“De leerlingen mogen niet de dupe worden van deze crisis”

Vernieuwend onderwijs is lastig, maar biedt ook kansen

OLDEKERK – Net als alle andere middelbare scholen in ons land ‘ontdekte’ ook Terra Oldekerk ruim een jaar geleden het online onderwijs. Een noodzakelijke vorm van onderwijs, vanwege de coronacrisis die in maart 2020 uitbrak. De scholen moesten hun deuren sluiten om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Inmiddels mogen de docenten van Terra wel weer fysiek lesgeven, maar krijgen alle klassen gemiddeld ook nog twee keer per week online les. In gesprek met de Streekkrant vertellen afdelingsdirecteur Bert-Jan Groenewolt, docent Simone Ritsema en Miranda Bos-Willems over een lastige tijd, maar ook een tijd die kansen biedt voor de toekomst.

Het gebouw van AOC Terra is behoorlijk groot, waardoor het voor zowel docenten als leerlingen gemakkelijk is om zich aan de coronamaatregelen te houden. Zo dient men anderhalve meter afstand van elkaar te houden, is het dragen van een mondkapje in de gangen verplicht en is er een looproute, zodat men elkaar zo min mogelijk tegenkomt. Volgens Ritsema is het op deze manier prima mogelijk om fysiek les te geven in het gebouw. “Docenten die liever geen klas fysiek lesgeven, kunnen er zelfs voor kiezen om alleen online les te geven”, vertelt ze. “Daarom is er heel veel mogelijk. Persoonlijk vind ik het fysiek lesgeven geen probleem. Ik houd me aan alle maatregelen en ook de leerlingen doen dat. Ik vind het heel knap hoe ze dat doen. We doen een groot beroep op hun uithoudingsvermogen en dat gaat echt uitstekend”.

De meeste klassen van Terra Oldekerk zijn zo’n drie dagen per week fysiek op school. Hierbij komen ze zo min mogelijk in contact met andere klassen. “De verschillende klassen hebben allen een eigen lokaal”, legt Groenewolt uit. “Ze hoeven dus niet de gang door na een les. De docent is juist de persoon die van lokaal wisselt. Daarnaast wordt van de leerlingen verwacht dat ze in de ‘kleine pauze’ ook in het lokaal blijven zitten. Hierdoor is het aantal beperkingen in het gebouw beperkt”. Terra Oldekerk staat bekend om haar praktijkonderwijs. Voor de leerlingen is het dus van belang om op school te komen, zodat ze hiermee aan de slag kunnen. Momenteel krijgen de kinderen niet zoveel praktijklessen zoals ze gewend zijn. “We merken ook wel dat ze dat echt missen”, zegt Groenewolt. “Vooral toen alles nog online was. Nu komt het gelukkig wel wat meer op gang en we hopen na de meivakantie weer wat meer praktijkvakken te kunnen geven. Het is daarbij echter wel afwachten wat het kabinet gaat besluiten”.

Daar waar landelijk veel wordt gesproken over leerachterstanden door de coronacrisis, is dat bij Terra Oldekerk niet aan de orde. “Hier valt het echt heel erg mee”, zegt Bos-Willems. “Er is wel een aantal leerlingen dat een achterstand heeft, maar dat was al zo. Dat dat percentage zo laag ligt, komt er denk ik ook door dat alle docenten korte lijntjes hebben met de leerlingen. Tijdens de lockdown hadden alle mentoren dagelijks contact met de kinderen. Daarnaast belde de onderwijsassistent de leerlingen die wat extra aandacht nodig hadden. We zijn er best trots op dat dat bij ons zo goed geregeld is”.

Volgens de docenten is het vernieuwende (online) onderwijs lastig, maar biedt het ook kansen. Daar zijn ze de afgelopen periode wel achter gekomen. “Zelf geef ik Maatschappijleer en de afgelopen maanden heb ik uiteraard veel online contact gehad met de leerlingen. Het was voor zowel de leerlingen als voor mij best interessant om (gedwongen) te kijken naar ons eigen digitale gedrag. We zijn er wel achter gekomen dat online onderwijs kan, maar dat het niet moet overheersen. Het fysieke onderwijs blijft noodzakelijk, ondanks dat leerlingen zich online ook wel redden. Samen op school leren de leerlingen ook ontzettend veel en daarnaast missen ze ook de toeters en bellers erom heen, zoals het brugklaskamp, buitenlandse reisjes en andere uitjes. Een fysiek schoolgebouw blijft gewoon noodzakelijk”.

Ook Terra Oldekerk hoopt uiteraard snel weer verantwoordelijk verder open te kunnen, helemaal richting de examens. Als alles straks achter de rug is, kan de school ook plannen maken voor de toekomst. “Dat is nog een behoorlijke uitdaging”, zegt Groenewolt. “We willen kijken naar wat leerlingen extra nodig hebben, vooral de komende eerstejaars leerlingen. Er zijn wellicht andere ondersteuningstypen nodig die we aan moeten bieden. Zo willen we de kinderen individueel extra les op maat aanbieden om eventuele achterstanden weg te werken. Dit gebeurt dan binnen het rooster. Dit willen we binnen twee jaar structureel aanbieden. De leerlingen mogen namelijk niet de dupe worden van deze crisis”.