Column Maria Wijnands

STREEK – Maria Wijnands-Hovingh runt samen met haar man en ouders de uitgeverij achter onder andere de Streekkrant. Wekelijks schrijft zij een column in deze titel op de pagina ‘ Uit ’t hart’. Meestal over haar drie dochters (eentje van zes en een tweeling van bijna vier, maar ook wel over het werk of de actualiteit. Nu corona het land in zijn greep houdt, schrijft ze bijna dagelijks hoe zij werk en dochters combineert en hoe de angst voor corona de zorgen om haar bedrijf zich afwisselen. Van een zelfverkozen isolement tot de dilemma’s die we nu allemaal tegenkomen.

Deel 1

Bizar; dat is het woord dat telkens weer door mijn hoofd schiet. ‘Is dit niet de meest bizarre week uit mijn leven?’ vraag ik me af om dat toch weer te verdringen. Laten we niet wanhopen en ons vastklampen aan de mooiere dingen uit het leven. En dan staat mijn huwelijk in Las Vegas of de eerste weken van mijn tweeling en het ophalen van hun uit het ziekenhuis toch nog altijd hoger in de top tien van bizarre momenten. Het geluk moet blijven regeren; desnoods dwingen we het af.

Laat ik teruggaan naar vorige donderdag, wat mij betreft een echt keerpunt in deze laatste weken. Corona; het was wel aanwezig, maar echt druk maakten we ons nog niet. Heel soms drongen de zorgen zich op: wat als mijn ouders dit krijgen of mijn oma? Wat als wij het krijgen en er tóch heel ziek van worden? Wat als ook Nederland op lockdown gaat? Maar nuchterheid dwong me telkens reëel te zijn. Corona is hier niet in de buurt, dus wíj kunnen het niet hebben. En het RIVM was duidelijk: ben je verkouden of hoest je, de kans is groot dat het dan een gewoon griepje is. We bleven rustig en gingen door zo goed als het kan. Tot afgelopen donderdag rond suisde dat de scholen misschien op slot zouden gaan. Gespannen volgden we de berichten: ik thuis met de kleintjes die ik telkens verbood er doorheen te praten, manlief op het werk, mijn ouders weer in hun eigen huis. Via de app hielden we contact – ik kan oprecht zeggen dat ik nog nooit zoveel geappt heb als deze laatste week. Het werd drie uur ‘s middags, het nieuws had nog niks te melden en dus toog ik naar het schoolplein om oudste dochterlief op te halen. Eén van de vaders vertelde over het pittige griepje dat zijn vrouw te pakken had en prompt deden anderen een stap opzij. De tendens was aan het veranderen, dat merkte je aan alles. Iedereen besprak met elkaar hoe een sluiting van de scholen opgevangen zou worden: afwisselen met een partner om thuis te werken of misschien toch opa en oma inschakelen? De spanning was voelbaar. Ook mijn oudste dochter voelde haarfijn aan dat ik wat aan mijn hoofd had. Deze pientere zesjarige heeft ook oren en hoort op het nieuws genoeg over Corona om te begrijpen dat dit geen goed nieuws is. Terwijl we naar de auto liepen, vertelde ik dat de scholen misschien wel zouden sluiten. “Dat wil ik niet”, riep ze uit. “Volgende week wordt het twintig graden en dan wil ik op school zijn”. Ik ben bijna opgelucht dat ze nog altijd haar heel eigen zorgen heeft.

Net als ik de auto aanzet, sluit het extra journaal af. Wát hebben wij nou gemist? De tamtam werkt prima en de appjes komen binnen: de scholen blijven open!!! ‘Pfieew’ typ ik. Maar nuchter constateren wij ook: hoe lang nog? Onze zorgen zijn divers. Het voelt als een spagaat, welke toch al niet aan mij besteed is. Want: gezond blijven willen ook wij. Onze dierbaren die kwetsbaar zijn, moeten beschermd worden. Maar we hebben ook een bedrijf. Er zijn kranten uit te geven, juíst in deze tijd, maar er moet ook gewoon geld verdiend worden. We hebben ongeveer vijftien man personeel die hun loon bijna moeten krijgen en die ook allemaal een eigen huis, kindjes en dromen hebben. Ook wij hebben drie prachtige dochters… En dan valt het wel even stil in jezelf.

Langzaamaan beginnen we te beseffen wat dit Corona-virus met ons land en leven doet. Donderdagavond klaagt oudste dochterlief over keelpijn; kán ze nog wel naar school? Vrijdagochtend lijkt het over of misschien wil ze gewoon té graag heen. Ik zet haar kwart over acht uit de auto, op de vaste plek bij het hek en spreek haar nog even toe: geen zorgen, dat doen de grote mensen wel. Ze lacht als een boer met kiespijn en dat breekt wel even mijn hart. Toch draait de wereld nog gewoon deze dag. We hebben kort overleg met de redactie, want dat het uitdagende tijden worden, is helder. Het ene na het andere evenement of item wordt afgeblazen; weg is de kledingbeurs, concerten worden afgelast en toneelverenigingen gaan niet meer de planken op. VV Roden-voorzitter Hans de Vries kan fluiten naar zijn opening van het kunstgrasveld met Ronald Koeman, er wordt niet meer Drents voorgelezen op de basisscholen en Robin Tinge staat niet op de bühne van de Winsinghof. Het vraagt om creativiteit van onze redactie en het is zaak ontzettend actueel te blijven. Als weektitel heb je in deze tijden altijd het risico achterhaald te zijn op het moment van uitkomen.

De dag heeft genoeg te bieden; er wordt veel overlegd en vergaderd om voorbereid te zijn op wat komen gaat. Want dat er nog wat komen gaat, wordt niet echt aan getwijfeld. We gaan het weekend in en kiezen voor ons eigen isolement. Ja, juist wij steunen de lokale ondernemer van harte en juist wij beseffen dat deze harde klappen krijgen als we allemaal thuis blijven, maar toch zien we het niet zitten onze kinderen nog overal en nergens heen te slepen. Langzaamaan rijst de vraag óf we nog wel willen dat we naar school gaan. Mijn moeder pakte vorig jaar een heftige dubbele longontsteking. Net aangekomen op hun vakantieadres in Italië bleek het hoestje van de heenweg erger en erger te worden en pakten ze de koffers om naar huis te reizen. Beter in Nederland in het ziekenhuis dan in Italië, besloten mijn ouders. Wonderlijk genoeg kwam ze er bovenop na twee heftige kuren en heel wat moeizame weken. Ze is héél, héél diep gegaan en dat gevoel is nog niet weggesleten bij ons allemaal. Kunnen we elkaar nog zien nu oudste dochterlief begint te kuchen?

De hele zaterdag doen wij aan uitwaaien. Weg met die bacillen, pak vitamientjes van de zon, blijf in beweging in de buitenlucht om het lijf gezond te houden. Ik praat nog even bij op straat met de buren en vraag me ook af: moeten wij niet meer afstand houden? De buurman kuchte eerder die week nog toen ik even wat kwam overleggen: is dit allemaal nog wijsheid? We blijven buiten tot het om half vijf echt fris wordt en hopen maar dat de frisse lucht zijn werk doet.

Deel 2

De zondagochtend voelt alles anders. Naar het zwembad om te oefenen voor het diploma – vaste prik de laatste weken voor manlief en oudste dochter – kan niet meer. Het zwembad is dicht en langzaam daalt het besef dat het afzwemmen ook van de baan is. De ochtend spenderen manlief en ik aan het uitzoeken van onze rechten en plichten als werkgever. We buigen ons over onderwerpen als goed werkgeverschap en instructierecht. Kunnen wij werknemers verplichten handen te wassen als ze weggeweest zijn, moeten ze werken als hun kinderen niet naar school kunnen en mogen ze in hun vrije tijd wél gewoon alles doen en laten waar ze zin in hebben?

Mijn ouders komen toch langs voor crisisoverleg, maar we vragen ons ook hardop af: kunnen wij nog wel bij elkaar zitten. Als ondernemer ben je gewend dat het personeel naar jou kijkt voor antwoorden en die moeten we toch samen zien te vinden. We besluiten dat we sowieso níet gaan stoppen. Als het hele land op slot gaat, zetten we onze kranten wel online; maar uitkomen gaan ze. Kwaliteit staat altijd hoog in het vaandel bij ons; onze kranten worden gelezen om de redactie waar wij altijd in blijven investeren. Juist in deze tijden is informatievoorziening belangrijk, dus gaan we laten zien waar we goed in zijn. Hoe dit alles financieel uitpakt, durven we niet uit te tekenen.

We maken een kladversie van een mail om ons personeel in te lichten hoe wij tegen de komende tijd aan kijken als de familie-app alweer begint te ratelen: de scholen bij mijn broer gaan dicht. En ja hoor, dan komt ook het bericht wat wij al vreesden. Ook wij gaan eraan. Ergens is er opluchting dat de kinderen niks kunnen oppikken, maar de angst voor wat dit zakelijk gaat doen, is groot. Mijn jongste dochters zitten in bad, mijn oudste speelt op haar kamer en manlief probeert op de zaak wat haperende techniek aan de praat te krijgen als zondagmiddag opeens de paniek toeslaat. Ik moet nog wat dingen aan de redactie meegeven, we moeten stipt om vijf uur voor die tv zitten, er moet eten op tafel: ik trek de dames zonder pardon uit bad, jas een mail eruit aan de redactie en kook in een recordtijd ons vaste zondaghap: cordon blue, spruiten en frietjes. We zitten net voor de tv te eten als de telefoon gaat. Mijn oma – 84 jaar – vraagt zich af hoe het met ons gaat. Het nieuws dat de scholen definitief gaan sluiten, heeft haar nog niet bereikt. Als je buiten de wereld met internet en app-contact staat, ben je nog echt afhankelijk van het nieuws op de tv en teletekst, zo blijkt.

De woorden van die zondag dringen goed binnen. En we zeggen: het is beter zo. ‘Gezelligheid en geluk zit in kleine dingen’ besluit mijn moeder deze dag in de familie-app en laten we dat maar voor ogen houden. We lichten ons personeel in over hoe wij tegen de komende drie weken aan kijken, vragen iedereen met klem te zorgen voor elkaars en eigen gezondheid en toch te knokken voor datgene wat we met elkaar doen. Ja, we verwachten iedereen toch weer gewoon op kantoor voor een nieuwe week.

En dan begint die nieuwe week. Erg vroeg overigens – al is dat op maandag, de deadline dag voor de Krant en de Streekkrant geen nieuws. Manlief verlaat al om vijf uur het huis, ik kruip om half zes achter de computer in pyjama – soms heeft thuiswerken echt zijn voordelen. In de drie uurtjes die volgen werk ik zoveel mogelijk weg en laat ik de kinderen even voor de tv ontbijten. Mijn jongste dochters bewijzen dat ze echt wel lief kunnen zijn door heerlijk samen te spelen tot ik klaar ben. Ik vertel ze dat ze niet naar school gaan. ‘De hele dag niet’, klinkt het hoopvol, waarop ik zeg: ‘heel lang niet’. ‘Joepieeee’, juichen ze in koor. Voor deze driejaren is het één groot feest. Ze vieren direct vakantie, verkleden zich in zomerkleren en lopen met zonnebrillen op door het huis. Ook mijn oudste dochter is nog content: ze mocht al niet naar school omdat ze hoest en nu is ze niet de enige die thuisblijft. Als meisje werd ook ik menigmaal kotsend weer van school gehaald omdat ik ab-so-luut heen wilde, dus ik begrijp haar gevoel maar al te goed. En het besef dat ook ik heel wat thuis zal moeten blijven, geeft mij datzelfde ‘rare gevoel in de buik’ dat zij ook beschrijft als ze wel naar school wil, maar niet kan of mag.

Op kantoor wisselt de sfeer van gespannen tot gedreven. Er is veel nieuws te brengen, veel werk te verzetten, maar iedereen heeft zijn eigen zorgen. Ik houd me vooral met boekhouding bezig en probeer ons op financieel gebied zo goed mogelijk te wapenen. Na een overleg met de redactie begin van de middag ga ik ook weer op huis aan. Als mijn moeder vertrekt, vraag ik me af wanneer we elkaar weer zien. Opnieuw waaien de kinderen en ik vooral uit. Mijn oudste dochter hoest nog steeds, dus kan niet met de buurtkinderen mee spelen. We vermaken ons prima met elkaar. Even een stuk wandelen, even checken hoe het met de oudste boom staat. ‘Die is niet ziek’, concluderen ze met zijn drieën, terwijl ze hem proberen te omarmen. Nu wij nog, schiet er door mijn hoofd. Bijna weer thuis zien we hoe de andere kinderen samen buiten bezig zijn. Dat ze niet mee kan spelen, is nu wel even heel erg hard voor mijn meisje. Ze is boos en verdrietig, haar zusjes zijn bozig en verveelt en ja, dan zijn drie weken nog erg lang. Als het daar al bij blijft.