij dat we morgen weer een stapje richting normaal doen. De achterdocht, de angst en alle beperkingen maken ons in elk geval geen leukere of verdraagzame mensen, zo ver ben ik al wel. Oudste dochterlief maakt zich voor het slapen gaan nog even zorgen of juf haar wel zal herkennen. ‘Maar ze heeft je toch nog op de computer gezien tussendoor’, werp ik tegen? ‘Maar mama, ze weet nog niet dat ik alweer zo gegroeid ben’.