Column Maria Wijnands

0
209

STREEK – Maria Wijnands-Hovingh runt samen met haar man de uitgeverij achter onder andere de Streekkrant. Wekelijks schrijft zij een column in deze titel op de pagina ‘ Uit ’t hart’. Meestal over haar drie dochters (eentje van zes en een tweeling van bijna vier, maar ook wel over het werk of de actualiteit. Nu corona het land in zijn greep houdt, schrijft ze bijna dagelijks hoe zij werk en dochters combineert en hoe de angst voor corona de zorgen om haar bedrijf zich afwisselen. Van een zelfverkozen isolement tot de dilemma’s die we nu allemaal tegenkomen.

Deel 17 – maandag 6 april

Daar is ie weer: de maandagochtend. Opnieuw betekent het de wekker vroeg en uit bed zo achter de computer rollen. De planning is helder: typen zal ik deze ochtend. Maar het vervelende aan typen is, soms lukt dat niet zo lekker. Schrijven is voor mij een tweede natuur en gaat me vaak erg makkelijk af. Maar soms heb je van die momenten dat je het beter weg kan leggen, want dan loopt het niet zo lekker. Helaas is die luxe er nu niet en ik worstel me door mijn wekelijkse column heen. Het is absoluut niet de beste die ik uiteindelijk naar manlief op kantoor stuur en maar nipt voor mijn eerste dochter zich meldt, is hij af. Vorige week nog moest iedereen erg wennen aan de zomertijd. Leuke bijkomstigheid voor mij was dat alle dames prompt een uurtje langer sliepen ’s ochtends en ik dan lekker in alle rust kon werken. Het lijkt erop dat het tij gekeerd is, want net als eerder komt nummer één stip om zeven uur van de trap walsen, waarna haar tweelingzus al snel volgt.

We pakken ons nieuwe zelf gevonden ritme maar weer op en dat betekent dat de luxepaardjes eerst weer in een warm bad gaan liggen weken. Ze laten de barbies achtereenvolgens zwemles volgen, elkaar in het water gooien en verdrinken; de sfeer zit er lekker in. Om het luxe gevoel nog even vast te houden, open ik de nagelstudio erna. Om en om kiezen mijn dochters hysterische kleurencombinaties voor op hun nagels. Met dit mooie weer moeten we er immers verzorgd bij lopen, ook al is er niemand die het zal zien.

In mijn geval ligt het anders. Na mijn oren te hebben getergd met een muzieklesje voor de dames – pak maar een beslagkom en pollepel en trommel lekker mee – mag ik even naar kantoor. Mijn moeder let op mijn meisjes als ik in elk geval me even kan melden voor de wekelijkse redactievergadering. We worden zowaar een beetje corona-moe, want veel meer dan corona-gerelateerde items is er niet te halen momenteel. Het is zo’n haat-liefde verhouding: we willen allemaal alles lezen wat maar kan over dit virus, maar aan de andere kant niks liever dan terug naar normaal. Normaal is de vergadering in elk geval niet, want weer moet er iemand meedoen via video-verbinding. Ditmaal heeft een moeder van een thuiswonende redacteur griepklachten, dus hebben we ook hem thuis gezet. Hoe dat bevalt zo’n eerste dag: “helemaal waardeloos.” Manlief heeft al even bij de GGD geïnformeerd en pas als zijn moeder 24 uur klachtenvrij is, is hij weer los vertrouwd.

Het valt me vandaag en gisteren op dat het mooie weer toch weer meer mensen naar buiten lokt. Zondag was het op de straat waaraan ik woon – een doorgaande weg met redelijk wat sluipverkeer – ronduit druk. Een schril contrast met de weken die voor ons liggen waarop de kinderen zonder gestoord te worden konden oefenen met het fietsen zonder zijwieltjes of op skeelers. En ook deze maandag lokt het mooie weer veel mensen naar buiten. Ik voel me een halve politie-agent als ik signaleer dat beide buren gewoon bezoek hebben. In een wereld waarin niks meer normaal is, heb ik geen idee meer wat ik nog normaal moet vinden.

Ik merk dat ik banger ben geworden voor corona. In het weekend lees ik in een landelijke krant een dagboek van een huisarts uit het zuiden van een land en berichten van de ic’s. Het is me duidelijk dat corona echt geen onderscheid maakt in leeftijd en dat als dit virus je goed te pakken heeft, je ver van huis bent. Hier in het noorden komen we er nog altijd goed af en maakt dat ons niet roekeloos en blind voor het gevaar? Ondanks dat we jong zijn, kunnen ook manlief en ik pech hebben en goed ziek worden van dit virus. En bij de zorgen om mijn ouders wil ik niet teveel stil staan, anders word ik helemaal bang. Alle stress en spanning van de laatste weken, de druk om thuis onderwijs te regelen, mijn aandacht goed te verdelen tussen mijn drie meisjes en daarnaast werk en de schrale pogingen ook nog wat huishoudelijk werk te verrichten zorgen ervoor dat ik inmiddels compleet vast zit in mijn nek. Alle spanning hoopt zich op vanuit mijn schouders omhoog en dat is niet ideaal nu. Normaal is er een adequate oplossing, maar voorlopig hoef ik niet te hopen om naar mijn vaste osteopaat te gaan. De dag kom ik wel door, maar zodra deze ten einde loopt, laat mijn lichaam me genadeloos voelen hoeveel te ver ik weer ben gegaan.

En deze maandagmiddag helpt niet erg mee, want zodra ik thuis kom van werk heb ik heel wat brandjes te blussen. Oudste dochterlief fietst mokkend rondjes door de tuin, de andere twee slaan elkaar om beurten de hersens in. Gezellig is anders. Mijn moeder en ik lachen stiekem even om oudste dochterlief die verkondigt dat ze nog nooit zo’n rotleven had als nu, waarna zij het hazenpad kiest. Ondertussen moet ook buurman Jan eraan geloven. ‘Ik wil dat Carola weg is’, verkondigt ze over de schutting heen. Hij doet een dappere poging haar op te beuren en meent dat het ook echt wel minder zou kunnen. ‘Wat als het de hele dag regende, dán was het pas een rotdag’, probeert hij. Maar helaas deze boodschap komt niet bepaald aan.

Ik ben blij als we ’s avonds ons bed in kruipen. Voor even overigens, want het valt me op dat het niet zo lekker ligt als anders. Wat blijkt: manlief heeft afgelopen weekend even geholpen bedden verschonen wat wel erg lastig is als je nek vast zit en hij heeft prompt vergeten een hoeslaken om het matras te doen. We liggen alweer twee nachten op de molton, maar we zijn zo moe dat we besluiten dat er best nog een nachtje bij kan.