Column Maria Wijnands

0
157

STREEK – Maria Wijnands-Hovingh runt samen met haar man de uitgeverij achter onder andere de Streekkrant. Wekelijks schrijft zij een column in deze titel op de pagina ‘ Uit ’t hart’. Meestal over haar drie dochters (eentje van zes en een tweeling van bijna vier, maar ook wel over het werk of de actualiteit. Nu corona het land in zijn greep houdt, schrijft ze bijna dagelijks hoe zij werk en dochters combineert en hoe de angst voor corona de zorgen om haar bedrijf zich afwisselen. Van een zelfverkozen isolement tot de dilemma’s die we nu allemaal tegenkomen.

Deel 15 – donderdag 2 april

Er is weer een dag aangebroken en het blijft me verbazen hoe snel alles went en hoe anders het leven voelt. Want dat dit geen vakantie is, beseffen we ons goed en ik kan me al bijna niet meer voorstellen hoe het is om ’s ochtends iedereen op tijd in de auto te zetten voor school. Steeds vaker begint de spanning me aan te vliegen. Wanneer wordt het leven weer normaal, vraag ik me af en besef dan ook heel snel het misschien wel nooit meer echt normaal wordt en dat is zo bizar dat mijn hoofd naar kortsluiting neigt. De spanning en stress beginnen wel steeds meer te vragen. Inmiddels zit mijn nek alweer lekker vast – een bekend euvel – maar hulp hiervoor zoeken, zit er voorlopig natuurlijk ook niet in. We moeten zuinig zijn op onszelf en elkaar; dat is het voornaamste in deze tijd.

Mijn kleine dames doen het goed vandaag. Haar nieuwe leerdoel Engels valt goed in de smaak bij mijn oudste dochter. Dagelijks zitten we samen een half uurtje achter een speciale app waarin ze via onderwerpen als ‘dieren’ en ‘kleuren’ haar Engelse woordenschat lekker uitbreidt. Ze vindt het leuk om te doen en pikt het makkelijk op. Ook haar kleine zusjes doen vaak lekker mee. Als gevraagd wordt wat ‘chair’ is, lepelen ze beide zo ‘stoel’ op. We leren van alles en ook mama gaat vooruit, want dat een liniaal een ‘ruler’ is, wist ik niet. Mijn jongste dochters weten amper wat een cavia is, maar dankzij de schattige plaatjes weet ze wel dat ze eentje wil, of beter een ‘guinea pig’.

Ook deze dag besluit ik thuis te werken. Vorige week wisselde ik nog met manlief zodat ik ook een paar uurtjes op kantoor kon maken. Dat lijkt efficiënter, maar heeft ook weer nadelen. Ik moet dan wel heen en weer en wil dan ook even met iedereen bijpraten. Zodra ik op kantoor ben, bemoei ik me met waar iedereen mee bezig is en dat kost tijd. Tijd die ik deze week liever anders gebruik. Het blijft puzzelen en zoals blijkt: elke week vraagt weer om een andere aanpak. Naast het typen van deze blogs en mijn column, moet ik elke dag met de boekhouding bezig. Voor veel van de steunpakketten is het noodzakelijk in de cijfers te duiken en dus is het nu extra belangrijk om te zorgen dat die boekhouding op orde is. Ik ben vanochtend vroeg al in mijn prognoses gedoken die nu de hele wereld op zijn kop staan nergens meer op slaan. Al jaren houd ik wekelijks bij wat ik verwacht aan inkomsten en uitgaven en vermeld ik achteraf de echte getallen. Een gewoonte waar ik nu de vruchten van pluk, want ik heb veel inzicht in de geldstromen van ons bedrijf en kan daardoor snel schakelen. Tot en met juni maak ik alles ‘up to date’ en blijf daarbij toch maar hopen op een redelijke mei-maand. De zomer die daarna wacht en normaal onze slechtste periode is, dáár wil ik nog even niet aan beginnen.

Mijn dametjes hebben het ritme lekker te pakken vandaag. Ze beginnen weer eens in een warm bad en gaan dan aan de slag. Met de kleintjes oefen ik woordjes van hun logopediste; mijn oudste dochter werkt aan taalopdrachten. We gooien er nog een uurtje spelletjes achter aan en de grote favoriet het ‘Woezel en Pip yoga-spel’ komt tevoorschijn. Ze doen opdrachten als ‘ga als een kwispelend hondje op handen en voeten door de kamer’ en ‘ga met je hoofd op elkaars buik liggen en voel elkaars ademhaling’. Naast de dikke pret die dit spel oplevert, zijn ze blijkbaar ook erg ‘zen’ want de hele middag vertrekken ze naar boven om samen te spelen. Oudste dochterlief transformeert in een verpleegster en één van haar zusjes speelt een heel overtuigende patiënt compleet met nat washandje op het hoofd. Maar goed dat buren ons niet kunnen horen; in deze tijden kun je beter niet teveel spotten met ziekte en gezondheid. Mijn meisjes zijn zich daar gelukkig niet van bewust en spelen lekker door. En mama? Ik kan beneden mooi achter de computer aan de slag.

’s Avonds wacht me een minder karweitje. Met een steen op mijn maag tik ik een mailtje naar Italië. Alweer drie jaar lang vieren wij vakantie op een vaste plek aan zee. Elk jaar hetzelfde hotel waar ze onze kinderen groter zien worden. We voelen ons er thuis, kennen het personeel en de plek. De man van de strandtent begroet ons altijd met ‘zijn jullie er weer’, de mensen op het strand weten dat wij elk jaar in december al bedjes op de eerste rij boeken. Onze vaste kamer in het hotel ligt alweer even vast. Mijn meisjes vragen alweer regelmatig hoe lang het nog duurt voor we naar Italië gaan. We houden van het land, de mensen, het eten, het weer en ons vaste plekje daar. Het is meer dan quality time wat we daar hebben, we genieten non-stop. Maar dit jaar moeten we reëel zijn. Wij zien onszelf niet over drie maanden de reis daarheen met de auto maken. De wereld staat in brand en dat is echt niet zo snel geblust. Maar grootste beweegreden om nu te gaan annuleren is de grote onzekerheid. Wat zal dit zakelijk voor ons gaan doen? Financieel gezien moeten wij een pas op de plaats maken en dus kunnen we beter het geld wat wij normaal aan de vakantie besteden, beter even opzij zetten. Met een heel, heel zwaar gemoed druk ik op verzenden. Liever zou ik het hotel steunen, maar die luxe hebben wij niet. Ik kan wel een ander proberen te redden, maar of wij zelf gaan overleven, wordt ook al spannend genoeg. Ik sluit de mail af met ‘ik hoop dat we een jaar later weer gewoon jullie kant op kunnen en gaan komen’.